Wetenschap - 1 januari 1970

Diermeeltest verovert Europa

Aries, het systeem van Rikilt voor het opsporen van diermeel in veevoer, begint aan een Europese opmars. In totaal 25 laboratoria in verschillende EU-landen gaan het computersysteem gebruiken om vast te stellen of er bijvoorbeeld geen dierresten in rundervoer zitten.

Sinds de uitbraak van de gekke koeienziekte (BSE) die mogelijk verband houdt met de dodelijke hersenziekte van Creutzfeldt-Jacobs bij mensen, zit de schrik er goed in. In Europa geldt sinds 2000 een absoluut verbod op de verwerking van alle diermeel voor herkauwers. Voor varkens en kippen gelden iets minder strenge restricties. Varkens- of kippenvoer mag bijvoorbeeld wel vismeel bevatten.
Uiteindelijk wil de Europese Unie naar een voorkoming van kannibalisme: wel runder- en varkensmeel in kippenvoer, maar geen kippenmeel. Alleen in huis- en pelsdiervoeders mogen alle soorten diermeel zitten.
De belangen zijn groot, gezien de enorme stroom van eiwitrijk dierlijk slachtafval die nu onbenut blijven. De lobby van vismeelverwerkers heeft het Europees parlement echter niet weten te overtuigen. In oktober besloot Brussel de ban op vismeel voor herkauwers voorlopig voort te zetten.
De maatregelen hebben in veel Europese landen geleid tot een strikte scheiding tussen de productielijnen van rundveevoer en andere diervoeders. Controle blijft natuurlijk noodzakelijk. Aries (Animal Remains Identification and Evaluation System) helpt analisten bij dit speurwerk. Het beslissingsondersteunend computersysteem is nu geoptimaliseerd en op CD-ROM gezet. Een determineersleutel leidt analisten voortaan langs microscoopbeelden van minuscule botfragmentjes.
Begin december gaan de eerste Europese laboratoria met het systeem werken, dat wordt aanbevolen in de EU-richtlijn voor microscopisch onderzoek van diervoeders. ‘We hebben de eerste analisten uit Oost-Europa al op cursus gehad en Canada gaat het bijvoorbeeld ook gebruiken’, zegt Rikilt-medewerker dr Leo van Raamsdonk.
Hij laat een paar microscoopbeelden zien. ‘Dit fragment van een zalmgraat lijkt veel op zoogdierbot, maar als je goed kijkt, zie je dat de karteling rond de holtes op het bot duidelijk verschillen.’ Voor experts is vismateriaal altijd goed van landdieren te onderscheiden. Een leek heeft het waarschijnlijk al moeilijk de beelden van soja- en botfragmenten te onderscheiden, maar Aries biedt dan een helpende hand om in het doolhof een uitweg te vinden. Het systeem maakt vooral gebruik van botfragmentjes omdat die in vrijwel al het diermeel zitten, bewerkingen goed doorstaan en de botfractie eenvoudig uit een monster kan worden gehaald.
Maar waarom microscoopbeelden gaan zitten vergelijken? Kun je diermeel niet beter opsporen met een moleculaire DNA- of eiwittest? Van Raamsdonk glimlacht. Die reactie krijgt hij vaker. ‘Volgens de norm moet je 0,1 procent diermeel in een monster kunnen aantonen. De moleculaire testen halen dat nog niet. Microscopische methoden zijn nog steeds superieur. Bovendien is microscopie een zeer hoogwaardige onderzoekmethode, die ook informatie oplevert over haren, veren, eierschalen en visschubben’, meent Van Raamsdonk.
Een achterliggende oorzaak voor de nog onvoldoende prestaties van de DNA-test is dat diermeel pas in voeders mogen worden toegepast als het is verhit. Hierbij valt het DNA uiteen in zeer kleine fragmenten, waardoor het moeilijker wordt met zekerheid te zeggen van welk dier het afkomstig was.
Het ontwikkelde beslissingsondersteunde computersysteem leidt de gebruiker langs een beslisboom, die vergelijkbaar is met een determineersleutel in een flora. Op elk gewenst moment kan worden bekeken welke beslissingen genomen zijn, kunnen beelden opgeroepen worden die helpen bij de identificatie en kan gecontroleerd worden wat de Europese regelgeving hierover zegt. Ervaren analisten kunnen snel een doorsteek maken of het systeem gebruiken als naslagwerk bij lastige gevallen. De foto’s zien er soms wat onduidelijk uit, maar dat is volgens Van Raamsdonk bewust gedaan. ‘We hebben niet alleen de beste foto’s in het systeem opgenomen, want in de werkelijkheid is het materiaal ook niet altijd zo mooi’. / GvM

Re:ageer