Wetenschap - 24 mei 2007

Doelen rijk en regio moeten beter aansluiten

De reconstructie is niet mislukt, stelt dr. Froukje Boonstra van Alterra. Zij leidde de evaluatie van de reconstructiewet uit 2002 die oorspronkelijk bedoeld was om de intensieve varkenshouderij te verplaatsen. Volgens Boonstra de reconstructie zelfs aanknopingspunten om toekomstig gebiedsgericht beleid te verbeteren.

740_nieuws.jpg
740_nieuws.jpg

Foto: bvBeeld

Waarom is de reconstructie niet mislukt?
'De reconstructie is iets anders geworden dan bedoeld. Van een ruimtelijke oplossing voor de varkenspest is het uitgegroeid tot een integrale gebiedsontwikkeling.'

Waarom is dat zo gegaan?
'Het gevoel voor urgentie is verdwenen. Je kunt ook zeggen dat de toenmalige minister Van Aartsen de reconstructie heeft opgepakt vanuit een politiek momentum. Maar daarna is er ook veel veranderd. Er kwam Europees beleid op het vaccineren tegen de varkenspest. Het idee van varkensvrije zones is in 2004 geschrapt, en daarvoor in de plaats kwam een integrale zonering met extensiveringsgebieden en landbouwontwikkelingsgebieden. Daardoor is de reconstructie veel breder geworden.
Bovendien was er veel verzet tegen het concentreren van varkensbedrijven in landbouwontwikkelingsgebieden. Het Agrarisch Vestigingsgebied Nederweert bijvoorbeeld, waar varkenshouderij gecombineerd zou worden met andere bedrijvigheid, kwam niet van de grond door verzet vanuit de omgeving. Burgers willen het niet vanwege de intensieve landbouw, en boeren zien het als een bedreiging.'

Hoeveel geld is er in de reconstructie geïnvesteerd?
'Dat is onduidelijk. Er is in totaal 7,3 miljard euro begroot, maar daar zit een heleboel regulier beleid in. Je kunt het zo breed en zo smal maken als je wilt.'

Heeft dat wat opgeleverd?
'Je kunt het vanuit verschillende perspectieven bekijken. Vanuit de veterinaire veiligheid is er minder gebeurd dan verwacht, maar het heeft wel geleid tot organisatorische en institutionele vernieuwing. Partijen zijn tot elkaar gekomen en er zijn nieuwe instrumenten ontwikkeld, zoals ruimte voor ruimte, waar het afbreken van stallen gecompenseerd wordt met woningbouw. Daarnaast heeft de reconstructie een impuls gegeven aan het omgevingsbeleid, de economische ontwikkeling van de landbouw en de leefbaarheid als nieuwe economische drager.
Vooral op instrumenteel en organisatorisch vlak is veel gebeurd. Er is bijvoorbeeld een sterk gevoel van planeigenaarschap bij de verschillende partijen. Het zijn plannen van de streek geworden, en dat maakt dat de partijen de plannen ook willen uitvoeren. Dat is winst.
Verder zijn er instrumenten op een versnelde manier ontwikkeld. In Noord-Brabant had je veel varkensbedrijven rond dorpen; daar zijn die verplaatst in combinatie met woningbouw. In Achterberg in de Gelderse Vallei zijn nieuwe instrumenten gebruikt voor een versnelde ruil van gronden. Die zijn nu opgenomen in de nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening.'

Kun je de reconstructie zien als een voorbeeld voor toekomstige gebiedsgerichte ontwikkeling?
'Ja, de conclusies uit ons rapport zijn zeker te gebruiken bij de uitvoering van het Investeringsbudget Landelijk Gebied, waarbij de regio's veel zeggenschap krijgen.'

De Brabantse Milieufederatie stelt dat rijksdoelen zoals de normen voor ammoniak niet zijn gehaald. Is dat bij toekomstig gebiedsgericht beleid ook te verwachten?
'Een deel van de generieke rijksdoelen zijn niet gehaald. We adresseren dat ook in ons rapport, want dat is een rijksverantwoordelijkheid. De uitvoerbaarheid is toegenomen, maar niet alle doelen zijn gehaald.
Er moet ook meer aandacht komen voor een gebiedsspecifieke doordenking van het vaak sectorale rijksbeleid. Soms moet je water bij de wijn doen bij hoge doelen. Het realiteitsgehalte van die doelen moet omhoog, en de ambitie van de sectoren omlaag.
De wetgeving is ook constant in beweging. Neem de veranderde Ammoniakwet of de invoering van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. De wens vanuit de gebieden is rust in de tent, maar dat is een beetje een illusie.'

Re:ageer