Wetenschap - 8 februari 2001

Dr. ir. Peter Ho, universitair docent leerstoelgroep Milieubeleid

Dr. ir. Peter Ho, universitair docent leerstoelgroep Milieubeleid

De datum die we voor het interview hadden afgesproken moest plotseling worden vervroegd. Dr. ir. Peter Ho, universitair docent bij de leerstoelgroep Milieubeleid in de Leeuwenborch, ontving een telefoontje van minister Van Aartsen. Hij gaat voor vijf dagen naar China in verband met een ambtsgesprek met zijn Chinese collega over milieu en mensenrechten, en of Peter maar wil tolken. Peter Ho is namelijk de vaste tolk van Van Aartsen.

Peter Ho voltooide de studie Tropische Bosbouw in Wageningen en studeerde daarna in Leiden Chinees. Na zijn doctoraal examen promoveerde hij eveneens in Leiden op duurzaam weidebeheer en de sociale aspecten van het milieubeleid in China.

Hij verbleef bij elkaar een jaar of twee jaar in China, waarvan ??n jaar in de omgeving van Peking, waar hij probeerde te achterhalen waarom het milieubeleid geen effect heeft in de dorpen. Ho maakte voor de VPRO met collega prof. ir. Tuur Mol een radioreportage over zijn bevindingen. Maandag 5 februari werd deel ??n uitgezonden van het tweeluik getiteld 'China's gevecht voor het milieu', een reportage over een groepje Chinese boeren dat tot het bittere eind vecht tegen een kolenfabriek, die het halve dorp bedolven heeft onder een berg kolengruis. Maandag 12 februari om 22.10 uur volgt op radio 5 het tweede deel, waarin interviews met milieu-slachtoffers, de advocaat die het voor hen opneemt, een lid van het Chinese Volkscongres (het parlement) en milieu-experts. Ho wil daarmee een ander beeld van China geven dan gewoonlijk door de media wordt opgedist. Volgens hem is er een verandering gaande in de Volksrepubliek. "De journalisten kijken allemaal ??n kant op en zien die verandering niet."

Tijdens zijn onderzoek naar het effect van het milieubeleid in de dorpen ging Ho de verschillende bestuurlijke niveaus af, van hoog naar laag, zelfs tot in het parlement, om te zien waar voorlichting en beleid blijven steken. De vervuiling van lucht, bodem en water is vooral op het platteland enorm.

Ho: "Ik val niet op daar, dus ik kreeg de volle medewerking bij mijn onderzoek en werd altijd hartelijk en heel open ontvangen." De snelle economische groei die het dagelijks leven van de bevolking heeft verbeterd, is tegelijk oorzaak van de enorme vervuiling. De fabrieken op het Chinese platteland draaien nog altijd op steenkool en bergen kolengruis verpesten de leefomgeving rond de dorpen. De mensen krijgen stoflongen en alles ziet grauw en grijs. "Allemaal waar", aldus Ho. "Maar de westerse media brengen toch een misvormd beeld over China. Alsof er volledige dictatuur heerst. Op dit moment zijn er non-gouvernementele organisaties, de NGO's, die heel veel doen om het milieubewustzijn wakker te schudden bij fabrikanten en burgerbevolking en die hebben de zegen van de overheid. Ik ontmoette daar een hoogleraar Milieurecht, een advocaat, die in 1999 geheel belangeloos de allereerste milieuwinkel opende voor slachtoffers van milieuvervuiling. Het heeft zelfs de New York Times gehaald. Ook de Partijkrant, 'Het Volksdagblad', berichtte erover. Er ontstaan steeds meer van deze NGO's. En de mensen schrikken niet meer zo als het over gevoelige onderwerpen gaat. Vroeger was er confrontatie, nu meer dialoog. Er valt nu wel voorzichtig te praten met de Chinese overheid over mensenrechten en milieu."

Hoe wordt een geboren en getogen Maastrichtse Chinees van Indonesische ouders tolk van een minister? Ho lacht. "Ik geloof via de Leidse sinologen. Van Aartsen had gehoord dat ik behalve van Chinees ook wat van landbouw afweet. Het was waarschijnlijk de combinatie"

's Avonds als het werk erop zit gaan de tolk en de minister wel eens wat drinken. "Van Aartsen is een aardige, hartelijke man", verklaart Ho.

Hij hoopt dat de gesprekken zullen leiden tot hulp aan de NGO's. "Ze worden overspoeld met klachten van de dorpelingen, want ze geven gratis advies. Er is maar ??n telefoon, ook voor internet. Ik denk dan: 'Geef die man vijf lijnen voor zijn milieu-winkeltje. Want in China kun je met heel weinig middelen nog heel veel doen. En wat kost dat nou in China, vijf telefoons?

Als universitair docent vind ik vijf dagen onverwachts afwezig zijn niet ideaal. Ik ben verantwoordelijk voor de China-projecten; bij terugkomst ligt er veel werk op mij te wachten. Maar als de minister een beroep op mij doet denk je daar niet over na. Dan g? je gewoon."

Lydia Wubbenhorst

Re:ageer