Organisatie - 8 september 2010

Dringen in Wageningen

Opnieuw is het aantal studenten dat de weg naar Wageningen weet te vinden fors gegroeid. Dat betekent méér studenten in de collegezalen, op studieplekken, bij verenigingen en in het fitnesscentrum. Kan de universiteit die groei eigenlijk wel aan? Door Roelof Kleis, Stijn van Gils en Alexandra Branderhorst

Kan de universiteit de groei eigenlijk wel aan?
Eén ding is inmiddels duidelijk: Nederland wordt slimmer van de economische crisis. Net als vorig jaar kiezen jongeren ook dit jaar weer massaal voor een universitaire studie. De boodschap dat een haperende arbeidsmarkt steeds hogere eisen stelt aan de deelnemers is kennelijk goed aangekomen. Ook voor Wageningen Universiteit betekent dat opnieuw een stevig groeipercentage, van bijna 12 procent.
Maar, kan de universiteit zo'n groei nog wel aan? In het vorige nummer van Resource bleek al dat de huisvesting voor studenten gestaag onder druk komt te staan. Even belangrijk is de vraag hoe het met de onderwijsvoorzieningen staat. Een probleem waar elke universiteit immers mee te maken heeft is de bekostiging. De minister betaalt universiteiten per student. Maar dat geld wordt verdeeld over de hele studieperiode, met het zwaartepunt aan het eind, bij het behalen van de bul. Een onstuimige groei kan de vakgroepen dus voor een cashflow-probleem plaatsen.
Dat is in Wageningen echter niet het geval, zegt woordvoerder Simon Vink. 'De Raad van Bestuur heeft besloten om de leerstoelgroepen te financieren conform de feitelijke ontwikkelingen in de studentenaantallen.' Dat legt natuurlijk een tijdelijke druk op de begroting, voegt hij daar aan toe. 'Maar gelukkig is Wageningen University een financieel solide organisatie.'
Ook is de universiteit volgens hem in staat om de onderwijsvoorzieningen op een adequaat niveau te houden. Allereerst natuurlijk dankzij komst van Orion, het nieuwe onderwijsgebouw op de campus. Volgens de planning wordt het in januari 2013 in gebruik genomen. 'Dan is het in september in vol bedrijf', verwacht Vink.
Tot die tijd heeft de universiteit de Dreijen nog achter de hand. De beslissing om het onderwijsgebouw te sluiten is voorlopig in de ijskast gezet omdat de grote collegezalen en practicumruimtes in het Biotechnion en het wiskunde- en scheikundegebouw hard nodig zijn. Misschien zelfs nog tot na de komst van Orion, als de groeispurt doorzet.
Daarmee is gelijk de toon gezet, zo blijkt uit onze rondgang langs universitaire diensten en studentenverenigingen: de sterke groei van het aantal studenten vraagt natuurlijk om aanpassing en uitbreiding, maar op de meeste plaatsen worden geen grote problemen voorzien. De studentenverenigingen zijn er zelfs ronduit blij mee: 'kunnen we eindelijk een keer een biercantus organiseren.'
Dierwetenschappen in de lift
De bachelorstudie Dierwetenschappen is dit jaar een echte eerstejaarsmagneet. Dat geeft wel wat druk, vooral op het personeel. Als de groei doorzet, heeft dat wellicht consequenties voor de veelgeroemde kleinschaligheid van het Wageningse onderwijs.
Dierwetenschappen is een van de opleidingen die hard groeit. De inschrijfcijfers zijn nog niet definitief, maar de teller staat nu op 130, tegen 88 vorig jaar. Daarmee is Dierwetenschappen Biologie gepasseerd als de studie met de meeste eerstejaars.

'We hebben voor de vakantie een brandmail naar de hoogleraren gestuurd, omdat we meer mensen nodig hebben', vertelt opleidingsdirecteur René Kwakkel.'Vooral bij 'Inleiding in Dierwetenschappen' in de eerste periode is extra begeleiding nodig. Het is een vak met probleemgestuurd onderwijs, waarin studenten onder meer praktijklocaties bezoeken en zich groepsgewijs over thema's uit het werkveld buigen. 'In het verleden konden we volstaan met tien docenten en twintig onderwijs- en studentassistenten bij nodig. Nu hebben we al vijftien docenten en twintig assistenten nodig.'
Voor vakken als Celbiologie en Wiskunde, wordt het probleem van de grote aantallen gedragen door meerdere opleidingen, aldus Kwakkel. Ook daar speelt de personele inzet een rol, naast de toewijzing van college- en practicumruimtes die groot genoeg zijn. 'Daar heeft vooral de roostermaker een flinke dobber aan.'
Docenten krijgen het drukker, bijvoorbeeld met nakijkwerk. Maar Kwakkel ziet wel mogelijkheden om die last te verlichten, zoals meer multiple choice vragen in plaats van open vragen of een verdeling over meerdere docenten, waarbij ieder een of twee vragen nakijkt.
Als de groei de komende jaren doorzet, zijn er wat Kwakkel betreft ingrijpender maatregelen nodig. 'We moeten dan wellicht de werkvormen aanpassen. Ik kan me voorstellen dat een practicum waarbij studenten een dier ontleden, dan misschien niet meer kan. Maar daar zijn tegenwoordig heel mooie cd-roms voor.'
Op de lange termijn zou het onderwijs, dat nu studentgericht en kleinschalig is, een wat extensiever karakter kunnen krijgen, denkt Kwakkel. 'Eigenlijk bereiken we nu het niveau van 1982, toen hadden we 120 eerstejaars. In die tijd zag het onderwijs er ook anders uit, met meer hoorcolleges.' Je moet het in perspectief blijven zien, wil hij maar gezegd hebben. 'Bij de Vrije Universiteit in Amsterdam zijn driehonderd studenten in de collegezaal heel gewoon. Daar vinden ze het raar als wij zeggen dat we moeite hebben met zoveel studenten.'
Yoga in de vergaderzaal
'Bij fitness wordt het dringen dit jaar' is de inschatting van het hoofd van Sportcentrum de Bongerd Henri ten Klooster. Maar dat is een tijdelijk probleem. Over een jaar ziet het er allemaal heel anders uit. Letterlijk, als de nieuwbouw klaar is.
Met die nieuwbouw wordt de dit voorjaar al aangekondigde verbouwing aan de voorzijde van het sportcomplex bedoeld. Ten Klooster kreeg groen licht van de Raad van Bestuur voor een forse uitbreiding. Daarmee komt een einde aan de 'investeringsstop' na de aanleg van de blauwe kunststof atletiekbaan in 2006.
Tot nu toe kon de Bongerd de groeiende stroom universitaire studenten opvangen met de eigen faciliteiten. Zo werd afscheid genomen van de mbo-ers van het Rijn IJssel College. Die werden zo'n tien jaar geleden binnengehaald om de toenmalige overcapaciteit op te vullen. Ook studenten van de Christelijke Hogeschool Ede zijn nauwelijks nog in het sportcentrum te vinden. Ten Klooster: 'Alle externe klanten hebben we eigenlijk afgestoten. Daardoor is er ruimte vrijgekomen voor de eigen universitaire studenten. In totaal gaat het om zo'n 700 extra plaatsen. Daarnaast proberen we de laatste twee jaar onze klanten meer overdag te laten sporten.'

Desondanks is de uitbreiding dringend nodig. Vooral de individuele sporten kan Ten Klooster maar moeilijk kwijt. 'Yoga en perfect pilates vindt nu in de vergaderzaal plaats.' De nieuwbouw moet vooral die sporters meer armslag bieden. Voor de huidige fitnesszaal en squasbanen komt een nieuw zeven meter diep bouwblok in twee lagen met een totale oppervlakte van 600 vierkante meter. Daardoor ontstaat ruimte voor twee fitnesszalen en twee multifunctionele zalen.
Maar voordat het zover is zijn we een jaar verder, schat Ten Klooster. Tot die tijd moet hij zeker fitnessers wel eens teleurstellen. 'Vooral bij de medewerkers verwacht ik dat dit ons klanten gaat kosten. Die vinden het niet prettig als het zo druk is.' Een ander knelpunt is mogelijk het personeel. De afgelopen jaren groeiden de verenigingen procentueel gezien minder hard dan het aantal studenten. Maar Ten Klooster verwacht dat ook die nu gaan groeien. 'En zij krijgen docenten toebedeeld op basis van het aantal leden.'
Nieuw leven voor de slaapcommissie
Wageningse studentenverenigingen verwachten geen capaciteitsproblemen door de extra eerstejaars.  Integendeel. Grote verenigingen herontdekken ingeslapen disputen en de Friezen kunnen eindelijk een biercantus organiseren.
'We zijn de snelst groeiende vereniging van Wageningen', vertelt voorzitter Pieter van Kuilenburg van SSR-W trots. In 2006 haalde zijn vereniging nog 43 eerstejaars binnen, nu 144. Toch ziet hij geen enkele schaduwzijde aan de groeistuipen van zijn vereniging. 'Ach, logistiek is het allemaal wat meer geregel, maar we hebben ons kunnen voorbereiden. Afgelopen jaar hebben we bijvoorbeeld nieuwe tenten aangeschaft voor de introweek.' Bang om de kleinschaligheid te verliezen is Van Kuilenberg ook al niet. Integendeel, door de groei verwacht SSR-W juist persoonlijker te worden. 'We kunnen ingeslapen commissies eindelijk weer nieuw leven in blazen.'

Het antwoord van Van Kuilenberg is identiek aan dat van de andere grote verenigingen. Steeds komen de oplossingen op hetzelfde neer: voor de kleinschalige gezelligheid zijn er extra disputen en jaarclubs en de sociëteiten zijn eigenlijk gebouwd voor veel meer studenten. Welbeschouwd zijn de verenigingen op dit moment ook helemaal niet zo groot. In de jaren tachtig waren ze nog altijd veel populairder. Het ooit 800 leden tellende KSV zit nu op slechts 600. Groeistuipen of niet, ook de 500 SSR-W'ers van straks vallen in het niet bij de 900 leden die de vereniging vroeger telde. Omdat de meeste sociëteiten op die topaantallen berekend zijn, hebben de gebouwen geen enkel capaciteitsprobleem. 'We kunnen makkelijk duizend man aan', aldus Ceres-presidente Emke van Wijlen.
Voor de kleinere verenigingen ligt dat anders. Jongerenvereniging Unitas - die na een bijna-faillissement weer opleeft - zal bij verdere groei op zoek moeten naar een nieuw onderkomen. Tryntsje Boersma van de Friese studentenvereniging WSSFS zou er niet aan moeten denken als haar vereniging ineens 120 leden zou tellen. 'Nee, nee, daar hebben we niet genoeg ouderejaars voor.' Wel is ze tevreden met de voorzichtige groei richting vijftig leden, waar de vereniging nu op af stevent. 'Straks kunnen we eindelijk een keer een biercantus  organiseren. Voor dit soort activiteiten kwamen tot nu toe altijd te weinig mensen.'
Studeren op een kluitje
'In de studieweken is het krap in de Forum-bibliotheek', zegt directeur Ger Spikman. 'Als de studentenaantallen blijven stijgen, krijgen we zeker een probleem.'
'Dan zullen er meer studieplekken moeten komen. Maar dat hoeft natuurlijk niet per se in de bibliotheek te zijn. De studenten kunnen uitwijken naar het hele Forumgebouw.' Spikman heeft de afgelopen tijd al met diverse aanpassingen meer ruimte gecreëerd voor studieplekken. In de leeshoek zijn extra tafels met computers geplaatst, een personeelsruimte is omgebouwd tot studiezaal, werktafels zijn voorzien van computers en computers voor externe gebruikers zijn toegankelijk gemaakt voor studenten. In totaal zijn daardoor zo'n vijftig extra werkplekken ontstaan. Dat brengt het totaal op 370 werkplekken, deels met en deels zonder computervoorzieningen. Dat is op dit moment genoeg voor dagelijks gebruik, maar in examentijd wringt het. Spikman: 'De bibliotheek kan in de drukke perioden niet zo heel veel extra meer aan.'  

Re:ageer