Wetenschap - 1 januari 1970

Dieren dood je niet zonder vieze handen te maken

Dieren dood je niet zonder vieze handen te maken

Dieren dood je niet zonder vieze handen te maken

Hoe langer je er bij stil staat hoe vreemder het eigenlijk is: volgens de
Nederlandse wet mag iedereen in feite een dier doden. Je kunt alleen
strafrechtelijke vervolgd worden als er bij het doden van een dier sprake
is van dierenmishandeling. In 'Het doden van dieren' wordt de vaak
tegenstrijdige manier waarop wij dieren beschouwen vanuit verschillende
invalshoeken toegelicht. Het boek vormt het verslag van een workshop die
vorig jaar over dit onderwerp gehouden werd gehouden op initiatief van
Utrechtse dierenartsen.
Dierartsen worden in hun dagelijkse praktijk geconfronteerd met de
dilemma's rond het doden van dieren. Aan de ene kant hebben ze te maken met
mensen die zo'n hechte band hebben met hun gezelschapsdier, dat zij bereid
zijn vrijwel alles te doen om het leven van het dier te verlengen.
Anderzijds zijn er ook eigenaren die hun huisdier juist willen laten
afmaken, op grond van andere overwegingen, zoals kinderen die last hebben
van kattenallergie of een hond die van ouderdom begint te stinken. Er wordt
soms flinke druk op de dierenarts uitgeoefend: 'Als jij 'm niet dood maakt,
dan verzuip ik 'm zelf in de sloot'. En dan hebben we het nog niet over de
rol van veeartsen in de houderij van productiedieren, waarbij economische
overwegingen per definitie een rol spelen, en waarbij het ruimen van
gezonde dieren bij de uitbraak van besmettelijke dierziekten tot voor kort
een geaccepteerde praktijk was.
Het is opvallend dat in vrijwel alle bijdragen in het boek, of die nu
afkomstig is van een ethologische, sociologische, historische, juridische
of ethische hoek, het doden van dieren bij ruimingen een prominente plaats
inneemt. Vreemd misschien als er alleen naar de cijfers gekeken wordt.
Jaarlijks worden er miljoenen dieren gedood en geslacht om de bevolking van
vlees en andere dierlijke producten te voorzien. En er lopen maar weinig
mensen te hoop tegen de verdelging van 'ongedierte' als ratten en muizen.
Het doel waarvoor een dier wordt gehouden en gedood heeft blijkbaar een
belangrijk gevolg voor ons oordeel over het doden. Onomstreden is eigenlijk
alleen dat het doden met zo min mogelijk ongerief voor de dieren gepaard
moet gaan.
'Doden van dieren' biedt een duidelijk overzicht in de dilemma's die in
verschillende sectoren leven: in de dierhouderij, proefdierhouderij,
natuurbeheer, visserij, ongediertebestrijding en in dierentuinen. Doordat
het steeds relatief losse bijdragen betreft, kent het boek wel veel overlap
en passeren sommige argumenten wel tien keer de revue. Het boek is wel erg
letterlijk het verslag van een workshop geworden. In de epiloog gaat Frans
Brom, net in Wageningen benoemt tot bijzonder hoogleraar Ethiek van
levenswetenschappen, nog eens in op de vraag of doden van dieren voor
vleesconsumptie aanvaardbaar is. ,,Dat het eten van vlees nu voor een
meerderheid aanvaardbaar is, betekent niet noodzakelijkerwijze dat dit
straks ook het geval zal zijn. Door nu respect te tonen voor minderheden,
kan wellicht verdiend worden dat deze - mochten ze ooit meerderheden worden
- straks ook respect tonen.''
Voor degenen die uit weerstand tegen de veehouderij alleen maar vis eten,
heeft het boek nog een onaangename boodschap: de doodstrijd van een vis
niet net aan boord gehaald is duurt gemiddeld 20 tot 65 minuten en de
lijdensweg begint eigenlijk al onder water in het net. Dieren doden zonder
vuile handen te maken is simpelweg niet mogelijk. |
Gert van Maanen
Peter Koolmees, Joanna Swabe en Bart Rutgers, Het doden van dieren -
Maatschappelijke en ethische aspecten, Wageningen Academic Publishers, ISBN
9076998191, 26,20 euro.

Re:ageer