Wetenschap - 24 oktober 1996

Deetmans stelsel met basisbeurzen geevalueerd

Deetmans stelsel met basisbeurzen geevalueerd

Het stelsel van studiefinanciering wordt deze herfst geevalueerd en ligt meteen al onder vuur. Tien jaar geleden werd het stelsel van kracht. Het product van een voorbij tijdperk", schreef een wetenschapper onlangs. Maar hoewel de wet achterhaald leek in de jaren tachtig, zal zij de jaren negentig wel overleven. Drie betrokkenen van destijds bespreken het ontstaan en de toekomst van het stelsel. Een nieuw stelsel? Niet nodig."


Minister Deetman deed in 1986 uiteindelijk wat vele van zijn voorgangers niet gelukt was. Met het invoeren van een nieuw studiefinancieringsstelsel maakte hij een einde aan een discussie die al vijftien jaar duurde. De toon was gezet in de roerige jaren zestig. Studenten gingen de straat op voor een studieloon. Een student, betoogden zij, is een intellectueel arbeider, in wezen niet anders dan een fabrieksarbeider. Hij verricht zijn arbeid in dienst van de maatschappij en daar moet een door de maatschappij opgebracht loon tegenover staan.

Die gedachte is door de politiek nooit serieus genomen. Maar een variant erop, de ouder-onafhankelijkheid, ging in de jaren zeventig de discussie overheersen. De studietoelagen van destijds waren geheel afhankelijk van het inkomen van de ouders. Wie armlastige ouders had, kreeg geld; wie rijke ouders had, moest zijn hand bij hen ophouden. Dat was in de jaren zeventig uit de tijd. Studenten waren volwassen mensen, en het sloeg dus nergens op om hun inkomen afhankelijk te maken van wat hun ouders verdienden.

Deetman gaf elke student daarom een basisbeurs. Die was hoger dan tegenwoordig, maar ook toen al niet genoeg om van te leven. Kinderen van armere ouders konden daarom een aanvullende beurs en een lening krijgen. Studenten uit meer welgestelde milieus moesten, net als onder het oude regime, de hand bij hun ouders ophouden.

Voor de studentenbeweging was dat laatste reden zich fel tegen het stelsel te verzetten. Maar volgens sommigen had Deetman de gedachte van het basisinkomen nog verder achter zich moeten laten. Dr F. de Vijlder, ambtenaar bij het ministerie van Onderwijs, concludeerde deze zomer in zijn proefschrift: De wet studiefinanciering van Deetman, met zijn hoge basisbeurzen, was een product van een voorbij tijdperk." Het tijdperk namelijk van de verzorgingsstaat, de tijd dat de overheid nog voor iedere student wilde zorgen.

A.D. Bakker schreef tien jaar geleden als freelance journalist over hoger onderwijs. Inmiddels is hij Tweede-Kamerlid (D66), met ondermeer studiefinanciering in zijn portefeuille. Als je er nu op terugkijkt, was het toch een royaal stelsel", zegt hij. En het vreemde is: het paste toen al niet bij de tijdgeest van die jaren. Dat was de tijd van het eerste kabinet-Lubbers, van no nonsense-politiek en bezuinigingen. Maar op de discussie over studiefinanciering had die sfeer geen vat. In de jaren zeventig was een hypotheek genomen op dat nieuwe stelsel. Die moest nu afgelost worden."

Extraatje

De verhoudingen in de Tweede Kamer zorgden ervoor dat de idealen uit een voorbij decennium een rol bleven spelen. Het CDA had Lansink als woordvoerder en die is groot geworden in de jaren zeventig", zegt Bakker. De PvdA was weliswaar tegen het stelsel, maar had met Wallage ook iemand die zich vereenzelvigde met die oude idealen." Ten slotte viel er ook voor de VVD iets te halen: die kon goede sier maken met het extraatje voor welgestelde ouders.

Wat Bakker niet kan verklaren is dat de wet geen voorwaarde stelde aan studieprestaties. Maar dat is door minister Ritzen hersteld, door het invoeren van tempo- en prestatiebeurs. Het stelsel heeft nu veel meer het karakter van een tegemoetkoming in de studiekosten, vooral voor lagere inkomens."

Stond Bakker destijds aan de zijlijn, de Delftse student R. Koenen stond midden in de discussie. Namens studentenbond LSVb bestookte hij Kamerleden met argumenten tegen Deetmans beurzenwet. Ook maakte hij de Poenflop, een computerschijfje met de gegevens over het nieuwe stelsel, zo goed gerangschikt dat het ministerie van Onderwijs er jaloers op was.

Tegenwoordig werkt Koenen bij KPN Research; de discussie over beurzen volgt hij niet meer. Wat hij wel weet, is dat de studiefinanciering van tien jaar geleden heilig was vergeleken met wat studenten nu krijgen.

De idealen van de studentenbeweging toen zie ik niet als achterhaald", stelt Koenen. Wij wilden voorkomen dat studenten met een grote schuldenlast kwamen te zitten. Want dat schrikt aanstaande studenten af." De makke van Deetmans stelsel was volgens Koenen dat er weinig idealen in terug te vinden waren. De alternatieven van de LSVb kostten meer, maar dat geld kon terugverdiend worden door een academicibelasting. Nu hangt het van het inkomen van je ouders af of je geld moet lenen en hoeveel je later moet terugbetalen. Ons idee was: laat van het inkomen na je studie afhangen hoeveel je terugbetaalt. Hoe meer profijt je van je studie hebt, hoe meer je betaalt." Het idee om de belasting te verhogen was echter taboe.

Verdedigen

Dr. A.G.W.J. Lansink is het enige Kamerlid dat tien jaar geleden het woord voerde over studiefinanciering en dat nu nog doet. Het stelsel is een beetje zijn geestelijk eigendom, zegt hij. Ik ben het stelsel tot op de dag van vandaag blijven verdedigen. Met name de gedeelde verantwoordelijkheid van student en overheid maakt het een goed systeem."

Tien jaar geleden werd hij vanwege dat standpunt nog bekogeld met eieren door companen van Koenen. Wallage van de PvdA stond ze toen op te zwepen", aldus Lansink. De PvdA heeft ook tegen de wet gestemd, omdat ze die niet mooi genoeg vond. Maar het is wel een PvdA-minister die het stelsel heeft uitgekleed", zegt hij meesmuilend. De meeste veranderingen heeft Lansink overigens gesteund. Tandenknarsend, ja, met name de verlaging van de basisbeurs."

Dat de overheid tegenwoordig studieprestaties vraagt van studenten in ruil voor studiegeld, heeft Lansinks volmondige steun. Ik heb ook jarenlang van baantjes geleefd, omdat ik niet hard genoeg studeerde voor een beurs." Wat hem betreft kan het huidige stelsel nog jaren mee, al mag het onderdeel prestatiebeurs weer verdwijnen. Ook ziet hij wel iets in een beurs voor uit- en thuiswonenden. Maar de uitgangspunten zijn goed."

Dat vindt ook Bakker. Met de regelknoppen die nu ingebouwd zijn, kan het stelsel eenvoudig aan veranderende omstandigheden aangepast worden. Je kunt schuiven tussen basisbeurs en aanvullende beurs; je kunt meer beurs verlenen in de eerste studiejaren en studenten later meer laten lenen."

Re:ageer