Wetenschap - 1 januari 1970

Dijkhuizen wil betere beloning voor prestaties

Dijkhuizen wil betere beloning voor prestaties


‘Meer studenten betekent ook meer budget’

Deze week presenteerde de raad van bestuur het eerste gecombineerde
ondernemingsplan van universiteit en DLO samen onder het motto ‘ruimte voor
kwaliteit en ondernemerschap.’
Kernpunten uit het plan: Wageningen UR wil een aantrekkelijker werkgever
worden en meer naar buiten gericht zijn. Prestatie gaat beter beloond
worden.

Bestuursvoorzitter Aalt Dijkhuizen ,,We moeten de komende jaren voordeel
halen uit wat we in gang hebben gezet. Je hebt gezien hoe lang het duurt
voordat je een nieuwe organisatie opbouwt. Daar zijn we een jaar of vier
vijf mee bezig geweest. Het is een illusie om te denken dat je nu ineens
binnen vier vijf maanden eruit haalt wat erin zit. Dat kan ook nog wel een
paar jaar duren. Maar we hebben een goede uitgangspositie en die gaan we
verder uitbouwen.’’
De komende jaren komen er geen grootscheepse nieuwe reorganisaties als het
aan Dijkhuizen ligt. ,,Mensen moeten weer naar het werk kunnen voor het
echte werk: onderwijs en onderzoek. Niet voor vergaderingen over
herstructureringen.’’ De bezuinigingen die het vorige kabinet heeft
aangekondigd moeten op een andere manier te verwerken zijn. ,,We hebben het
over maximaal 100 arbeidsplaatsen. Als elke leerstoelgroep zorgt dat er
voor één plaats extra projecten worden binnengehaald zijn we er ook. Als je
gaat reorganiseren moet je al snel voor 150 arbeidsplaatsen bezuinigen
omdat je ook ruimte moet maken voor een sociaal fonds en dat legt dan een
nog grotere druk op de organisatie Wij zullen er alles aan doen om te
voorkomen dat dat nodig is.’’

Wat zijn volgens u de belangrijkste punten uit het plan?
,,Nummer één: de mens centraal! Onze medewerkers zij immers ons grootste
goed. Twee, we moeten meer naar buiten gekeerd worden, voor ons onderzoek
moeten we beter weten wat de klant wil en - in het onderwijs - waar
studenten op zitten te wachten. Drie, we moeten blijven werken aan de
veranderende relatie met onze belangrijkste klant, het ministerie van LNV.
Vier, we gaan met internationalisering een nieuwe fase in. In het onderwijs
zijn we al heel ver, in het onderzoek hebben we meer stappen te maken. We
gaan de komende jaren in ieder geval ons internationale netwerk versterken
en uitbouwen. Wellicht moeten we er voor kiezen om in een aantal regio’s,
bijvoorbeeld in Centraal Europa, ook fysiek aanwezig te zijn. Je kunt dan
inderdaad denken aan dependances en proefbedrijven. Alleen als je zelf
aanwezig bent weet je echt wat er speelt. De komende jaren willen we de
mogelijkheden voor vestigingen buiten Nederland gaan onderzoeken. Als punt
vijf wil ik de nieuwbouwplannen noemen. De nieuwbouw gaat een grote impact
hebben op Wageningen UR. Het wordt een geweldige kwaliteitsslag voor ons
onderwijs en onderzoek. Dat zal de komende jaren sterk inkleuren. Ik vind
dat we best trots mogen zijn dat wij deze vernieuwing van de grond krijgen.
Punt zeven is de belangrijke stap die we zullen zetten door de integratie
met Van Hall/Larenstein. Dat moet nieuwe mogelijkheden in het onderwijs van
alle partijen bieden, kennisdoorstroming bevorderen en – natuurlijk -
kostenvoordelen realiseren. We zullen daar echt werk van maken en het biedt
geweldige kansen.
Als laatste zou ik noemen het nieuwe financieringsmodel voor de
universiteit. We gaan ook voor het cursorische onderwijs outputfinanciering
toepassen. Het onderwijsbudget zal dus verdeeld worden op basis van
studentenaantallen en onderwijsinspanningen. Groepen die meer studenten
weten te interesseren voor hun onderwijs krijgen dus meer geld. Kwaliteit
zal zich betalen. Groepen hebben er met het nieuwe model ook direct belang
bij om studenten binnen te halen. Meer studenten betekent ook meer
budget.’’
Vier jaar geleden is de universiteit juist van de outputfinanciering
afgestapt omdat het te veel concurrentie tussen leerstoelgroepen zou
zorgen. Waarom wilt u nu het oude model terug?
,,Terugkijkend moet je constateren dat het model dat we nu hebben te veel
onduidelijkheden oplevert. Er waren steeds discussies of wij het geld wel
eerlijk verdeelden. Verder was er te weinig ruimte voor ondernemerszin. Met
het nieuwe model willen we dat ondervangen. Het wordt een transparant model
dat aan iedereen is uit te leggen. Vooraf zullen we vaststellen hoeveel
geld er beschikbaar is voor onderwijs. Op basis van de studentenaantallen
en het gegeven onderwijs rekenen we achteraf uit wat een ieder krijgt. Een
commissie onder leiding van Pim Brascamp is op dit moment bezig om
kentallen vast te stellen.’’

Kunt u garanderen dat er geen reorganisaties nodig zullen zijn als u het
geld op die manier gaat verdelen. Groepen met weinig studenten zullen
immers in moeten leveren?
,, Laat ik eerst zeggen dat verhalen die nu rond gaan over bezuinigingen
van twintig procent bij bepaalde delen van de universiteit merkwaardige
geruchten zijn. We hebben immers nog geen model vastgesteld dus niemand kan
weten hoe het uit gaat pakken. Waar we het wel over eens zijn is over het
principe. Bedenk ook dat we het bedrag gaan verhogen dat leerstoelgroepen
krijgen voor een proefschrift. Groepen met weinig studenten en veel
promovendi krijgen op die manier dus meer geld.’’
,,Maar inderdaad, het model zal tot verschuivingen leiden. Als de
verschillen met het huidige budget erg groot zijn zullen we dat
geregisseerd aanpakken. We zullen zoeken naar mogelijkheden om personeel
elders in te zetten. Zeker in de basisvakken moet dat kunnen. We hebben dat
tot nu toe op basis van vrijwilligheid geprobeerd. Dat werkt niet. De
directies van de kenniseenheden staat voor honderd procent achter deze
aanpak en we hebben afgesproken dat we de consequenties samen zullen dragen
en uitdragen.’’

U kondigt in het plan ook aan dat opleidingen die drie jaar achter elkaar
minder dan tien studenten trekken geschrapt zullen worden. Stel dat een van
de Wageningse kernopleidingen zoals plantenwetenschappen dat lot zou
treffen, schrapt u die dan ook?
,,Ja, als de studentenstroom blijvend opdroogt is iets blijkbaar geen
kernopleiding. Je kunt niet zeggen dat er grote maatschappelijke
belangstelling is voor een opleiding als er maar een handjevol studenten op
af komt. Ik vind het niet verantwoord als we grote opleidingen moeten
korten om kleintjes in de lucht te houden. We kunnen elke euro maar een
keer uitgeven. Iedereen weet nu de regels, en heeft de kans om alles op
alles te zetten om het voortbestaan van een opleiding zeker te stellen.
Opleidingen die nu minder dan tien studenten trekken, hebben nog twee jaar
de tijd zich te bewijzen.’

In het ondernemingsplan staat dat u een kwart van de financiering van LNV
wilt krijgen in de vorm van basisfinanciering waar u zelf over kunt
beslissen. Hoe denkt u dat los te krijgen in Den Haag?
,,Na de recente aankondigingen van de extra bezuinigingen ligt dat punt
weer sterker op tafel in ons overleg met LNV. Natuurlijk is het niet zo dat
we zomaar geld vragen zonder daar iets tegenover te stellen. Wij willen
samen met het ministerie op zoek naar onderzoeksthema’s waar we samen in
willen investeren. We praten nu met het ministerie over de principes. Zij
zijn ook wel gevoelig voor onze argumenten. Ik heb er het volste vertrouwen
in dat we een overeenstemming kunnen bereiken. ‘’

Korné Versluis

Re:ageer