Wetenschap - 1 januari 1970

Dierwetenschapper dr Henri Stoband onderging de toegenomen werkdruk aan den

Dierwetenschapper dr Henri Stoband onderging de toegenomen werkdruk aan den

Dierwetenschapper dr Henri Stoband onderging de toegenomen werkdruk aan den

lijve

‘Het lijkt erop dat Wageningen bestuurd wordt volgens het knijp-en-piep-
systeem’

April vorig jaar ging het niet meer met dr Henri Stroband, docent
Experimentele dierkunde. Hij moest ook voor zichzelf erkennen dat hij
overspannen was. ,,Toen het gebeurde was ik erg verrast. Ik heb heel lang
gezegd dat het goed ging, ook tegen mezelf.’’ Stroband liep stuk op de
Wageningse onderwijsbureaucratie en zijn eigen perfectionisme.

Achteraf had hij het natuurlijk aan moeten zien komen. Toen hij ook in de
weekenden ging werken om door de week een extra halfuurtje pauze te kunnen
nemen voor een fietstochtje bijvoorbeeld. ,,Ik zag dat toen niet als extra
werk, maar als een goede manier om in de week extra lucht te krijgen, een
manier om het werk beter te verdelen dus.’’
De bron van de problemen van Stroband was de herprogrammering van het
onderwijs. Drie jaar geleden zette de universiteit een grootschalige
vernieuwingsplan in. Het Wageningse onderwijs werd geschoeid volgens het
Bachelor-Master model. Stroband was samen met Arie Terlouw en een collega
van de leerstoelgroep Fysiologie van mens en dier verantwoordelijk voor een
propedeusevak dat door een grote groep studenten gevolgd wordt. Zijn
achtpuntsvak was een van de eerste die volgens de nieuwe normen werd
opgezet. Dat betekende veel nieuwe onderwijsvormen zoals probleemgericht en
computerondersteund onderwijs. ,,Eén van de voorwaarden was dat dertig
procent van het vak zou bestaan uit nieuwe onderwijsvormen.’’

Vernieuwingsgolf
Dat die normen onder druk van de realiteit later werden aangepast, wist
Stroband toen nog niet. ,,Pas later kregen we door dat de soep niet zo heet
werd gegeten als hij werd opgediend. Maar ja, toen waren we met zijn drieën
wel twee jaar zo’n beetje voltijds bezig geweest’’ Stroband bezocht andere
universiteiten om inspiratie op te doen en te zien wat er mogelijk was met
computerondersteund onderwijs en besteedde zo’n beetje zijn hele werkweek
aan het opzetten van het nieuwe vak. Ondertussen moesten de ‘oude’ vakken
nog wel verzorgd worden. Onderwijs was een dagtaak geworden, voor
onderzoek was geen tijd meer. ,,Dat is in principe geen probleem. Ik vind
onderwijs geven erg leuk. Ik krijg veel motivatie van studenten die een vak
waarderen. Ik heb dus die onderwijstaak naar me toegehaald. Bij onze
leerstoelgroep staat onderwijs in hoog aanzien. Onze oude hoogleraar Osse
zei altijd, ‘wij zijn er voor de studenten’. De nieuwe hoogleraar van
Leeuwen denkt er net zo over. Onderwijs is de belangrijkste taak van de
universiteit.’’
,,Wij begonnen drie jaar geleden precies in het begin van die enorme
vernieuwingsgolf. Ik weet nog goed dat we in een zaal zaten waar Speelman
aan de docenten uitlegde hoe de plannen in elkaar staken.’’ ‘Er gaat veel
veranderen, maar daar is ook geld voor. Wij zorgen ervoor dat de middelen
er komen’, stelde Speelman de docenten gerust. Dat geld werd desondanks een
grote bron van frustratie voor Stroband.
,,Het was nooit duidelijk waar je moest zijn. Iedereen verwees je door naar
een ander. Het onderwijsinstituut naar het departement, het departement
naar centraal en centraal weer terug naar het departement. Op een gegeven
moment heb ik in mijn onkunde zelfs een rekening direct naar Speelman
gestuurd. Dat werd me door het departement erg kwalijk genomen.’’
Uiteindelijk vond Stroband wel geld voor de aanschaf van extra computers,
maar geen budget voor zijn eigen extra onderwijslast.
,,Waar ik na twee jaar uiteindelijk op stuk ben gelopen is het schuldgevoel
dat ik had richting een aio die ik begeleidde. Ik had het zo druk met
onderwijs dat ik voor haar onvoldoende tijd had. Ik voelde me daar schuldig
over. Ik voelde dat ik tekort schoot.’’ Om de drukte in zijn hoofd de baas
te blijven, laste hij dagelijks rond het middaguur een fietstochtje in.
,,Ik merkte wel dat ik concentratieproblemen had. Artikelen even diagonaal
doorlezen lukte niet meer.’’ Ter compensatie van zijn langere pauzes werkte
Stroband ook in het weekend. ,,Maar april vorig jaar moest ik erkennen dat
het echt niet meer ging. Ik heb mijn college toen nog wel gegeven, maar zat
verder drie maanden thuis. Sinds de zomer bouw ik mijn uren nu langzaam
weer op.’’

Ratelband
,,Wie ik verwijten maak? Mezelf. Ik denk dat het probleem ook aan mij ligt.
Andere mensen gaan misschien beter met werkdruk om. Maar het ligt voor een
deel ook bij de organisatie. Die legde een enorme taak bij een kleine groep
mensen. Je kunt niet zomaar een extra onderwijstaak van een paar mensjaar
neerleggen bij een groep van vier stafleden en een paar ondersteunende
personeelsleden. Ondertussen moet het onderzoek wel doorgaan, dat vraagt de
onderzoeksschool. Ik had het terecht gevonden als wij als groep
bijvoorbeeld een postdoc aan hadden mogen nemen om het onderzoek draaiend
te houden toen wij met het onderwijs bezig waren.’’
,,Wat mij ook nog steeds steekt is de bureaucratie. Tijdens mijn
afwezigheid is er nooit een vervanger aangesteld. Toen er onlangs iemand
bij het bureau ziek was zat er binnen een week iemand anders. Ik heb het
gevoel dat de werkvloer steeds zwakker staat. Er is geen orgaan waar je
naar toe kunt gaan. Vroeger kon je problemen aankaarten bij de
universiteitsraad. Die vergaderde in openbaarheid en dan zag je er iets van
terug in het universiteitsblad. Je wist dan tenminste dat er over gesproken
werd. Het is schrijnend dat wij nu tot de wandelgangen zijn veroordeeld.’’
,,Het management praat Ratelbandachtige termen over grootse plannen. Maar
er wordt niet over nagedacht of het allemaal wel kan. Plannen worden niet
doorgesproken met de mensen die uiteindelijk het werk moeten doen. Dat
zorgt voor frustratie. Het lijkt erop dat Wageningen bestuurd wordt volgens
het knijp-en-piep-systeem. Je knijpt als management totdat je een piep
hoort. Dat is geen eerlijk systeem. De een piept nu eenmaal sneller dan de
ander.’’ |
Korné Versluis

Fotobijschrift:
Dr. Henri Stroband: ,,Het is schrijnend dat wij nu tot de wandelgangen zijn
veroordeeld.’’

Re:ageer