Wetenschap - 11 april 2002

Dijkhuizen kiest voor groei veehouderij en tegen varkensflats

Dijkhuizen kiest voor groei veehouderij en tegen varkensflats

Kamerleden en wetenschappers in debat over grote boeren, varkens en bejaarden

Politici en wetenschappers debatteerden woensdagavond 27 maart in Amsterdam over de veehouderij in Nederland. Het Rathenau Instituut, dat gevolgen van wetenschap en technologie onder de aandacht van politici wil brengen, dwong Kamerleden keuzes te maken in de dilemma's in de veehouderij. Bestuursvoorzitter van Wageningen UR Aalt Dijkhuizen zocht de nuance.

De zaal in Felix Meritis, waar het debat 'Gescharrel in de polder' werd gehouden, zat vol met zo'n honderdvijftig mensen, ook met Wageningse deskundigen. Peter Vingerling van de Dierenbescherming schetste het angstbeeld van varkensflats. Hij zag varkens in glijbanen van de ene naar de andere verdieping glijden. Onbeperkte schaalvergroting in de landbouw leidt volgens Vingerling onvermijdelijk tot dieronvriendelijke excessen.

Een maximum aan het aantal dieren per bedrijf. Dat is de grens die de overheid moet stellen aan de schaalvergroting in de intensieve veehouderij, als het aan Vingerling ligt. Alleen zo is een respectvolle behandeling van dieren af te dwingen.

"Een botte, weinig intelligente maatregel", oordeelde prof. Aalt Dijkhuizen, voorzitter van de raad van bestuur van Wageningen UR. Een bovengrens aan het aantal dieren zet de sector op slot, zei Dijkhuizen, en leidt tot enorme bureaucratisering. "Als de politiek niet verder komt dan generieke maatregelen dan zou dat wel erg jammer zijn." Hij verwees naar de algemene korting van 25 procent op het mestquotum die toenmalig minister Van Aartsen wilde opleggen aan alle varkensboeren vlak na de varkenspest in 1997. Ook die botte bijl werkte niet volgens Dijkhuizen.

"En hoe had u dat probleem dan wel op willen lossen, toen?" haalde Marijke Vos van GroenLinks fel uit naar Dijkhuizen. Dijkhuizen oogstte applaus met het antwoord dat beleid juist moet inspelen op de verschillen tussen boeren. Iedereen dezelfde maatregel opleggen is zonde, want juist grote boeren die wel rekening houden met milieu of dierenwelzijn komen daardoor in de knel. Wel sprak Dijkhuizen zich uit tegen varkensflats, omdat de veehouderij zich daardoor verder af plaatst van de samenleving, terwijl juist contact daarmee moet zorgen voor de broodnodige licence to produce.

Dijkhuizen kreeg bijval van PvdA'er Harm Evert Waalkens, die zei dat beleid niet om kwantiteit moet gaan als het doel verbetering van de kwaliteit van dierenwelzijn is. Ook Dick Stellingwerf van de ChristenUnie sloot zich aan bij de voorman van Wageningen UR: "Met een groeistop verdwijnt de sector."

Bejaarden

Dr Bert Urlings, tot voor kort directeur voedselveiligheid bij ID-Lelystad, kreeg het zwaarder te verduren. In de discussie over voedselveiligheid stelde hij dat de kans op voedselbesmetting met bijvoorbeeld salmonella bij biologisch vlees veel groter is dan bij gangbaar vlees. Daarom zouden volgens hem mensen die kwetsbaar zijn, bijvoorbeeld bejaarden in een tehuis, geen biologisch vlees moeten krijgen. Urlings: "Er gaan mensen dood in ziekenhuizen. Die mensen hebben geen keuze om zelf te kiezen voor eko of niet. Die keuze moeten wij dus voor ze maken."

"Flauwekul", oordeelde Marijke Vos. Volgens haar is nog helemaal niet bewezen dat bio-vlees onveiliger is. Dat zei ook ethologe dr Francien de Jonge, van zowel Wageningen Universiteit als Universiteit Utrecht. Ander onderzoek wijst volgens haar op het tegendeel van de stelling van Urlings. Bovendien zijn risico's in de veehouderij volgens haar nooit helemaal uit te sluiten. En dat hoeft ook niet, want wie de straat oversteekt, loopt ook een risico. Mensen moeten zelf verantwoordelijkheid nemen: "Je moet het vleeslapje gewoon iets langer braden als je geen salmonella wilt."

Ook Kamerlid Stellingwerf vroeg zich af hoe ver controle op veiligheid kan gaan. "Laatst was ik op een bedrijf waar ik me geheel moest ontkleden voor ontsmetting voor ik naar binnen mocht. Zero tolerance maakt het land onleefbaar."

Grootgraaiers

Wie er moet betalen voor duurder biologisch vlees was onderwerp van de derde stelling van de avond. Oud-Wageninger ir Jeroom Remmers van Natuur en Milieu pleitte voor een belasting op vlees dat niet biologisch is, om zo het prijsverschil op te heffen tussen gewoon en biologisch vlees. De burger wil geen varkensflats, maar kiest als consument in de winkel toch voor het goedkoopste vlees. Een scharreltax vult dat gat op. Volgens Remmers blijkt uit enqu?tes dat de meerderheid van de bevolking voor zo'n belasting is.

Een stap verder, die Remmers ook wel ziet zitten, is een etiket op gangbaar vlees waarop staat dat 'dit dier onder ellendige omstandigheden is gefokt' ? net als de waarschuwing op pakjes sigaretten. Dat is een gruwel voor Sija de Jong van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel, de koepelorganisatie van supermarkten. Zij verdedigde dat het aan de consument is om te kiezen voor biologisch vlees. "Alleen de consument kan een omslag teweegbrengen."

De politici bleken het echter zo langzamerhand gehad te hebben met de passieve houding van het CBL. Vos zei dat waar de markt niet werkt, de overheid moet ingrijpen. Stellingwerf vond dat de supermarkten hun verantwoordelijkheid moeten nemen en de regie over duurzamer vleesproductie in handen moeten nemen. Ook Waalkens vond dat, en noemde de grootgrutters grootgraaiers. Toch was Waalkens niet voor een scharreltax, omdat volgens hem de overheid al genoeg doet door subsidies te geven aan boeren die willen omschakelen van gangbaar naar biologisch.

Joris Tielens

Re:ageer