Student - 29 maart 2007

Dobberen tussen de bultruggen

Freya Adamczyk, masterstudente Biologie aan Wageningen Universiteit, verbleef vorig jaar twee maanden op de Filippijnen om bultrugwalvissen te fotograferen. In een bootje dat drie keer zo klein is als een volwassen walvis ging ze dagelijks de zee op.

589_nieuws.jpg
‘Bultruggen trekken vanuit Alaska naar het zuiden om te paren en hun jongen te krijgen. Een deel stopt al rondom Japan, de rest trekt door naar de Filippijnen. Daar eten ze niks meer, totdat ze weer terug zijn in Alaska. Ik verzamelde voor het Wereld Natuur Fonds gegevens over de bultruggen rondom de Filippijnen.
Elke dag ging ik met drie onderzoekers en een bootman de zee op, op zoek naar de walvissen. Vaak konden we ze al van twee kilometer afstand zien door de waternevel van hun ademhaling. Ik fotografeerde de onderkant van hun staarten. Daar staat een uniek zwartwit vlekkenpatroon op. Door de foto’s van individuele walvissen te koppelen aan de locatie krijgt het WNF zicht op de migratie van de bultruggen en de populatie rond de eilanden. Het was soms wel moeilijk om de staarten te fotograferen. Ze zijn alleen zichtbaar als de bultruggen diep gaan duiken, maar moeders met kalven duiken niet diep.
We naderden de bultruggen tot dertig meter afstand, maar soms waren we dichterbij dan we dachten en zwommen ze plotseling naast ons. Vooral nieuwsgierige kalven kwamen dichtbij. Maar ze zijn heel voorzichtig. Ons bootje was vier meter lang en één meter breed, ongeveer net zo groot als een kalf van een walvis. Maar ik was niet bang dat onze boot om zou slaan. Het was supergaaf om zo dichtbij ze zijn. Als we mazzel hadden, maakten ze ook nog een sprong in de lucht.
Ik woonde met het hele team bij een Filippijns gezin op een klein onbekend eiland. Toeristen komen er nauwelijks. Omdat het zo mooi en ongerept was, vond ik het moeilijk om te zien dat de eilanders zelf illegale praktijken uitvoerden. Ze gebruiken in de baai explosieven om oud ijzer van scheepswrakken los te krijgen. Dat verkopen ze op het vaste land. Nog erger is het gebruik van dynamiet om mee te vissen. Daar gaan niet alleen de vissen van dood, maar ook het koraal raakt zwaar beschadigd.
Op het eiland spraken ze nauwelijks engels. Dat was wel lastig. En de mensen vonden mij heel interessant omdat ik daar de enige blanke was. Kinderen riepen altijd mijn naam en wilden me aanraken, ook als ik lag bij te komen in de hangmat. Maar de mensen zijn wel superaardig. Ik kreeg altijd kokosmelk van de schoonmaakster als ik bij haar op bezoek ging.’

Re:ageer