Organisatie - 1 januari 1970

Dode kraaien als ‘laatste redmiddel’

Op biologisch proef- en leerbedrijf Droevendaal in Wageningen hangen dode kraaien aan stokken in het maïsveld. Een laatste – vergeefse - poging om te voorkomen dat levende kraaien de boel overhoop halen.

Bedrijfsleider Andries Siepel zit er een beetje mee in zijn maag. Kraaien hebben al twee keer eerder net ingezaaide maïsveldjes vernield. 'Het verdient geen schoonheidsprijs', reageert hij. 'Maar we hebben nu al voor de derde keer maïs gezaaid en dit is echt het laatste redmiddel. Ze trekken er alles uit. Het is pure vernielzucht. Als ze de maïs nou nog opaten, maar ze doen het nergens voor. Ja, om ons te pesten.'
Volgens drs. Hugh Jansman van Alterra heeft het ophangen van dode kraaien geen zin. 'Het zijn superslimme dieren. Als ze iets nieuws zien kijken ze even de kat uit de boom, maar daarna komen ze rustig weer terug.' Een proefbedrijf met een voorbeeldfunctie zou zo’n achterhaalde methode niet moeten toepassen, meent de onderzoeker. ‘Ik vind het geen zalig idee om straks weer overal dode kraaien aan palen in het agrarisch landschap aan te treffen.’
De dode kraaien helpen inderdaad nauwelijks, erkent Siepel. 'Maar je probeert wat. We hebben roodwitte linten opgehangen, maar dat werkte niet. En voor een gaskanon kregen we geen vergunning.' Het afschieten van de kraaien is ook niet aantrekkelijk, vindt Siepel. 'Het is duur, en een jager op de hoek van de akker, dat is toch geen gezicht.'
'Hij zit in een lastig parket', besluit Jansman. / MW

Re:ageer