Wetenschap - 1 januari 1970

Door de ogen van een kindsoldaat

Het waren niet de bloeddiamanten die de oorlog in Sierra Leone veroorzaakten. De werkelijke oorzaak was de uitzichtloze situatie van jongeren in de onderontwikkelde landelijke gebieden, stelt antropoloog dr. Krijn Peters. Voor zijn promotieonderzoek trok hij lange tijd op met voormalige rebellen van het Revolutionary United Front.

Een kindsoldaat controleert papieren bij een road block in Sierra Leone. / foto Panos

Gedrogeerde kindsoldaten met AK47´s zo groot als henzelf, die met machetes ledematen van burgers afhakten, vrouwen verkrachtten en enkel uit waren op diamanten. Dat is het beeld dat in de media doorkwam van de rebellen van het Revolutionary United Front in de oorlog die in de jaren negentig Sierra Leone lam legde. Slachtoffers zagen de kindsoldaten als creaties van de duivel, donoren zagen de kindsoldaten zelf als slachtoffers, namelijk van ronselende warlords die hen drogeerden.
Geen van beide beelden nam de kindsoldaten zelf erg serieus. Niemand leek dan ook op het idee te komen om hen zelf te vragen naar de oorzaken van de oorlog. Bovendien ontstond er na de oorlog een cultuur van geheimhouding over het verleden. In reconstructies van de oorlog is daarom tot nog toe weinig aandacht besteed aan de mening van de rebellen van de RUF over de oorlog.
Antropoloog Krijn Peters wilde daarin verandering brengen. Hij begaf zich lange tijd onder de voormalige kindsoldaten en probeerde hun vertrouwen te winnen. ‘Als duidelijk wordt dat jij ze niet zal vervolgen, bouw je stap voor stap een relatie op. Degenen die mij vertrouwden, introduceerden mij bij anderen. En ik maakte met de jongeren een lange tocht door de jungle naar de voormalige kampen van de RUF. Dat zijn lugubere historische plekken, maar voor de jongeren zijn het ook plekken waar ze gewoond hebben. Die kampen maken zichtbaar hoe afgesloten ze zijn geweest van de samenleving.’ Uiteindelijk vertelden de voormalige kindsoldaten aan Peters wat volgens hen de oorzaak van de oorlog was. En uit hun verhalen komt een ander beeld naar voren dan dat van gedrogeerde kinderen met enkel moordlust.

Moordmachine
‘Het rebellenleger van de RUF was een moordmachine’, zegt de deze week gepromoveerde Krijn Peters, ‘dat valt niet te ontkennen. Maar de oorzaak van de oorlog was niet de zucht naar diamanten, ook al werd daar wel de oorlog mee gefinancierd. Werkelijke oorzaak was de uitzichtloze situatie van de jeugd in Sierra Leone vóór de oorlog uitbrak.’
Hoewel het merendeel van de bevolking in Sierra Leone jong is, hebben ouderen het op het platteland voor het zeggen. In deze gerontocratie werden landloze jongeren uitgebuit door oudere landeigenaren, zegt Peters. Ze moesten voor weinig geld werken op het land van ouderen. In het corrupte gewoonterecht beschuldigden dorpshoofden hen van dingen die ze niet gedaan hadden, waarna de jongeren als boete een aantal jaar voor niks op het veld van ouderen moesten werken. Om dat niet te hoeven doen gingen veel jongen weg uit hun geboortedorp. Veelal naar de diamantmijnen, waar een overschot aan arbeiders ontstond. Maar de droom van een grote diamant bleef voor hen een droom, want de mijnen werden gecontroleerd door de heersende politici die de winning nauw in de gaten hielden. En door het overschot aan arbeiders hadden ze een te slechte positie om iets aan hun situatie te verbeteren.

Jongeren op drift
Door dit systeem ontstond voor de oorlog een grote groep gemarginaliseerde jongeren. Voor de rebellen, die uit Liberia kwamen waar ze voorheen een oorlog gewonnen hadden die ze ook in Sierra Leone dachten te winnen, was het makkelijk ronselen onder deze jongeren. Aanvankelijk hadden de rebellen ook steun onder de bevolking, zegt Peters. De rebellen zeiden op te komen voor de landloze boeren en vonden dat de landbouw in het land ontwikkeld moest worden. Tot dan toe was de mijnbouw de belangrijkste bron van inkomsten, die alleen bij de stedelijke elite terecht kwamen. Landloze jongeren die op drift waren sloten zich liever aan bij de rebellen dan dat ze voor niks moesten werken op het land.

‘Werkelijke oorzaak van de oorlog was de uitzichtloze situatie van de jeugd in Sierra Leone’
De oorlog in Sierra Leone brak begin 1991 uit en eind 1993 werd het RUF door een offensief van het leger teruggedrongen in kampen in de jungle. In november 1996 werd in Abidjan een poging gedaan een vredesakkoord te sluiten. De ideologen van het RUF gingen daarvoor naar Abidjan, maar kwamen daarna niet meer terug in de kampen, waar de militairen van de beweging het voor het zeggen kregen. Die gingen steeds meer over tot het ontvoeren van jongeren om strijders te werven. Eenmaal ontvoerd deden die er beter aan zich bij de RUF te voegen als strijder, omdat ze anders gedwongen werden te werken voor de RUF.
Voor meisjes, die er ook veel waren bij de RUF, lag de zaak nog duidelijker. Sloten die zich niet aan bij de RUF dan werden ze veelvuldig verkracht. Door te trouwen met een commandant, of door strijdster te worden, werden ze in ieder geval nog maar door één man misbruikt. En er werden inderdaad ook drugs gebruikt om kindsoldaten onder dwang te houden, zegt Peters, maar zeker niet zoveel als in de media verondersteld werd. Door het verlies van de ideologen en door de isolatie van het RUF in de kampen in de jungle, keerden de rebellen zich steeds meer tegen de eigen bevolking. Dat kwam doordat de grootste weerstand tegen het RUF niet meer kwam van het leger, die de kampen niet wist te vinden, maar van de Kamajors, wat letterlijk ‘traditionele jagers op groot wild’ betekent. Zij werden de beschermers van de dorpen tegen de plunderaars van het RUF.
De aanvankelijke beschuldiging van het RUF tegen de regering klopte, zegt Peters, waarmee hij niet zegt dat het RUF er iets aan verbeterde. Maar het is wel zo dat de regering te weinig deed om de landbouw te ontwikkelen en te weinig banen creëerde voor jongeren. En het treurige is dat die situatie feitelijk nog steeds bestaat, stelt Peters, ook nadat in 2002 definitief de wapens zwegen. En die situatie zal blijven bestaan als er niet iets verandert aan de regering, concludeert de antropoloog. Het is immers in het belang van de stedelijke elite om een grote groep landloze mijnwerkers te houden, om zo op een goedkope manier de mijnen te kunnen exploiteren. Die zijn nog steeds de drijfveer van de economie en vooral van de politieke elite. Veel politici hebben persoonlijke concessies in de mijnen en laten gevonden diamanten over de grens smokkelen. Formele cijfers over de diamantinkomsten van het land zeggen dus lang niet alles over het politieke belang van de mijnen.

Kans op herhaling
Om de situatie te veranderen zouden jongeren een duurzaam bestaan moeten kunnen opbouwen op het platteland, denkt Peters. Om te beginnen zou het rechtssysteem op het platteland moeten veranderen, zodat ouderen en dorpsleiders niet meer naar willekeur jongeren straf kunnen opleggen. Die jongeren zouden ook recht moeten krijgen op land en werk in de landbouw. Dat kan alleen door de landbouw te ontwikkelen op een nieuwe manier.
Peters zag tijdens zijn onderzoek een paar succesvolle voorbeelden. Zoals voormalige kindsoldaten die een voormalige diamantmijn geschikt maakten voor de landbouw, waardoor het land meer waard werd. Of jongeren die een rijstpelmachine van het ene dorp naar het andere droegen en daar geld mee verdienden. Maar er mislukken ook veel pogingen om ex-strijders opnieuw te integreren in de samenleving. Hulporganisaties en de regering investeerden miljoenen in reïntegratieprojecten die een vakopleiding aanboden aan de jongeren. Maar voor al die timmermannen, kleermakers en automonteurs bleek geen werk in een land waar het merendeel van de bevolking leeft van de landbouw.
‘Een goede opbouw van het land, moet beginnen met een goede analyse van het probleem’, zegt Peters. ‘De landbouw moet ontwikkelen en een kans bieden aan jongeren. Want als de structurele oorzaak van het conflict niet aangepakt wordt, breekt de oorlog vroeg of laat opnieuw uit.’

Joris Tielens

Dr. Krijn Peters promoveerde op dinsdag 30 mei bij prof. Paul Richards, hoogleraar Technologie en Agrarische Ontwikkeling.

Re:ageer