Wetenschap - 1 januari 1970

Dr Hugh Jansman, Gerard Müskens en dr Sim Broekhuizen (v.l.n.r.) van

Dr Hugh Jansman, Gerard Müskens en dr Sim Broekhuizen (v.l.n.r.) van

Dr Hugh Jansman, Gerard Müskens en dr Sim Broekhuizen (v.l.n.r.) van

Alterra buigen zich over de dode oehoe die op twaalf april is gevonden in
de ENCI-groeve bij de Pietersberg in Maastricht. Uit de sectie die ze op
zes mei deden, blijkt dat het exemplaar het mannetje is van het broedpaar
uit de groeve, een van de waarschijnlijk drie broedparen in Nederland. Dat
betekent volgens Jansman dat Nederlands meest succesvolle oehoebroedplaats
dit jaar waarschijnlijk geen broedsucces zal hebben, want het vrouwtje moet
nu alleen voor de jongen zorgen. Jansman verwacht dat ze volgend jaar
vanuit België of Duitsland een nieuwe partner krijgt. De doodsoorzaak van
de mannetjesoehoe is nog onbekend. De oehoe is waarschijnlijk acuut
doodgegaan, want het dier was in goede conditie. De onderzoekers hopen dat
microbieel en toxicologisch onderzoek nog een tipje van de sluier kan
oplichten.
De oehoe is de grootste roofvogel van Nederland en zeer zeldzaam. Sinds
1997 broedt de vogel weer in Nederland. De ENCI-groeve heeft al tien
jongeren opgeleverd, en trekt zelfs oehoetoeristen. Daarnaast broed er een
paar in de Achterhoek, en is er misschien nog een broedpaar in Zuid-
Limburg. Het dode mannetje is weliswaar iets kleiner dan een
vrouwtjesoehoe, maar met een spanwijdte van anderhalve meter en 'stiletto'-
nagels van ruim drie centimeter nog altijd indrukwekkend. Roofvogels als de
havik of de buizerd zijn kleintjes in vergelijking. ,,Een oehoe kan zelfs
een vos pakken'', aldus Jansman. |
M.W.

Re:ageer