Organisatie - 7 februari 2008

‘Docent begeleiden nu veel meer studenten’

Piet Looise.
Piet Looise.

Foto: .

Na dertig jaar docent economie te zijn geweest bij Van Hall Larenstein, nam Piet Looise vorige week afscheid van de hogeschool. Looise gaf economieonderwijs aan internationale studenten bij verschillende mastercursussen. Hij begon in 1977 na een baan bij de voedsel- en landbouworganisatie van de VN, bij de tropische landbouwschool in Deventer. Vanaf 1979 werkte hij zes jaar bij Van Hall in Leeuwarden, waarna hij terugkeerde naar Deventer en twee jaar geleden meeverhuisde naar Wageningen.

Welke ontwikkeling in dertig jaar onderwijs vindt u het indrukwekkendst?
‘Vroeger was je vak een eigen, afgeronde eenheid. Collega’s wisten eigenlijk van elkaar niet wat ze deden, en studenten moesten er zelf een geheel van zien te maken. Nu worden vakken meer bij elkaar ingeschoven rondom modules en thema’s. Deze grotere samenhang is over het algemeen wel een verbetering.’

Wat bevalt u minder?
‘Het contact tussen docenten en studenten is veel minder geworden. Door de middelen die het hbo krijgt, moeten docenten nu veel meer studenten begeleiden, terwijl de beschikbare uren zijn teruggelopen. Die ontwikkeling is snel gegaan. Leermethoden als extensivering zijn mede geboren uit nood. Maar studenten leren om zelf dingen uit te zoeken, moet niet leiden tot studenten die het zelf maar moeten uitzoeken.’

Wat is er veranderd in het internationale onderwijs?
‘Eigenlijk verbaast het me dat we het internationale onderwijs nog steeds degelijk kunnen neerzetten. Dat wordt nog altijd redelijk georganiseerd vanuit het Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs. En de diplomacursussen van vroeger zijn opgewaardeerd naar internationale masteropleidingen. Wel had ik verwacht dat het onderwijs in samenwerking met ontwikkelingsorganisaties en buitenlandse instituten en universiteiten naar de gebieden zelf zou zijn verplaatst. Daar is het nooit van gekomen. Maar studenten doen nu wel standaard een maand veldwerk in het land van herkomst.’

En nu op uw lauweren rusten?
‘Ik blijf actief. Ik zit sinds zes jaar al voor vijftig procent in de VUT, en ik kan het iedereen aanraden om rustig af te bouwen. Ondertussen ben ik al een paar keer naar India geweest voor PUM, een organisatie die senior experts uitzendt naar ontwikkelingslanden. Ook doe ik advieswerk voor een bedrijfje dat het Nederlandse en Oost-Afrikaanse bedrijfsleven in de agribusiness bijeen wil brengen.’

Wat zult u het meest missen?
‘Ik had altijd veel plezier in de omgang met internationale studenten. Dat zijn vaak interessante mensen met leuke levensverhalen, daar is veel van te leren. Andere culturen zijn fascinerend.’

Re:ageer