Wetenschap - 9 november 2006

Dikkere wormen door drijfmest

In grasland dat is behandeld met drijfmest komen minder, maar wel dikkere regenwormen voor dan in met stalmest bemeste of onbemeste percelen. Het is nog de vraag wat dit betekent voor de weidevogelstand.

12_nieuws.JPG
12_nieuws.JPG

Foto: .

‘Er wordt wel gedacht dat bemesting, en dan vooral met stalmest, goed is voor wormen, de voornaamste voedselbron voor weidevogels,’ vertelt dr. Ron de Goede, onderzoeker bij de leerstoelgroep Bodemkwaliteit. ‘Uit dit langlopende experiment blijkt echter dat het gebruik van stalmest op beheersgrasland geen significante invloed heeft op de regenwormproductie. Bij drijfmest kreeg je duidelijk minder wormen, ook in biomassa, maar de wormen waren wel dikker. Wat dit betekent voor weidevogels weet ik niet.’
De Goede is medeauteur van een artikel over de langetermijneffecten van bemesting op het voorkomen van regenwormen in beheersgraslanden, dat vorige week verscheen in het tijdschrift Pedobiologia. Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau Altenburg & Wymenga in opdracht van Staatsbosbeheer. ‘Zij hebben een reeks proefvakken bemonsterd op regenwormen in de Hempensermeerpolder in Friesland. De waarnemingen lopen van 1982 tot 1990 en zijn nog eens herhaald in 2005.’
In de veldexperimenten zijn drie bemestingsregimes vergeleken: geen bemesting, toepassing van drijfmest en toepassing van stalmest. Opmerkelijk is volgens De Goede vooral dat er over zo’n lange termijn geen grote verschillen in wormbiomassa gevonden worden tussen onbemeste en met stalmest behandelde proefvakken, terwijl geïnjecteerde drijfmest wel een duidelijk effect heeft op de wormenproductie. Dit kan volgens hem te maken hebben met verschillende effecten op de drie ecologische groepen wormen die onderzoekers vaak onderscheiden: de wormen in de bovenlaag (‘strooiseleters’), de dieper levende wormen (‘de grondeters’) en de wormen die in permanente gangenstelsels leven en organisch materiaal de grond intrekken (‘de pendelaars’). / Gert van Maanen - foto Ron de Goede

Re:ageer