Wetenschap - 4 april 2016

Diepe zandwinput in Noordzee zit snel boordevol bodemleven

tekst:
Albert Sikkema
2

Het bodemleven in de Noordzee herstelt zich razendsnel na diepe zandwinning, ontdekte promovendus Maarten de Jong tot zijn verrassing. Hij heeft ‘ontwerpregels’ opgesteld voor toekomstige zandwinning.

<foto: zandhopperzuiger op Noordzee>

Ieder jaar wordt een grote hoeveelheid zand uit de Noordzee gewonnen, voor bouwprojecten en voor kustsuppleties om de Nederlandse kust tegen de zee te beschermen. Meestal halen sleephopperzuigers een twee meter dikke laag zand weg op de bodem van de Noordzee, maar voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte koos men ervoor om een 20 meter dikke laag zand weg te halen, resulterend in een diepe zandwinput.

De Jong, werkzaam bij IMARES, wilde weten wat de ecologische effecten waren van zo’n grote ingreep ten opzichte van de kleinere, oppervlakkige zandwinning. Hij beoordeelde het bodemleven en telde de hoeveelheid bodemvis en bodemdieren die leven in en op de zeebodem zoals zee-egels, wormen en schelpdieren. Het onderzoek maakte deel uit van het kennis- en innovatieprogramma Building with Nature.

In de zandwinput zat veel meer leven dan hij had verwacht. De bodem van de diepe zandwinpunt bevatte vooral fijn en voedselrijk sediment, ontdekte De Jong. De oude veenbodem van de Noordzee was soms zichtbaar, maar die werd al snel overdekt met voedselrijk slib. Dat bleek een uitstekende voedingsbodem voor bodemorganismen en de larven van de witte dunschaal. Twee jaar na het ontstaan van de 20 meter diepe zandwinput was de biomassa aan bodemleven met een factor 7 tot 12 toegenomen. De biomassa van bodemvis – met name schol – was zelfs met een factor 20 toegenomen.

De Jong constateert dus voornamelijk positieve ecologische effecten van de diepe zandwinning op de Noordzee, maar hij houdt een slag om de arm. ‘Je moet dit langere tijd onderzoeken. Zo is het denkbaar dat een zuurstofloos milieu ontstaat op de bodem van de zandwinput, wat het bodemleven juist belemmert.’ Bovendien duurt het ecologisch herstel van zo’n diepe put tientallen jaren, terwijl de oppervlakkige, twee meter diepe zandwinning maar een herstel vergt van vier tot zes jaar. De Jong adviseert om ook de ecologische effecten van oppervlakkige en tussenliggende windieptes onder de loep te nemen om een zo goed mogelijke afweging te kunnen maken.

De Jong heeft ‘ontwerpregels’ opgesteld voor toekomstige zandwinning met tot welke diepte in de Noordzee men het beste zand kan winnen. Dat hangt per locatie bijvoorbeeld af van de stroomsnelheid van het water. Zo’n model is nodig in de toekomst. Momenteel wint Nederland 26 miljoen m3 zand per jaar uit de Noordzee, maar dit kan stijgen naar 40 tot 85 miljoen m3 om de effecten van de zeespiegelstijging op te vangen. Dat extra zand moet worden gewonnen met zo min mogelijk ecologische schade.

Maarten de Jong promoveert op 8 april bij Han Lindeboom, hoogleraar Mariene Ecologie.

Re:acties 2

  • Piet van Noort @pietjepier

    Ik heb ooit van prof. Gerard Janssen heel iets anders gehoord ! De metingen die i.o.v. RWS plaats vonden om aan natuurverplichtingen te voldoen, waren te summier om een conclusie te trekken. Hoeveel monsters zijn hier genomen om tot deze conclusie te komen ?

    Reageer
  • hadejong48@hotmail.com

    Erg goed en duidelijke uitleg over zijn promotie,,verdediging ,,
    Mooi verhaal , hoop dat het op vele plaatsen op de wereld wordt toegepast !

    Reageer

Re:ageer