Wetenschap - 1 november 2001

Divers kenniseenhedennieuws

Gemengde reacties op benoeming directieraden

De benoeming van de directies van de kenniseenheden heeft gemengde reacties opgeroepen. Bij de medezeggenschapsorganen van de kenniseenheden Dier, Maatschappij en Groene ruimte is kritisch gereageerd op de benoemingen. Plant en Agrotechnologie en voeding zijn enthousiaster.

Bij Plant Research International is de benoeming volgens dr Cees Grashoff goed gevallen. "Wij zijn als ondernemingsraad enthousiast over de benoemde personen." Opmerkelijk, want het grote Plant Research International heeft geen directeuren geleverd voor de directie. De directeuren prof. Martin Kropff en prof. Evert Jacobsen werken voor de universiteit, dr Tini Colijn voor het praktijkonderzoek. Grashoff: "We hebben als medezeggenschap gekeken naar de competenties, niet naar de bloedgroepen. Bij de medewerkers van het oude CPRO zijn sommigen ongelukkig met de uitkomst. Daar hebben ze altijd dr Nic Hogenboom gehad als directeur, maar ik kom uit een instituut dat bij de fusie tot Plant Research International ook niet was vertegenwoordigd in het management en wij hebben gezien dat het uiteindelijk aankomt op de aanstelling van de juiste mensen. Niet of jouw bloedgroep voldoende is vertegenwoordigd."

Ook bij Agrotechnologie en voeding is de benoeming van de directieraad goed gevallen. OR-voorzitter van ATO Henry Boerrigter: "De individuele kandidaten zijn zeer geschikt, en wij denken dat ze elkaar goed aanvullen in het team. Ik ben ook blij dat wij met Sanders iemand van buiten hebben. Dat geeft toch een impuls aan de vernieuwing. Als ik kijk naar de andere kenniseenheden, dan denk ik: zo slecht is het niet gelopen. Met de personen is niks mis. Het is wel zo dat die hele kenniseenheid bij ons niet erg leeft, de meeste mensen zijn bij ons argwanend. Er is tot nu toe verbijsterend weinig gebeurd. Het is ons nog steeds niet duidelijk hoe die meerwaarde waar telkens over gepraat wordt tot stand komt."

De onderdeelcommissie van het departement Omgevingswetenschappen heeft negatief geadviseerd over de benoeming van de directieraad. De commissie vindt dat de vier directeuren te weinig ervaring hebben in het onderwijsmanagement. Voorzitter Matsen de Wit: "En dat is bij ons een gebied waar veel problemen zijn." De onderdeelcommissie is verder gevallen over de gevolgde procedure. Nadat er bij de universiteit geen hoogleraar was gevonden die voltijds directeur wetenschap wilde worden, heeft de raad van bestuur prof. Herman Eijsackers en prof. Johan Bouma gevraagd die vacature samen te vervullen. Andere belangstellenden zijn volgens de onderdeelcommissie niet in de gelegenheid gesteld om de baan in deeltijd te vervullen. "Wij weten van minstens ??n hoogleraar die dat wel had gewild. De ondernemingsraad van Alterra deelt de kritiek op de gevolgde procedure, maar heeft wel positief geadviseerd over de benoeming. De OR van Alterra vond de procedure geen reden om negatief te adviseren.

De medezeggenschapsorganen van de kenniseenheid Dier zijn kritisch over de benoeming van de directieraad. Zij verwijten de directeuren dat zij tot nu toe te weinig vaart hebben gezet achter de vorming van de kenniseenheid. Bij het Praktijkonderzoek Veehouderij is volgens onderzoeksdirecteur Wim Hanekamp teleurgesteld gereageerd op de directieraad, die geen vertegenwoordiger kent uit het praktijkonderzoek. "Het is jammer dat er niemand in de directieraad zit die het praktijkonderzoek van binnenuit kent. De meeste medewerkers zijn er trouwens ook niet mee bezig. De kenniseenheid staat ver van hen af. De houding is een beetje: wat moeten wij met Wageningen en ID-Lelystad?" Hanekamp had graag gezien dat de directieraad was uitgebreid met een vierde lid, maar daarover kon de raad van bestuur geen overeenstemming bereiken met de centrale ondernemingsraad van DLO. | K.V.

Zie ook pag 3: Twijfel over de zin van kenniseenheid Maatschappij

Re:ageer