Organisatie - 1 januari 1970

‘Die tandjes gaan echt door je vlees heen’

Thijs Bosch ligt regelmatig pas ‘s ochtends om half acht in bed. Niet omdat hij de hele nacht in de kroeg heeft rondgehangen, maar omdat hij op zoek is geweest naar vleermuizen. De tweedejaars student Biologie is zeer gedreven en heeft zelfs een bedrijfje opgericht voor zijn onderzoeksactiviteiten.

‘Ik weet niet meer wanneer ik voor het eerst een vleermuis heb gezien. Ik heb het vak namelijk met de paplepel ingegoten gekregen, want mijn vader zat ook in het vleermuiswerk’, vertelt Thijs Bosch (19). Zeven jaar geleden werd hij lid van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN). Hij ging bij de zoogdierwerkgroep en werd bestuurslid. Als een spons zoog hij de afgelopen jaren de kennis over vleermuizen op.
‘Het leuke aan vleermuizen is dat er veel onderzoek aan te verrichten is, ook door jonge mensen. Het is redelijk overzichtelijk wat er aan onderzoek is gedaan, dus je komt al vrij snel op een hoog niveau. Bovendien leiden de beesten een verborgen leven. Ze leven ’s nachts, zijn moeilijk te zien, niet goed te horen, het is een kunst ze te vangen en de onderzoeksmethoden zijn redelijk ingewikkeld. Juist dat technisch bezig zijn en het nachtwerk vind ik leuk.’
Thijs verdient ook geld met onderzoek naar vleermuizen. En naar muizen trouwens. ‘Allemaal geleerd op de zoogdierwerkgroep van de NJN.’ Sinds een paar maanden heeft hij feitelijk een bedrijfje. ‘Ik word ingehuurd door ecologische adviesbureaus, die weer werken voor projectontwikkelaars of overheden. Voor vleermuisonderzoek loop ik vaak rond met een batdetector om te bekijken wat er vliegt en wat het belang is van landschapselementen voor de vleermuizen. Als ze bijvoorbeeld een open veld moeten oversteken blijven ze langs de bosrand vliegen om zich te kunnen blijven oriënteren en geen makkelijke prooi te zijn.’
Muizen vangt Thijs in vallen waarin ze blijven leven. ‘Om een beeld te krijgen van de populatie in het gebied. Daar kun je beheersadviezen aan koppelen.’ Hij vindt het prettig om het druk te hebben. Wel is het soms lastig dat vleermuizenonderzoek zulk nachtwerk is. Vaak is hij pas om half acht thuis. ‘Dat doe ik dus niet als ik om half negen op de universiteit moet zijn. Maar in de zomervakantie ga ik veertig nachten werken, en deze zomer verder nog dertig nachten als vrijwilliger.’
Afgelopen weekend trok hij met de Vleermuiswerkgroep Gelderland het bos in om dieren te vangen. Vliegende vleermuizen vang je met een mistnet, een fijnmazig net dat in stroken is gespannen op een paar tentstokken. Als je een kolonie hebt gevonden kun je voor hun rustplaats een vangzak houden, een gazen mandje met een invliegopening, met daaronder een stoffen opvangzak. Een half uur na zonsondergang vangt hij zo een vleermuis bij een holletje in een beukenboom. Het blijkt een rosse vleermuis. Hij stopt het beestje in een netje om te wegen. Daarna houdt hij hem in zijn hand om hem te meten, met een duim onder zijn bek. ‘Vaak bijten ze om zich heen. Toch draag ik liever geen handschoenen. Dat houdt hopeloos vast. Bovendien is dit geen risicosoort voor hondsdolheid én ik ben ingeënt.’ Drie jaar geleden werd hij voor het eerst gebeten. ‘Die tandjes komen echt door je vlees heen.’
Thijs is trots op wat hij al heeft bereikt. ‘Ik krijg zonder problemen de ontheffingen bij LNV die ik nodig heb voor onderzoek, ik heb een bedrijfje en word hier en daar herkend in het wereldje.’ Een echte wetenschappelijke publicatie laat nog even op zich wachten. ‘Maar het is uiteindelijk wel de bedoeling.’ / YdH

Re:ageer