Wetenschap - 1 januari 1970

Dorpsverenigingen moeten samenwerken

Kleine dorpen in de Achterhoek gaan op in grotere fusiegemeentes. Die kleine kernen hebben moeite voorzieningen als winkels, bankfilialen en dorpshuizen te behouden. Maar als lokale belangenorganisaties gaan samenwerken, kunnen ze tegenwicht bieden.

In de Achterhoek en Liemers zijn de laatste jaren veel gemeentes gefuseerd. Die gemeentes bestaan daardoor steeds meer uit verschillende kleine dorpen. De kleine kernen voelen zich lang niet altijd goed gehoord. Voor gemeentes is het ook lastiger het reilen en zeilen in de kernen te volgen. Daarom is het goed als de belangorganisaties van de kernen die onder de nieuwe gemeente vallen meer gaan samenwerken, blijkt uit een drietal onderzoeken die ruraal sociologen via de Wetenschapswinkel deden.
De sociologen deden het onderzoek voor de Vereniging Kleine Kernen die de lokale belangenorganisaties van dorpen ondersteunt. De dorpsbelangenorganisaties zijn meestal verenigingen die zich bijvoorbeeld inzetten voor renovatie van het dorpshuis, het zwembad of de sporthal, of die sociale activiteiten organiseren.
Als de belangorganisaties niet gaan samenwerken, bestaat het gevaar dat de gemeente ze tegen elkaar gaat uitspelen, zegt onderzoeksleider dr Bettina Bock van de leerstoelgroep Rurale Sociologie. En ook voor de gemeente is het handig als de organisaties zich verenigen, want anders moeten ze met heel veel verschillende clubs gaan overleggen.
Hoewel de onderzoekers een goede organisatie, kennis van de gemeentelijke procedures en bestuurlijke vaardigheden van de bestuurders van de belangenorganisaties nodig vinden om goed op te kunnen komen voor het lokale belang, is er ook een keerzijde, zegt Bock. ‘Want het moet ook weer niet te formeel worden. Het charmante van belangenorganisaties is juist dat ze dicht bij de mensen staan. En dat is ook hun kracht.’ / JT

Re:ageer