Wetenschap - 1 december 2010

Dodelijk vet

Om ons te beschermen tegen schadelijke effecten van verzadigd vet blijken we te beschikken over een bijzonder eiwit. Wagenings onderzoek laat voor het eerst zien hoe dat werkt.

Een ontstoken lymfeklier met gefuseerde macrofagen (schuimcellen)
Angptl4, zo luidt de onuitspreekbare naam van het eiwit dat de meesten van ons behoedt voor veel onheil. Dat het de vetopname remt was bekend, maar Angpt14 blijkt nog belangrijker dan dat. Zonder dit eiwit wordt verzadigd vet een dodelijk gif.
Dat ontdekten Sander Kersten van de afdeling Human Voeding en zijn collega-onderzoekers. In hun onderzoek gaven ze muizen die het eiwit niet aanmaken, voeding met veel verzadigd vet. 'De dieren ontwikkelden in de loop van enkele weken ernstige ontstekingen en gingen uiteindelijk dood', vertelt de onderzoeker. Kersten en collega's publiceerden hun bevindingen in het gezaghebbende tijdschrift Cell Metabolism, dat eind november verscheen.
Het onderzoekswerk ging echter verder dan dat. Constaterend dat de afwezigheid van Angpt14 grote gevolgen heeft, wilden de onderzoekers vervolgens weten hoe dat op cel- en moleculair niveau in zijn werk ging. Hun speurwerk bracht aan het licht dat er een onderscheid was tussen het effect van 'gewone' verzadigde vetten en een kleiner type vet, de zogenaamde middellange keten vetten.
Enorme vetconcentraties
Terwijl de muizen die gewone verzadigde vetten te eten kregen doodziek werden, bleven de muizen die de middellange keten vetten aten gezond. Het verschil tussen de twee typen vetten zit volgens Kersten vooral in de opnameroute: 'De klassieke verzadigde vetten worden in de darm verpakt in een soort eiwitjasje en gaan via de lymfevaten naar het bloed. De middellange keten vetten worden niet verpakt en gaan direct het bloed in.' De onderzoekers vermoedden toen dat het lymfesysteem een sleutelrol speelde in het ontstaan van die ontstekingen.'
Microscopisch onderzoek naar de ontstoken lymfeklieren leverde een verrassend beeld op. Kersten wijst op een microscopische foto van een ontstoken lymfeklier: 'Deze enorme cellen konden we in eerste instantie niet thuisbrengen. Kijk, je kunt zien dat ze met iets gevuld zijn, dat is vet.'  Het team ontdekte dat de grote cellen gefuseerde macrofagen waren. Macrofagen zijn witte bloedcellen die gespecialiseerd zijn in het opeten van bijvoorbeeld bacteriën. In dit geval versmolten ze door de enorme vetconcentratie die de lymfeklieren passeerde en aten ongeremd vet. Dit veroorzaakte een ontsteking. 'De ontstoken lymfeklier zit vol met deze zogenaamde schuimcellen, en dit was het begin van de ontstekingscascade, die uiteindelijk volledig uit de hand liep', zegt Kersten. 'De rol van het Angptl4 eiwit is nu veel duidelijker: het voorkomt dat macrofagen zich vol eten aan vet en remmen zo de ontstekingsreactie.'
Groot belang
Hoewel onverzadigde vetten ook via de lymfe naar het bloed worden getransporteerd veroorzaken ze verrassend genoeg geen ontstekingsreactie. Dit heeft volgens Kersten te maken met het stimulerend effect van deze vetten op de aanmaak van het beschermende Angptl4 eiwit. Daarnaast leidt de opname van onverzadigd vet door macrofagen niet tot een ontstekingsreactie.
Volgens Kersten is zijn onderzoek van groot belang voor de mens, want ook mensen hebben het Angptl4 eiwit, wat hen, net als bij muizen, beschermt tegen verzadigd vet. Ongeveer drie procent van de bevolking heeft echter slechts de helft van de normale activiteit en bij één op de tienduizend mensen is het eiwit volledig inactief. 'Voor hen zou een dieet arm aan verzadigd vet geschikt zijn.'

Re:ageer