Wetenschap - 1 januari 1970

Dorpskroeg helpt landinrichters in Graauw

Dorpskroeg helpt landinrichters in Graauw

Dorpskroeg helpt landinrichters in Graauw


Een wetenschapper kan zich nog zo goed voorbereiden op zijn onderzoek, in
het veld pakken dingen vaak anders uit dan gepland. Bijvoorbeeld als dat
veld een klein dorpje is waarvan de inwoners alles het liefst bij het oude
laten, merkten twee studenten Landinrichting. Over hoe de dorpskroeg
uitkomst bood.

De studenten Landinrichting Sander Mooij en Jos de Wilde deden via de
Wetenschapswinkel een afstudeervak in Graauw, een duizend inwoners tellend
plattelandsdorp in Zeeuws-Vlaanderen. Omdat de leefbaarheid van het dorp
onder druk staat, vroeg de dorpsraad aan de Wetenschapswinkel om het
opstellen van een plan dat het tij zou kunnen keren. Mooij en De Wilde
trokken naar het in rust en ruimte gedompelde Graauwse landschap en
interviewden verschillende belanghebbenden, zoals de Woningbouwvereniging,
de Thuiszorg, het Zeeuws Landschap en de Zuidelijke Land en Tuinbouw
Organisatie.
Vooral de toekomst van Graauw is onzeker omdat jongeren wegtrekken,
winkeliers hun biezen pakken en de bus niet meer langskomt. Ook het
verenigingsleven, dat altijd een belangrijke rol speelde, staat onder druk.
De import vanuit de randstad drijft de huizenprijzen omhoog maar zorgt ook
voor leegstand, omdat sommige tweedehuizenbezitters hun huis laten
verkrotten, tot ergernis van de plaatselijke bevolking.
Meer dan de studenten Landinrichting bij aanvang van het onderzoek
vermoedden bepaalden informele momenten de richting van het afstudeervak.
Vooral de avonden in de dorpskroeg waren belangrijk voor het project. Hier
kwamen de verhalen los die duidelijk maakten waar de Graauwenaren echt mee
zitten. Ook tijdens een dorpsavond konden de inwoners hun behoeften kenbaar
maken, al hadden de 75 mensen die kwamen opdagen aanvankelijk niet door wat
er van hen verwacht werd. ,,Het verhaal was rondgegaan dat we een compleet
plan zouden presenteren. Je weet hoe dat gaat in kleine dorpjes’’, vertelt
De Wilde. ,,Het ging erg moeizaam, want dat ze nu mee moesten denken was
nieuw.’’ Toch was de avond waardevol, want uiteindelijk kwamen de tongen
los en kregen de studenten een beeld van de behoeften.
Anders dan verwacht wilden de inwoners vooral kleine concrete dingen
veranderen, variërend van scheefliggende stoeptegels, het gemis van een
wandelpad langs de kreek tot verkrottende woningen. De Wilde: ,,De visie
van de Graauwenaren is nog steeds dat er niet te veel moet veranderen.’’
Volgens Mooij zie je dit vaker in kleine plattelandsdorpen; de inwoners
kijken slechts enkele jaren vooruit en staan niet stil bij de verre
toekomst. Beide studenten hopen dat deze houding verandert, want in het
dorpsplan dat ze na afloop van hun onderzoek schreven is juist een grote
rol weggelegd voor de bewoners. Het rapport heet dan ook ‘Aan de slag met
Graauw’, en niet ‘Aan de slag in Graauw’, zoals een persbericht meldde. Een
verschil van slechts één woord, maar dit is nou juist de nuance waar het
Mooij en De Wilde om ging. Zij denken dat de leefbaarheid van Graauw weinig
zal verbeteren als de officiële instanties niet samen mèt de dorpsbewoners
de handen uit de mouwen steken.
In het rapport doen de studenten verschillende aanbevelingen. Zo denken ze
dat de gemeente met de dorpsraad een volkshuisvestingsplan moet opstellen
waarmee tweedewoningbezit wordt geremd, verkrotting tegengegaan en de
huizenprijzen laag worden gehouden zodat jongeren kunnen blijven. Naast
andere aanbevelingen voor het bewaken van de leefbaarheid wijzen Mooij en
De Wilde nadrukkelijk op de behoefte aan inzet van de Graauwenaren zelf.
Deze moeten problemen eerder melden, zich open en sociaal blijven opstellen
en proberen het verenigingsleven en de dorpsvoorzieningen in stand te
houden.
Hoewel de studenten liever een iets concreter rapport hadden afgeleverd
denken ze dat het project zeker de moeite waard is geweest voor de gemeente
en de dorpsraad. ,,Het is ‘uit’ om mensen dingen op te leggen, dat blijkt
vaak niet te werken'', vertelt De Wilde. ,,Je krijgt zoiets van: wie zijn
wij om te zeggen hoe het moet. Dat moet je vooral overlaten aan de
creativiteit van de mensen daar.’’ |
L.M.

Re:ageer