Wetenschap - 22 september 2010

Democratie helpt tegen ontbossing

Democratische landen hebben minder te lijden onder ontbossing. Dat lijkt logisch. Maar bossen zijn óók goed af onder een stevige dictatuur. Tot die opmerkelijke conclusie komen Wageningse milieubeleidswetenschappers.

In een dictatuur zou dit niet gebeuren.
'Voor ons is die uitkomst ook verrassend', reageert professor Milieubeleid Tuur Mol. 'Binnen de milieuwetenschap is er grote onenigheid over de vraag of democratie nu wel of niet van invloed is op de toestand van het milieu. Wij weten daar nu systematiek in aan te brengen. Dat is het leuke.'
Mol en masterstudente Meilanie Buitenzorgy publiceren daarover (online) in het economenblad Environmental and Resource Economics. De opzet van de studie is simpel. Mol en zijn Indonesische studente zetten voor 177 landen de snelheid van ontbossing uit tegen het democratisch gehalte van het land. Dat levert een omgekeerde U-vorm op. De ontbossing is het hoogst in de top van de kromme, daar waar landen midden in de overgang zitten van een autoritaire regering naar een volwaardig functionerende democratie.
Typische transitielanden waar veel gekapt wordt, zijn volgens Mol de Oost-Europese landen, China, Korea en een aantal landen in Latijns-Amerika. Landen met weinig ontbossing en een volwaardige democratie vind je in West-Europa, de Verenigde Staten, Australië en Nieuw-Zeeland. Maar de curve toont aan dat ook sterk autoritair geregeerde landen de ontbossing in de hand houden. Ook dictators zijn dus goed voor het milieu.
Het gevonden verband is volgens Mol bijzonder, maar toch vrij eenvoudig te verklaren. 'In autocratieën beschermt de sterke staat het bos. In volwaardige democratieën zijn het maatschappelijke organisaties die deze rol vervullen. 'Maar juist in het overgangsgebied werken die oude en nieuwe instituties niet volledig', legt Mol uit. Met ontbossing als gevolg.
Voer voor economen
Het onderzoek gooit volgens Mol min of meer een steen in de vijver van de milieueconomen en sociale wetenschappers. 'Economen hebben veel studie gedaan naar de relatie tussen economische groei en de verslechtering van het milieu. Daar lijkt de omgekeerde U ook aanwezig. Wij bewijzen dat zo'n verband ook opgaat voor de relatie tussen ontbossing en democratie. Sterker nog: dat het verband sterker is.'
De boodschap is dus volgens Mol: 'Economen, jullie kijken veel te veel naar de economie. Er is meer aan de hand dan economie om de toestand van het milieu te verklaren.' En dat is volgens Mol een nuttige bijdrage aan de academische stammenstrijd. 'Ik verwacht dat dit artikel heel veel geciteerd gaat worden. Dit opent een heel nieuwe onderzoekslijn. Wij hebben alleen maar naar ontbossing gekeken, maar je kunt allerlei andere indicatoren onderzoeken.' Want naast democratie spelen volgens Mol ook factoren als onderwijs, de grootte van een land en de omvang van de plattelandsbevolking een verklarende rol.
Los van academische waarde ziet Mol ook praktisch nut. 'Het IMF bijvoorbeeld, geeft veel fondsen aan programma's tegen ontbossing. Daar moet je dus niet ­alleen kijken naar inkomens­verbetering, maar ook naar de­mocratisering en participatie. Wij bieden daarvoor het argument.'

Re:ageer