Wetenschap - 1 januari 1970

Dimdammen over het klimaat

Het klimaatdebat lijkt wel een welles-nietesspelletje. Alarmisten spreken al over Utrecht aan Zee, terwijl sceptici beweren dat er helemaal geen klimaatverandering ís. Daar tussenin zitten de klimaatwetenschappers die graag hun genuanceerde verhaal vertellen. Maar hoe zorgen ze dat er naar hen wordt geluisterd? Klimaatwetenschappers en journalisten debatteerden op 28 april bij het KNMI over deze vraag.

‘Wat nou, klimaatverandering? Begin mei merkten we pas iets van de lente, daarvoor was het stervenskoud. Niks opwarming.’ Het is gewoon een alledaagse gedachte, herkenbaar voor iedereen die half april zijn winterjas wel zat was. Maar ook een gedachte die in één klap helder maakt waarom klimaatwetenschappers zoveel moeite hebben om het grote publiek ervan te overtuigen dat de aarde opwarmt.
Kijk naar de wateroverlast in Nederland. In 1993 en 1995 werden we opgeschrikt door rivierdijken die bijna doorbraken, maar inmiddels is niemand meer bang. Klimaatsverandering is een onderwerp dat alleen de aandacht trekt als er iets spectaculairs te melden valt. Een apocalyptische film als The Day After Tomorrow trekt wel mensen naar de bioscoop. Maar dit Hollywoodproduct over orkanen, overstromingen en een nieuwe ijstijd stelt de veranderingen weer zo extreem voor, dat het niet serieus te nemen is.
Voor klimaatwetenschappers is het een probleem dat de klimaatverandering alleen in het nieuws komt als er een ramp gebeurt, als een wetenschapper een doemscenario schetst (zie ‘Nederland onder water’), of als een journalist schrijft dat het Kyoto-protocol op los zand is gebaseerd (zie ‘De hockeystick’). Daardoor raakt het genuanceerde en door de meerderheid van de wetenschappers gesteunde verhaal - namelijk dat het klimaat verandert en dat dit voor elk land en elke regio andere gevolgen heeft - ondergesneeuwd. Wat beklijft, is de tegenstelling tussen de doemscenario's en het schouderophalen.

Stront aan de knikker
Maar waarom komt het klimaat telkens op zulke tegenstrijdige manieren in de media? Natuurlijk heeft de journalistiek boter op het hoofd. Zoals wetenschapsjournalist Govert Schilling zei tijdens de bijeenkomst bij het KNMI: 'Het is leuker als er stront aan de knikker is.' En Hein Hansen van Nova maakte duidelijk dat een genuanceerde boodschap over klimaat niet interessant is voor televisiemakers.
Maar het ligt breder. Communicatieadviseur Ad Pilgram van het Platform Communication on Climate Change dat de bijeenkomst organiseerde, noemde vier problemen. De klimaatmodellen die laten zien hoe het staat met de klimaatverandering bevatten onzekerheden, wat leidt tot discussies in de wetenschap en twijfel bij het grote publiek. Het klimaat is niet urgent in tijden van internationaal terrorisme, misdaad en immigratieproblemen. Ondanks het feit dat de volledige Nederlandse regering achter de boodschap van de klimaatverandering staat, is er niet één politieke leider die het klimaat op de politieke agenda zet. En de politieke besluitvorming rondom het klimaat is zo ondoorzichtig dat je je moet afvragen of de Verenigde Naties wel de juiste organisatie zijn om die te leiden.
Van deze vier problemen is het gebrek aan harde data en bewijzen wel het grootste. Er is een brede consensus onder klimaatwetenschappers en er zijn modellen genoeg. Maar een model is geen werkelijkheid. Dus, zoals Hans Labohm, gastonderzoeker bij Clingendael, publicist en erkend klimaatscepticus het zei: 'Als modellen niet in staat zijn de werkelijkheid te vangen, waarom zou je dat beeld dan propageren?' En als meerdere wetenschappers zulke boodschappen brengen, is het logisch dat het grote publiek gaat twijfelen aan zowel het klimaatbeleid als de klimaatwetenschap.

Criticus genegeerd
Dat genuanceerde klimaatwetenschappers in een lastige positie zitten, blijkt onder meer uit hun nogal allergische reacties op kritiek. Klimaatscepticus Labohm werd tijdens de bijeenkomst bij het KNMI door menigeen genegeerd, en door Pilgram zelfs ronduit gekleineerd. En wetenschapsjournalist Marcel Crok presenteerde zijn kritiek op het Intergovernmental Panel on Climate Change (zie ‘De Hockeystick’) in een bijna vijandige omgeving.
Klimaatwetenschappers zitten in de klem. Aan de ene kant willen ze de wereld graag laten weten dat de aarde opwarmt, het weer extremer en onberekenbaarder wordt en de zeespiegel stijgt. Aan de andere kant zijn ze huiverig voor bangmakerij, want wetenschappers zijn voorzichtig en serieus. En daarnaast is er de onzekerheid, het gebrek aan keiharde bewijzen, en de manier waarop deze twijfel wordt uitvergroot door het gekissebis tussen alarmisten en sceptici.
Maar misschien moeten de klimaatwetenschappers ook eens bij zichzelf te rade gaan. Toen Hansen vroeg waarom er na de tot 1500 verontrustende mailtjes leidende televisie-uitzending (zie ‘Nederland onder water’) geen weerwoord kwam vanuit de klimaatwetenschap, antwoordde Roderik van der Wal van Universiteit Utrecht doodleuk: 'Omdat jullie ons niets gevraagd hebben'. Rob van Dorland van het KNMI nuanceerde dat gelukkig. Volgens hem proberen ze bij het KNMI wel naar buiten te treden met de genuanceerde klimaatboodschap, maar is daar weinig mankracht voor. 'Het kost gewoon tijd', aldus Van Dorland.
Tijd. Hebben we die wel? Volgens de alarmisten niet, want over dertig jaar staat Nederland onder water. Volgens de sceptici wel, er is immers niets aan de hand. Welles nietes.

Martin Woestenburg

De hockeystick
De discussie rondom de grafiek die de hockeystick heet, is een mooi voorbeeld van hoe wetenschappelijke argumenten het onderspit delven. De hockeystick is een verzameling van grafieken die allemaal aangeven dat de wereldtemperatuur sinds 1900 steeds sneller stijgt. De gangbare verklaring daarvoor luidt dat de mens steeds meer fossiele brandstoffen is gaan gebruiken.
De hockeystick wordt gebruikt bij de eerste rapportage van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), en vormt de basis voor het Kyoto-protocol, waarin landen wereldwijd afspraken maken over het terugdringen van het broeikaseffect.
In februari 2005 komt er wetenschappelijke kritiek op het eerste onderzoek dat in een hockeystickgrafiek resulteerde, dat van Michael Mann en zijn collega's uit 1998. Stephen McIntyre en Ross McKitrick schrijven in het wetenschappelijke tijdschrift Geophysical Research Letters, dat zij het onderzoek van Mann niet konden reproduceren. In Nederland pakt het magazine Natuurwetenschap & Techniek groot uit met deze kritiek. 'Bewijs achter Kyoto deugt niet', kopt wetenschapsjournalist Marcel Crok.
Mann ging nauwelijks op de wetenschappelijke argumenten van McIntyre en McKitrick in, maar schilderde hen af als wetenschappers van lager allooi met een geschiedenis in de petrochemische industrie. En ook Wageningse klimaatonderzoekers reageerden lauw op de kritiek. Meteoroloog prof. Bert Holtslag vond het een voorbeeld van opgeklopte berichtgeving die contraproductief werkt. 'Waar mensen moe van worden zijn de schreeuwerige koppen', stelde hij in Wb. 'Neem het Financieele Dagblad: Horrorscenario klimaat berust op fout.'
De grote verliezer is bij deze discussie het grote publiek, en de grote onmachtige is de klimaatwetenschapper. De discussie over de hockeystick was - en is - een interne wetenschappelijke discussie tussen klimaatwetenschappers die het oneens zijn, en daar is niets mis mee. Door de berichtgeving eromheen krijg je als leek echter het beeld dat de wetenschappers het niet weten, en dat is bij een toch al met twijfels en onzekerheden omhuld onderwerp als de klimaatverandering geen handige boodschap.

Nederland onder water
'Het gaat gebeuren tussen 2020 en 2040', zegt paleoklimatoloog Hein Kroon van de Vrije Universiteit op 12 januari 2005 in een reportage van Nova. 'Dan gaat de zeespiegel stijgen, omdat de ijskappen gaan smelten.' In de televisie-uitzending zijn de beelden van pratende wetenschappers versneden met die van afbrokkelende ijsschotsen en animaties van overstroomd Nederland, waar Utrecht in 2030 ineens aan zee ligt.
Hein Hansen van Nova maakte deze reportage omdat op 16 februari het verdrag van Kyoto zou worden ondertekend. Dat verdrag is volgens de wetenschappers in de reportage en oud-milieuminister Pieter Winsemius in de studio lang niet voldoende om de dreigende gevolgen van de klimaatverandering op te vangen. De verontrustende boodschap leidde volgens Hansen tot vijftienhonderd bezorgde mailtjes aan de redactie.
Hansen ging voor de reportage op zoek naar wat hij noemt 'een wetenschapper die het op scherp wilde zetten'. Dat kostte enige moeite, maar hij vond Kroon. Doel was het Kyoto-protocol onder de aandacht te krijgen, en dat is volgens Hansen gelukt.
De klimaatwetenschappers op de bijeenkomst in het KNMI vonden de reportage te ongenuanceerd, en de beelden van afbrokkelende ijsschotsen demagogisch. 'Die brokkelen altijd af, want op een andere plek groeien ze weer aan', aldus Roderik van der Wal van Universiteit Utrecht. Hansen gaf toe dat de ijsschotsen er waren om het effectbejag. 'Klimaat is geen sexy onderwerp voor televisie', zei hij. Dus dat moet je sexy maken.

Re:ageer