Wetenschap - 1 januari 1970

Drs Ebbe Rost van Tonningen: Wageningen moet kloof tussen beleid en

Drs Ebbe Rost van Tonningen: Wageningen moet kloof tussen beleid en

praktijk overbruggen

Waar blijft de Wageningse Fortuyn?

Drs Ebbe Rost van Tonningen ontving alom lof voor de manier waarop hij als
interim-directeur het Instituut voor Bos en Natuurbeheer (IBN) naar Alterra
leidde. Nu ziet hij als buitenstaander dat Wageningen nog steeds veel
kennis heeft, maar wordt die in het overheidsbeleid voldoende toegepast?
Wageningen is net een beleidsmedewerker die vaak genegeerd wordt, vindt
hij. ,,Als jij allerlei voorbereidend werk doet, en je doet goed werk, maar
jouw advies wordt vaak niet opgevolgd... Ben je als adviseur dan nog
tevreden? Ben je nog geloofwaardig? Wageningen zou zich sterk moeten maken
in het dichten van de kloof tussen beleid en praktijk, en daarbij een
kritisch openbaar debat met het ministerie van Landbouw (LNV) en andere
partijen in het beleid niet schuwen.

Rost van Tonningen citeert in de stijl van Freek de Jonge: ,,Hij laat de
ene luchtballon op na de ander / Serveert zijn clientèle vers gebakken
lucht / Rijgt open deuren en clichés fraai aan elkander / Is om zijn
doelgroepanalyse heel berucht.'' Want de cabarettekst mag uit het
hedendaagse politieke leven gegrepen lijken, feitelijk is het de tekst die
cabaretgroep Dolche Expressivo op 17 juni 1999 zong tijdens een pauze van
de discussiedag over natuurbeleid onder leiding van televisiepresentator
Paul Witteman. De dag werd georganiseerd door het IBN en de drijvende
kracht achter het debat was voormalig interim-directeur Rost van Tonningen.
Volgens Rost van Tonningen was het IBN met het debat op de goede weg. De
kloof tussen beleid en burger, die nu dankzij Pim Fortuyn de
verkiezingscampagnes overheerste, werd tijdens het debat in 1999 al
duidelijk zichtbaar. ,,RIVM-directeur prof. Klaas van Egmond gaf het
natuurbeleid een voldoende, maar gaf de uitvoering een zes min'', memoreert
Rost van Tonningen. Het tekent de openbare aandacht die er toen al was voor
het gebrek aan effectiviteit en efficiency. De bureaucratie van het natuur-
en landbouwbeleid is sindsdien niet verminderd, voor zover Rost van
Tonningen die meemaakt als interim-manager van verschillende projecten op
het gebied van natuur en landbouw. Rost van Tonningen: ,,Er is een groot
aantal los van elkaar uitgezette projecten, zonder dat er zicht is op de
bredere, strategische beleidsdoeleinden. Met als gevolg een waterval van
informatie, plannen, ontwerpen en projectdoeleinden.'' Zoals bij een groot
kennisproject in het kader van het mestbeleid dat hij begeleidde. ,,Erg
veel projecten, en ook erg veel goede projecten, maar per saldo - en dat is
het grote punt - gaat elk project zijn eigen promotiemateriaal maken. Dat
komt op stapels terecht in de brievenbussen van de boeren. Met als gevolg
dat de boer zegt 'weg met die rotzooi'.''

Estafette
Wageningen moet zich de gebrekkige effectiviteit van het beleid aantrekken,
vindt Rost van Tonningen. ,,Ik vergelijk het maar even met een
estafetteloop van vier keer honderd meter. Wageningen doet onderzoek, geeft
het stokje over aan LNV, de opdrachtgever, die er iets mee moet doen. En
vervolgens stagneert het beleid daarna ergens en de volgende honderd meter
worden gewoon niet gelopen. Dan komt er weer opnieuw onderzoek, en zo gaat
het door.''
Onderzoek genereert geen oplossingen maar nieuw onderzoek, zo lijkt het.
Rost van Tonningen staat in die visie niet alleen. Onlangs stelde
landschapsarchitect Eric Luiten nog dat het gouden tijden waren voor
ontwerpers, maar dat het veelal bij plannen bleef. ,,Het is blijkbaar zo
dat je je vak kunt uitoefenen op een niveau waarop je niet direct hoeft te
denken over hoe je dat zou willen uitvoeren'', stelde hij.
Wageningen kan toch geen genoegen nemen met de stelling dat het ministerie
van LNV het beleid bepaalt, vindt Rost van Tonningen. ,,Het is net als een
beleidsmedewerker van een wethouder. Als jij allerlei voorbereidend werk
doet, en je doet goed werk, maar jouw advies wordt vaak niet opgevolgd...
Ben je als adviseur dan nog tevreden? Ben je nog geloofwaardig? Ik vind van
niet.''
Daarom moet Wageningen oppassen met zijn afhankelijke opstelling ten
aanzien van LNV, vindt Rost van Tonningen. ,,Ik merk dat het beleid vaak
te weinig maatschappelijk draagvlak heeft. Daar moeten meerdere partijen
hard aan werken. Ik vroeg aan een wethouder van Arnhem wat hij merkt van de
Ecologische Hoofdstructuur, voorheen het paradepaardje van LNV. Dan zegt
hij dat hij met heel andere dingen bezig is, en dat verbaast hem ook.'' Bij
het Interprovinciaal Overleg (IPO) merkt Rost van Tonningen dat men klaagt
over het feit dat het IPO in het beleid vaak wordt gepasseerd. ,,En dan de
boeren! Tachtig, negentig procent is het niet alleen niet eens met het
beleid, ze zijn hartstikke boos op de overheid! Tot overmaat van ramp haalt
de Europese Unie ook nog ons mestbeleid neer. Veel projecten verliezen
daarmee hun fundament.''
Om te voorkomen dat het beleid stagneert, moet Wageningen van zich laten
horen, vindt Rost van Tonningen. De al jaren luidende roep om bijdragen aan
het maatschappelijk debat moet waargemaakt worden. Fortuyn kan daarbij een
goede spiegel zijn, want het publiek belang is groot. ,,Als je uit gaat van
de verantwoording van de publieke gelden, want het gaat om enorme bedragen,
dan zou je je diep moeten schamen.''

Finish
Wageningen moet zich er medeverantwoordelijk voor voelen dat het
estafettestokje, dat het aan het ministerie van LNV geeft, ook
daadwerkelijk aankomt bij de finish. ,,We moeten de zaak echt anders
aanpakken'', stelt Rost van Tonningen. ,,We moeten veel meer denken aan een
ketenaanpak, waarin je vanuit Wageningen, LNV en andere partijen een vrije
en een open kritische discussie mag voeren. Er moet een strategische visie
zijn waar partijen achter kunnen staan. De huidige minister Veerman heeft
zo’n visie op tafel gelegd. De overall regie moet geregeld worden, zodat de
monitoring van resultaten gericht is op de finish en niet op het het
doorgeven van het stokje. Die regie kan in handen worden gelegd van een
joint venture van meerdere partijen die een centraal projectbureau
oprichten, met een projectleider die met verschillende culturen kan omgaan.
Het bedrijfsleven zou daar ook in kunnen participeren. En de communicatie
met elkaar moet mobiliserend en enthousiasmerend zijn. Nu wordt kritiek
over het algemeen niet op prijs gesteld onder het motto 'wie betaalt,
bepaalt'.'' Die druk ervaart Rost van Tonningen als 'kleine ondernemer'
ook. ,,Maar is dat nodig als wij met elkaar naar het beste eindresultaat
zoeken?''

Martin Woestenburg

Fotobijschrift:
Wageningen zich veel kritischer moeten opstellen naar opdrachtgevers meent
drs Ebbe Rost van Tonningen: ,, Nu wordt kritiek over het algemeen niet op
prijs gesteld onder het motto 'wie betaalt, bepaalt'’’ | Foto Guy Ackermans

Re:ageer