Wetenschap - 10 mei 2001

Dr. ir. Jan Theunissen, plantenziektekundige bij voormalig IPO

Dr. ir. Jan Theunissen, plantenziektekundige bij voormalig IPO

'Ik wilde graag meewerken aan een 'schonere' wereld'

Dr. ir. Jan Theunissen had de keuze uit vier banen toen hij in 1966 in Wageningen als plantenziektekundige afstudeerde. De gegadigden waren Virologie, Shell, de universiteit van Montpelier en het IPO. Hij koos voor IPO, waar hij is gebleven tot 15 maart van dit jaar.

"Ik heb met veel plezier bij het IPO gewerkt," aldus Theunissen. "Maar nu is het instituut gefuseerd met twee andere instituten en is Plant Research International geworden en daar heb ik niks mee. Ik ben 64 en had nog een jaar bij het IPO. Dus ik koos voor vervroegd uittreden."

Onderzoek op het gebied van de plantenziektekunde trok Theunissen bijzonder aan. Vooral de ontwikkeling van genetische bestrijding had zijn interesse. Hierbij worden van schadelijke dieren gekweekte exemplaren bestraald en daardoor onvruchtbaar gemaakt. Deze bestraalde dieren worden vervolgens buiten losgelaten. Doordat paring met steriele dieren geen nageslacht oplevert, wordt de populatie schadelijke dieren kleiner.

"De grote plaag van de uienteelt is de uienvlieg. Ik deed onderzoek naar het effect van ioniserende straling op de vruchtbaarheid van de uienvlieg." De methode die Theunissen en collega's hebben ontwikkeld, de vliegen door bestraling onvruchtbaar maken, wordt nog altijd gebruikt.

"Rond 1975 was de methode 'klaar'. Maar toen we een proeffabriekje wilden oprichten om de methode in praktijk te brengen en met ons plan naar de vertegenwoordiger van de minister togen, begon de weerstand al. Van het establishment met name. 'Een prachtige studie', zei de directeur van de Plantenziektenkundige Dienst. Maar de consequentie zou zijn, dat er een verbod zou komen op chemische bestrijdingsmiddelen in deze teelt. En dat mocht niet! Al die chemische fabrieken wilden hun producten slijten. Het ministerie was zo conservatief. Landbouw was een CDA-bolwerk. Die CDA-jongens van Landbouw hadden veel contact met de boerenorganisaties.

Mijn collega Thijs Loosjes werd zo kwaad, dat hij in Nieuwe-Tonge het bedrijf De Groene Vlieg oprichtte. Het bestaat nog altijd. Fantastisch dat hij het lef had ontslag te nemen en dat avontuur aan te gaan. Want in de jaren zeventig durven zeggen dat je pesticiden eruit wilde werken, dat was vloeken in de kerk.

We waren zo kwaad over wat wij beschouwden als sabotage van wetenschappelijke ontwikkeling door de overheid, dat het onze drijfveer werd om ons wetenschappelijk werk te wijden aan het zoeken naar methoden die het gebruik van pesticiden overbodig zouden maken. Ik gebruik expres het woord 'pesticiden' want 'gewasbescherming' is een eufemisme. Maar dit weet bijna niemand meer.

In de landbouwpraktijk was er weerstand tegen het afschaffen van pesticiden. Onder druk van de publieke opinie ontstond echter een soort keurmerk, MBT, Milieu Bewuste Teelt, voor gewassen die met zo min mogelijk pesticidengebruik werden geteeld. Ik zat eens bij een vergadering waar de cr?me de la cr?me van de tuinbouw aanwezig was. Die voormannen zeiden openlijk: 'We moeten voor ons fatsoen wat aan MBT doen, maar liefst zo weinig mogelijk.' Omdat ze gewoon niet van die pesticiden af wilden. Waarom? Omdat het gemakkelijk was en ze bang waren dat pesticiden niet meer mochten worden gebruikt. Ze waren destijds alleen op opbrengst, dus op geld uit. Telers en boeren zijn door hun voormannen steeds op het verkeerde been gezet. Ze schermden de boeren af zodat alles bij het oude kon blijven. De standsorganisaties, die de belangen van de boeren behartigden, hadden buitengewoon veel invloed op het ministerie; ze liepen er de deur plat. Met minister Van Aartsen veranderde dat. Hij zette zich in voor het algemeen belang, niet alleen voor het deelbelang van de landbouw. Hij reduceerde de varkensstapel, die uit de klauwen was gelopen. Landbouw was een bastion, een enorme geldmachine. Daar mocht je niet aankomen."

Theunissen had geen belangstelling voor managementtaken. "Ik deed aanvankelijk fundamenteel onderzoek, later meer toegepast. Ik wilde graag meewerken aan een 'schonere' wereld; iets 'nuttigs' achterlaten voor de mensen in het veld. Proefvelden zijn uit de mode, en Wageningen UR verkoopt tegelijk met haar kroonjuwelen ook de proefvelden. Die krijgen ze nooit meer terug en dat zal ze nog wel eens opbreken. Waar zijn ze mee bezig? Room scheppen! Wij zijn wetenschappers, geen verkopers. Die ongebreidelde overgave aan de marktwerking, daarmee loopt Wageningen UR zich dood."

Lydia Wubbenhorst

Dr. ir. Jan Theunissen wijdde zijn wetenschappelijk werk aan het zoeken naar alternatieven voor pesticiden.

Foto Guy Ackermans

Re:ageer