Wetenschap - 1 januari 1970

Dijkhuizen: dankzij de fusie kunnen we zelf partners kiezen

Dijkhuizen: dankzij de fusie kunnen we zelf partners kiezen

Dijkhuizen: dankzij de fusie kunnen we zelf partners kiezen


Bestuursvoorzitter prof. Aalt Dijkhuizen is vijf jaar na de vorming van
Wageningen UR tevreden over het resultaat. De echte oogst moet nog worden
binnengehaald, maar Wageningen UR staat dankzij de fusie sterk in het
Nederlandse onderzoeksveld, zegt hij.

Hoe kijkt u terug op de beslissing van vijf jaar geleden?
,,Ik denk dat de vorming van Wageningen UR een logische stap was, die op
het juiste moment is gezet. Ik moet er niet aan denken dat we de kans toen
hadden gemist. Dan was Wageningen nu de kleinste universiteit geweest,
waarop alle pijlen zich hadden gericht. Nu zijn we samen de grootste
kennisinstelling. Zonder de fusie hadden we nu bijvoorbeeld het risico
gelopen dat de universiteit opgedeeld zouden worden over verschillende
universiteiten. Een deel naar Utrecht, een deel naar Nijmegen en misschien
nog wat naar Twente. Ik zou dat erg vinden, omdat je dan je gezamenlijke
focus op voedsel en groen kwijt bent. Daarvoor moet je in één organisatie
zitten. Anders raakt de boel versnipperd. Nu kunnen we als grootste
kennisinstelling rustig doorbouwen en zelf onze partners kiezen.’’

Eén van de grote winstpunten die vijf jaar geleden werd voorzien was het
inkrimpen van de bureaucratie. Daarop zou dertig procent bezuinigd moeten
worden. Het centrale bestuurscentrum is de afgelopen vijf jaar flink
gekrompen, maar bij de kenniseenheden is het aantal beleidsambtenaren
nauwelijks afgenomen. Was die dertig procent te optimistisch?
,,Ik ken de nulmeting uit 1998 niet zo goed, en ik weet dus ook niet of we
die dertig procent ook echt gehaald hebben. Het is wel zo dat we een stap
in de goede richting hebben gezet. Bij het bestuurscentrum hebben we flink
weten te besparen, en ook bij de kenniseenheden is een lichte afname te
zien. Daar is de staf zeker niet groter geworden. Op sommige onderdelen kan
dat zo lijken, maar bij elkaar opgeteld zijn er echt minder
staffunctionarissen. Maar met het terugdringen van overheadkosten ben je
nooit klaar. Wij zijn hier voor onderwijs en onderzoek, niet voor HRM of
financiële administratie.
Waar ik in dit kader trouwens een dikke plus zie, is bij het facilitair
bedrijf. Dat draaide twee jaar geleden na de reorganisatie nog een flink
verlies en was niet onder controle, vorig jaar waren ze al uit de rode
cijfers, en dit jaar gaan ze daadwerkelijk geld verdienen voor Wageningen
UR. Dat is een enorme prestatie. Op zo’n ondersteunende afdeling wordt
haast standaard gemopperd. Dat was een poosje geleden ook terecht, maar de
mensen moeten nu ook zien dat het de goede kant op gaat. Het doel van het
facilitair bedrijf was dit jaar een miljoen te besparen voor Wageningen UR.
Daarvan hebben ze dankzij het openbreken van het verfoeide telefooncontract
en het afsluiten van voordelige contracten voor energie al 700.000 euro van
binnen. Dat is echt een flinke winst. Uit een goed functionerend facilitair
bedrijf kunnen we als organisatie nog veel meer halen. We hebben nu geloof
ik zevenduizend leveranciers en jaarlijks 80.000 rekeningen. Door via het
facilitair bedrijf gezamenlijk in te kopen moet dat omlaag, daar worden we
allemaal beter van, want alleen al het verwerken van die papierwinkel kost
veel tijd en dus geld.’’

De inhoudelijke samenwerking in onderwijs en onderzoek komt nu pas langzaam
op gang. Is dat niet wat pover na vijf jaar?
,,Ik ga regelmatig bij onderzoeksgroepen op bezoek, en zie dat er veel
gebeurt, maar het tot stand brengen van samenwerking kost altijd meer tijd
dan je zou willen. Samenwerking dwing je niet af, mensen moeten elkaar
leren vertrouwen. Dat is geen specifiek probleem voor Wageningen UR alleen.
Je kunt best zeggen dat het ontstaan van samenwerking net zoveel tijd kost
als het opnieuw op poten zetten van de organisatie. Als we van 1998 tot
2002 aan de organisatie hebben gewerkt, moeten we dus de komende vier jaar
uittrekken om de samenwerking ook inhoudelijk handen en voeten te geven.’’

De efficiencywinst van de samenwerking werd door uw voorganger Veerman
geschat op twintig procent. Die winst zou geïnvesteerd worden in
vernieuwing van onderwijs en onderzoek. Dat lijkt niet gehaald.
,,Ik denk dat je gelijk hebt dat we dat bedrag zeker niet halen als je
alleen kijkt naar besparingen die wij boeken doordat we minder dingen
dubbel doen. Maar ik denk wel dat we als grote organisatie beter geschikt
zijn voor het binnenhalen van grote projecten, zoals van het Genomicsfonds,
grote projecten van de Europese Unie en ICES-KIS. Die organisaties willen
graag grote onderzoeksprojecten in één keer uitzetten. Er zijn niet zoveel
organisaties die dat aankunnen, wij kunnen dat nu wel. Dat levert ons dus
extra geld en onderzoeksmogelijkheden op.’’

Aan de kostenkant van de fusie staat veel vergadertijd over reorganisaties
en een hoog ziekteverzuim. Had dat achteraf bezien beter gekund?
,,Dat zou voor mij heel makkelijk zijn om te zeggen, omdat ik niet
verantwoordelijk was, maar ik weet dat dat onvermijdelijk was. In het
bedrijfsleven zie je hetzelfde. Daar merkt de buitenwereld minder van omdat
ze het niet in de krant zetten, maar reken erop dat het daar ook rommelt
als er grootschalig gereorganiseerd wordt.
Ik ben wel blij dat het ziekteverzuim inmiddels weer aan het teruglopen is.
Vorig jaar zaten we boven de zes procent, nu op vier. Dat wijst erop dat
mensen zich weer prettiger gaan voelen in de nieuwe situatie. In een
enquête van de ondernemingsraad zegt desondanks 43 procent van de
ondervraagden dat ze zich niet met respect behandeld voelen. Een zuur
antwoord dat erop duidt dat er nog steeds een hoop pijn zit. Dat moet dus
nog veel beter. Ons doel moet zijn dat al onze medewerkers gemotiveerde
ambassadeurs zijn van de organisatie. Dat mensen op verjaardagen trots
vertellen dat ze voor Wageningen UR werken.
Ik wil de komende jaren geen nieuwe plannen meer. We hebben plannen bij de
vleet, laten we die eerst maar eens gaan uitvoeren. Wat ik zeker niet wil
is dat we vluchten in een nieuw plan als het oude moeilijk uitvoerbaar
blijkt. Als mensen denken dat we dat toch doen, moeten ze waarschuwen, want
dat moeten we echt niet willen. Een plan maken is niet zo moeilijk, het
uitvoeren wel.’’ | Korné Versluis

Re:ageer