Organisatie - 1 januari 1970

‘Dit zorgt voor minder gedoe op de werkvloer’

Wageningen UR krijgt minder directeuren en de directeuren die overblijven, gaan vaker samen vergaderen. Bestuursvoorzitter Aalt Dijkhuizen wil zo een einde maken aan de koninkrijkjes die de kenniseenheden werden, en wil een gezamenlijk bestuur voor Wageningen UR.

Wat was er mis met het oude model?
,,Wageningen UR zit nu in een volgende fase. Er is al veel bereikt, met deze maatregel willen we nog een stap verder zetten. We willen versnippering tegengaan, ons met kracht naar buiten richten en de kwaliteit die we hebben efficiënter benutten. Wij constateren dat onze interne structuur ons daarin soms belemmert. Het duurt vaak lang voordat we besluiten nemen. En wij merken dat we één onderwerp aan veel verschillende vergadertafels bespreken. De algemeen directeuren van de kenniseenheden vergaderen in de groepsraad. Maar daarnaast overleggen de directeuren management in hun eigen overleg, net als de directeuren wetenschap. We hebben te veel parallelcircuits.’’

Waarom wordt dat beter met het nieuwe model?
,,Wij willen een maximale focus op de buitenwereld, en meer ruimte voor het primaire proces. De versimpeling van de bestuursstructuur is een middel om dat te bereiken. In de nieuwe structuur wordt alles besproken aan één tafel. De directeuren zullen elke twee weken vergaderen in een groepsraad nieuwe stijl. Daar worden de besluiten genomen die de randvoorwaarden vormen voor het beleid van de directeur bij zijn eigen eenheid. Het sterke punt van die vergadering moet zijn dat we voortdurend vanuit de concerngedachte opereren. Niet de belangen van één eenheid, maar van het totaal staan voorop. We moeten voorkomen dat er schotjes komen te staan tussen onze verschillende onderdelen.
Verder wordt de structuur simpeler. Eén directeur is verantwoordelijk, en dus aanspreekbaar op de resultaten. Die heldere verantwoordelijkheden trekken we ook door in het overleg. Het is niet de bedoeling dat we blijven praten tot we consensus bereiken. Als we er met zijn tienen niet uitkomen, neemt de raad van bestuur het onderwerp terug en hakt het de knoop door.
Wat ik ook een sterk punt vindt van de nieuwe structuur zijn de adviesraden die we naast de nieuwe bestuursraad willen opzetten. De wetenschappelijke adviesraad bijvoorbeeld kan los van de dagelijkse praktijk nadenken over de kennis die Wageningen UR over vijf jaar nodig heeft. Als de directeuren wetenschap nu bijvoorbeeld vergaderen over de prioriteiten voor de komende jaren, zullen zij ook rekening moeten houden met financiële belangen. ‘Ik moet honderd man in de lucht houden, laat ik dat toch maar prioriteit noemen.’ De nieuwe wetenschappelijke adviesraad kan nadenken over de wetenschappelijke uitdagingen, los van financiële perikelen. Ook van andere kanalen, denk aan de onderwijsraad en vivre-projecten, verwachten we een doorwrochte input vanuit de inhoud, zonder zorg. Want het is erg belangrijk dat de bestuursraad goed gevoed wordt.’’

Wat zal een medewerker van de maatregelen merken?
,,Helderheid over beslissingen en verantwoordelijkheden. Je zal niet meer op allerlei niveaus hoeven te knokken voor je belangen, want je weet wie de besluiten neemt. Dat zorgt dus voor minder gedoe op de werkvloer.’’

Managers die een nieuwe post krijgen, andere managementstructuren in de kenniseenheid. De komende maanden zal er door het besluit juist meer gedoe zijn, toch?
,,Waarom? Nee hoor. Dit wordt geen kwestie van maanden. 15 mei is het plan klaar. Wij hopen dat de medezeggenschap in juni besluiten neemt. Dan zijn we na de zomer klaar.’’


Zijn de maatregelen een teken dat de kenniseenheden onder uw voorganger Cees Veerman te gehaast zijn opgezet?
,,Nee, dat mag je zo niet zien. We laten de bestaande de structuur niet los. De kenniseenheden blijfven overeind. Wel zijn we al werkende op problemen gestuit, die lossen we op. Maar de basis blijft hetzelfde, die biedt echt goede mogelijkheden om de kracht van Wageningen UR tot uitdrukking te brengen. Dus daar willen we ook niet van af.’’

De algemeen directeur van de kenniseenheid wordt in zijn eentje verantwoordelijk voor zijn eenheid. Trekt u die lijn door in de raad van bestuur, en krijgt de voorzitter ook daar meer te vertellen?
,,Ja, in zekere zin wel. We blijven natuurlijk met zijn drieen het bestuur vormen, maar als de raad van bestuur intern verdeeld is, dan heeft de voorzitter het laatste woord. Dat is nu ook al zo, maar we hebben dat wat sterker aangezet. Verder hebben we aandachtsgebieden verdeeld. De directeuren van de eenheden gaan de voortgang van beleid rapporteren aan de raad van bestuur. De kenniseenheden zullen dat doen bij de voorzitter. De rector neemt uiteraard de kwaliteit van onderwijs en onderzoek onder zijn hoede, samen met Van Hall Larenstein en het IAC. De vice-voorzitter krijgt de wettelijke onderzoekstaken (o.a. Rikilt en CIDC red.) en de Wageningen Business school.’’ |
K.V.

Re:ageer