Organisatie - 10 juni 2020

Dertien vragen over de corona-universiteit

tekst:
Albert Sikkema

Tijdens een online live-vragenuur afgelopen maandag konden medewerkers en studenten aan het bestuur vragen stellen over WUR-coronamaatregelen.

Een primeur afgelopen maandag voor Resource: voor het eerst werd een online en live vragenuur georganiseerd voor medewerkers en studenten met WUR-bestuurslid Arthur Mol en onderwijsdirecteur Arnold Bregt. Zij gaven toelichting op de coronamaatregelen van de universiteit voor komend studiejaar. De vragen variëren van ‘hebben we recht op financiële compensatie?’ en ‘is er genoeg oog voor eenzame studenten?’ tot ‘heeft het zin om in september naar Wageningen te komen?’ en ‘mag ik met mijn thesisbegeleider afspraken op de campus?’ Deze vragen zijn een aanvulling op het eerder gepubliceerde interview over coronamaatregelen op de campus.

Eerst een correctie. In ons eerdere interview met Arnold Bregt en Arthur Mol in Resource vertelde Mol dat in de zomervakantie geen vakken worden ingehaald. In de Engelstalige editie staat echter dat de universiteit geen ‘herkansingen’, dus hertentamens aanbiedt in augustus. Dat is een vertaalfout en onjuist. ‘Er zijn, zoals gebruikelijk, herkansingen in augustus’, zegt Arthur Mol. ‘Alleen zijn het dit keer online hertentamens.’

WUR-bestuurslid Arthur Mol (links) en onderwijsdirecteur Arnold Bregt tijdens het online vragenuurtje.
WUR-bestuurslid Arthur Mol (links) en onderwijsdirecteur Arnold Bregt tijdens het online vragenuurtje.

Ruim vijftig deelnemers (studenten en medewerkers) namen maandag 8 juni deel aan het online ‘vragenuurtje’ van drie kwartier. Vooraf hadden studenten en docenten vragen ingestuurd en tijdens het live gesprek werden in de chat vragen gesteld. Een samenvatting.

1) Kunnen studentenwerkgroepjes deze maand weer bijeen komen op de Wageningse campus?
‘De studentenwerkgroepen doen hun opdrachten nu online en kunnen hun verslag op die manier afronden’, zegt Arnold Bregt. ‘Wel kunnen we ons voorstellen dat ze hun presentatie aan het eind van periode 6 op de campus doen. Ook een of twee interactie-bijeenkomsten met de docent zijn wellicht haalbaar, maar het is niet de bedoeling dat iedereen weer naar de campus komt deze maand. Studenten kunnen aan hun begeleiders vragen of ze deze maand bijeen mogen komen.’

2) We horen van studenten dat ze moeite hebben met online colleges; het kost hen veel energie, de motivatie is laag en ze missen de interactie. Kan WUR hier wat aan doen?
‘Het heeft ook onze voorkeur dat we veel meer face-to-face onderwijs op de campus hebben, maar dat kon de afgelopen maanden niet’, zegt Arthur Mol. ‘Uit de onderwijsevaluatie van periode 5, die volledig online was, blijkt niet dat de studenten ontevreden en slecht gemotiveerd waren. Ons onderwijs werd even goed gewaardeerd door de studenten als in periode 5 van vorig studiejaar.’

3) Ik lees dat eerstejaars studenten in het nieuwe studiejaar voorrang krijgen op de campus. Ik ben masterstudent sinds februari dit jaar en ben nauwelijks op de campus geweest. Krijg ik ook voorrang?
Mol: ‘Goed punt. Ik denk dat we deze groep komend studiejaar ook voorrang moeten geven bij onderwijs op de campus, omdat ze nu geen kennis hebben gemaakt met elkaar en met ons interactief face-to-face onderwijs. Daarbij geldt de algemene lijn dat we de grootschalige colleges online doen en de practica en werkgroepen zoveel mogelijk op de campus organiseren.’

4) Ook afstudeervakkers kunnen komend studiejaar mogelijk vaker op de campus komen om hun thesis te bespreken met hun begeleiders. Dat veronderstelt dat ook de onderzoekers weer vaker op de campus mogen komen?
Mol: ‘Dat zou mooi zijn, maar tegelijkertijd kunnen niet alle medewerkers op de campus werken vanwege de anderhalve-metermaatregelen. Dus we moeten prioriteiten stellen. Daarbij maken we onderscheid tussen medewerkers die op de campus moeten zijn, bijvoorbeeld vanwege labonderwijs en -onderzoek, en medewerkers die graag naar de campus willen om studenten te spreken. Hoe dan ook moeten we de komst van het personeel plannen. Wellicht kunnen we afspreken dat een deel van de ene leerstoelgroep ’s ochtends werkt en een deel van een andere ’s middags.’

5) Ik bereid een vak voor in periode 1 in het nieuwe studiejaar.  Met hoeveel online onderwijs kan ik rekening houden?
‘We schatten nu in dat 25 tot 30 procent van het onderwijs op de campus kan. Zo zijn we deze week klaar met het coronaproof maken van onze practicazalen. De komende maand gaan we tests doen hoeveel studenten we kunnen toelaten bij de practica. Op basis van die ervaring gaan we het lesrooster aanpassen en weten we beter welk onderwijs we on campus kunnen aanbieden.’

Overal op de campus zijn coronamaatregelen zichtbaar, zoals hier in Helix.
Overal op de campus zijn coronamaatregelen zichtbaar, zoals hier in Helix.

6) De online examens zijn geweest en daarbij hebben de online surveillanten mogelijke examenfraude geconstateerd. Die gevallen moeten beoordeeld worden door de docenten en examencommissies, maar die hebben hier geen ervaring mee. Wat nu?
Bregt: ‘Dat weet ik nog niet, mogelijke fraude bij online examens is een lastig issue. We evalueren de examens op dit moment met de opleidingen en bespreken de twijfelgevallen met de examencommissies. Er is een protocol hoe om te gaan met aanwijzingen van examenfraude.’   

7) Door de coronacrisis zitten vooral buitenlandse studenten in Wageningen vast op hun kamer. We onderschatten wat dit met hen doet. Door het gebrek aan contact en buitenruimte krijgen ze vaker psychische klachten. Wat doet de universiteit hier aan?
Mol: ‘Zeer valide punt. Mede hierom willen we de internationale studenten zeker ook naar de campus halen als er weer onderwijs op de campus mogelijk is. Sociale indicaties spelen mee in het bepalen wie wanneer op de campus kan zijn. Ook zijn we in gesprek met de studentenverenigingen, hoe die de internationale studenten meer bij ontspannende activiteiten op of buiten de campus kunnen betrekken.’

8) Heeft het college van bestuur overleg gehad met studenten over de coronamaatregelen?
Mol: ‘In het begin waren de studenten niet bij ons beleid betrokken. We moesten, nadat de Nederlandse regering verklaarde dat de universiteiten dicht moesten, snel noodmaatregelen nemen. We hebben toen een crisisteam opgericht, zonder studenten. De eerste maand praatte ik wekelijks de voorzitter van de Studentenraad bij over ons beleid, maar dat was het. Inmiddels is de studentenbetrokkenheid weer normaal. De Studentenraad praat mee over de coronamaatregelen van WUR en studenten bespreken de maatregelen voor de opleidingen in onze Board of Education en in de opleidingscommissies.’

9) Ik heb als student betaald voor volledig onderwijs, maar zit nu al een paar maanden thuis alleen online onderwijs te volgen. Krijg ik korting?
Mol: ‘Je krijgt geen korting voor online onderwijs. Dat is een waardevolle vorm van onderwijs waar onze docenten met volle inzet aan hebben gewerkt. We kijken wel naar compensatiemaatregelen als de studie door de coronamaatregelen langer duurt. Dit hebben we als vereniging van universiteiten besproken met het ministerie van Onderwijs. Nederlandse en EU-studenten die studie-uitstel kunnen aantonen, hoeven drie of vier maanden geen collegegeld te betalen. Ook bekijken we als WUR hoe we studenten van buiten de EU met studie-uitstel tegemoet kunnen komen door het collegegeld te verlagen.’ Bregt: ‘En voor studenten die grote financiële problemen hebben gekregen door de coronamaatregelen, is er een Noodfonds ingericht.’

10) Ik woon buiten Wageningen. Komen er andere maatregelen voor mij dan voor studenten die in Wageningen wonen?
Mol: ‘Het openbaar vervoer is de grote bottleneck in het komende studiejaar, met name de Nederlandse Spoorwegen. We willen als universiteiten dat de regering de strenge vervoersregels voor studenten – alleen tussen 11.00 en 15.00 uur onderwijs – verruimt, we willen meer flexibiliteit. We weten dat meer eerstejaars dan ouderejaars thuis wonen en willen daarop anticiperen door voor eerstejaars veel campusonderwijs later op de dag te programmeren. Verder adviseren we studenten om zoveel mogelijk per fiets en auto naar de campus te komen – dat laatste klinkt een beetje raar, gelet op ons duurzaamheidsbeleid, maar het is in deze fase van de coronacrisis niet anders.’

11) Ik wil komend jaar een opleiding Environmental Sciences in Wageningen starten. Moet ik in september in Wageningen zijn?
Bregt: ‘De eerste onderwijsperiode voor die studie is hoofdzakelijk online, met grotere hoorcolleges. Je kunt de opleiding dus thuis starten, online. Vanaf november, als er meer practica, kleinschalig en interactief onderwijs op de campus volgen, kun je beter in Wageningen wonen. Overigens verschilt dat per opleiding; we communiceren dat binnenkort.’

12) Ik ga in september met mijn masterthesis beginnen. Mag ik afspreken met docenten en medestudenten op de campus?
Mol: ‘We gaan je aanwezigheid niet checken, maar we hopen dat je alleen op de campus komt als het nodig is en dat je niet teveel of te lang ruimte gebruikt. Ik zou zeggen: bespreek je thesis elke twee weken met je supervisor en overleg met haar/hem of het meerwaarde heeft om te overleggen op campus, ook bijvoorbeeld met een thesiskring. We zeggen dus ook niet: kom niet. We verwachten dat je verantwoordelijk met de schaarse ruimte omgaat.’

13) Hoe kunnen studenten hun opmerkingen en kritiekpunten over het coronabeleid van WUR kenbaar maken?
Mol: ‘Op meerdere manieren. Via de opleidingscommissie als ze voorstellen hebben over de opleiding of vakken. Via de Board of Education als je bredere voorstellen hebt voor het Wageningse onderwijs. En via de Studentenraad, die overlegt regelmatig over het onderwijsbeleid met de raad van bestuur. Je kunt kiezen uit drie studentenpartijen die zitting hebben in deze raad.’

Wil je het vragenuurtje met Arthur Mol en Arnold Bregt nog eens zien of horen? Klik dan op de link.


Re:ageer