Student - 12 april 2007

Denksport waar je van gaat zweten

Het vlakkenpatroon op de vloer van de kleine zaal in sportcentrum De Bongerd zal maar weinig mensen iets zeggen. En de draden aan het plafond zullen ook niemand opvallen. Eén groep sporters gebruikt ze echter wekelijks: de schermers.

616_nieuws.jpg
616_nieuws.jpg

Foto: Guy Ackermans

Veertig jaar bestaat studentenschermvereniging De Schermutselaers komend najaar. En op 29 april organiseert ze samen met de burgervereniging het Nederlands kampioenschap schermen in De Bongerd in Wageningen. Voor de finales wordt zelfs een baan op het podium in schouwburg de Junushoff gebouwd. Iedereen mag komen kijken. Maar wat zie je dan eigenlijk?
In elk geval geen mooidoenerij in witte pakjes, vertelt Arne Jansma. ‘Het pak is dik en warm, en je bent constant aan het anticiperen op je tegenstander, dus het is flink zweten.’ De masterstudent Dierwetenschappen probeerde de sport gewoon eens uit en bleef. ‘Je pikt de basis redelijk snel op. Ik vind het leuk omdat je best actief bezig bent en het ook een denkspelletje is.’
Dat laatste is misschien wel het moeilijkst van de sport. Bewegingen kunnen reflexen worden, maar schermers moeten vooral leren hun tegenstander te doorgronden en op het verkeerde been te zetten. En dat trainen ze door veel te praten. Na de warming-up komen wel de floretten en maskers uit het hok in de hal, alleen blijven de studenten rustig staan terwijl ze een derdeintentieaanval uitdenken. ‘Je denkt dat ik aanval maar dat doe ik niet en dan denk ik dat jij… en dan val ik je aan waarbij ik de eerste keer opzettelijk mis en dan pas echt toesla.’ Dat idee.
De voertaal is Engels, want er doen ook internationale studenten mee. Zoals Pornsin Keanthao, een VHL-student uit Thailand. Na het eerste uur is zijn lopen meer sjokken. ‘Ik ben moe’, vertelt hij. Pornsin is gaan schermen om beweging te krijgen - ‘ik was wat zwaar’ - en wilde wel eens wat nieuws leren. ‘Deze sport kon ik moeilijk gaan doen in Thailand, want zelf een uitrusting kopen is veel te duur.’
Schermers gebruiken drie wapens: floret en degen – beide steekwapens – en sabel – een houwwapen. De floret is flexibel en het draait bij dit wapen meer om lenigheid dan kracht. De degen is zwaarder en stugger, en met de sabel maak je andere bewegingen. ‘Het is meer ruw hakken’, zegt Marieke Schor, ‘en je speelt meer naar voren.’ In het partijtje met Ernest van Ophuizen is te zien wat de studente Moleculaire wetenschappen bedoelt. Het is echt vechten: naar elkaar uithalen, pareren. Via een draad aan de sabel die door de mouw en het dikke, speciale sabelvest via de rug naar het plafond loopt, worden rake klappen geregistreerd. Als de partij na een paar minuten is afgelopen komen er twee rode, zwetende hoofden onder de maskers vandaan.
Na ruim drie uur in een ontspannen sfeer beulen is het tijd voor echte gezelligheid. De kantine houdt voor De Schermutselaers altijd het vet warm. Voor de bitterballen.

Re:ageer