Wetenschap - 31 mei 2001

Dorus Jansen, botenbouwer bij studentenroeivereniging Argo

2

Dorus Jansen, botenbouwer bij studentenroeivereniging Argo

'Zo'n lichte boot slaat gewoon dubbel om de krib'

"Dit is het mooiste plekje van Wageningen", zegt Dorus Jansen. De studentenroeivereniging Argo is inderdaad prachtig gesitueerd daar op de Grebbedijk. Uitzicht over de rivier, de kribben en de jachthaven, waar overigens de 'burger'watersportvereniging Vada ook haar vaste stek heeft.

Vanuit de Argo-kantine kijken we geboeid toe hoe een studente onder leiding van een coach probeert vanuit het water in haar ranke boot te klauteren. Onderdeel van de training. Op de steiger doet de coach haar enkele opduwbewegingen voor. Het lukt, maar onmiddellijk slaat ze over de boot heen en komt aan de andere kant weer in het water terecht. Later ligt ze - het is een warme dag - op de steiger uit te puffen en op te warmen. "Ja, dat hoort er allemaal bij", zegt Jansen lachend. Hij is al 28 jaar botenbouwer bij Argo.

Het verenigingshuis is twintig jaar oud en zo te zien wordt het uitputtend gebruikt. Schoonhouden is een zware taak. Het bestuur draagt een aantal studenten schoonmaakdiensten op voor kantine en douches. "Maar ja", aldus Jansen, "als er op maandag een feestje is geweest en de ploeg komt pas op woensdag schoonmaken, tja..." Hij haalt zijn schouders op. "Dat is wennen. Niet iedereen kan daar tegen. Ik kan het wel hebben. Anders had ik het hier geen 28 jaar volgehouden. Al heb je wel eens de neiging om een bezem te pakken. Maar dan heb ik geen tijd om boten te repareren."

Aan het plafond van de kantine hangt een omgekeerde boot. Flink beschadigd weliswaar, maar het is de boot waarmee de Argonauten ooit, omstreeks '68, de Varsity hebben gewonnen. De traditie om zo'n winnend exemplaar meteen kapot te maken, gaat Jansen aan het hart. Ach ja, traditie...

Twintig van de zestig boten die in de loods liggen, heeft hij gebouwd. Hij is zo ongeveer de laatste houtenbotenbouwer in Nederland. Tegenwoordig wordt er met kunststoffen gebouwd.

De meeste tijd besteedt Jansen aan reparatiewerkzaamheden. "Regelmatig zijn de boten kapot. Een gat in een kunststofboot kost zestien uur aan reparatie. Maar een 'houten gat', dat is andere koek. Allemaal handwerk. Daar moet je mallen voor maken en dat kost al met al veertig uur. Ik heb in al die jaren niet ??n maal dezelfde mal kunnen gebruiken. Ze trappen er doorheen vanaf het opstapje, of er gaat een knie doorheen. Het is maar heel dun spul, hoor. Bij hoog water zie je de kribben niet zo goed en daar stroomt het water met vijf tot zeven kilometer per uur. Als zo'n schip van twintig meter dwarsstrooms komt te liggen, met wind m??, dan wordt zo'n lichte boot al gauw om de krib gevouwen; die slaat gewoon dubbel. Dan liggen daar acht dames, bezweet van het roeien, in het twee tot drie graden koude water te spartelen en wie red je dan het eerst?" Hij kijkt mij vragend aan. "Wie het hardst gilt? Nee, want die heeft nog lucht. Maar het is echt niet leuk, hoor! Het gebeurt toch wel twee tot drie keer per jaar. We hebben sinds kort een coachboot annex reddingsboot. We zijn nu studentencoaches aan het opleiden. Eerst moeten ze hun vaarbewijs halen en dan leer ik ze het reddingswerk."

In het kader van bezuinigingen is Jansen de wacht aangezegd en zou hij per 26 september aanstaande vertrekken. "Het gaat erom of er nog wel iemand nodig is om veertig uur per week hier op Argo rond te lopen", oppert Jansen. "Hout is niet meer gangbaar. Ik heb onlangs mijn laatste houten boot hier gebouwd." Vierhonderd uur kost het hem om de boot te bouwen. Een prachtig glanzend exemplaar, met zijn initialen erin gefreesd.

Jansen is in dienst van de universiteit. "In feite ben ik in de loop der tijd ambtenaar geworden." Intussen is de 55-plusregeling van de grond gekomen. Dezer dagen krijgt Jansen daar het fijne van te horen. "Als het een goeie regeling is, ben ik per 26 september weg. Al die jaren urenlang over zo'n boot gebogen staan, is niet bepaald goed voor je rug! Zo niet, dan ga ik regionaal werken, eventueel in samenwerking met de universiteit, want een hoop burgerverenigingen met houten boten, die geen reparateur hebben, vragen steeds naar mij. Ik doe ook al wat expertisewerk voor verzekeringsmaatschappijen. Mocht de regeling niet doorgaan, dan moet er tenslotte straks ook brood op de plank. Maar het is dus op dit moment nog een onzekere situatie."

Lydia Wubbenhorst

Dorus Jansen is een van de laatste bouwers van houten roeiboten. Een gat in zo'n boot kost hem veertig uur werk.

Foto Guy Ackermans

Re:acties 2

  • Gerard Jansen

    Reageer
  • Riet Heijmen Jansen

    Ja mijn broer is een vakman.
    Hij vond het mooi werk. Maar door het lakken is hij wat vergeet achter.
    Gr Riet

    Reageer

Re:ageer