Wetenschap - 3 november 2010

Debat zonder experts

Sociale media als internetfora, facebook en twitter ondermijnen de autoriteit van de deskundige. Moeten onderzoekers zich mengen in het online debat?

18-Illu-Sociale-Media.jpg
'Tis gif wat er in zit.' 'Er wordt gezegd dat je er onvruchtbaar van wordt.' 'Ik heb gehoord dat je er miskramen van kunt krijgen.'
In 2009 werden MSN en internetfora overspoeld door angstverhalen over het vaccin tegen baarmoederhalskanker. Volgens de experts van het RIVM waren het indianenverhalen. Maar dankzij die verhalen is de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker grotendeels mislukt. Slechts de helft van de meisjes kwam een prik halen. Doorgaans is de opkomst bij vaccinaties in Nederland veel hoger: gemiddeld negentig procent. De invloed van internet is onderschat, erkende het RIVM na afloop.
Sociale media gaan over alles, dus ook over wetenschap. Anders dan bij traditionele media, is de wetenschapper vrijwel afwezig, waardoor waanbeelden zich gemakkelijk verspreiden. Op internetfora over voedsel wordt zonder tegenspraak verbreid dat kleur-, geur- en smaakstoffen leiden tot allergieën en kanker. Vorig jaar berichtte de site stopthevax.com dat het vaccin tegen de Mexicaanse griep een gif is waarmee de Wereldgezondheidsorganisatie de wereldbevolking wil decimeren. Het werd veelvuldig overgenomen in weblogs en online reacties.
Meechatten
De expert moet daarom meedoen in het online debat, vindt Cees van Woerkum, hoogleraar communicatiestrategieën. 'Ik vind dat een wetenschapper verantwoordelijk is voor de benutting van zijn resultaten. Daarvoor moet hij in contact kunnen treden met de mensen die het aangaat en dus moet hij weten hoe er in de wereld van die sociale media gepraat wordt.'
Volgens Van Woerkum moeten onderzoekers erkennen dat burgers een waarheid construeren die niet alleen op de ratio gebaseerd is. 'Door de sociale media delen mensen informatie veel gemakkelijker met elkaar. Vervolgens praten ze door, waarbij ze ook eigen ervaringen en normatieve overwegingen meenemen. Anders dan wetenschappers maken ze geen strikte scheiding tussen wetenschappelijke kennis en de rest van de kennis die je kunt bedenken. Ze assembleren die kennis. En in die assemblage ontstaat voor hen een waarheid.'
Daarom moeten wetenschappers zich mengen in het digitale discours. 'Ze moeten exploreren waarom mensen bepaalde uitspraken doen. Dat is de enige manier om die mensen te dwingen tot zelfreflectie en om ze te beïnvloeden.'
Digitaal café
Marcel Dicke is een deskundige die graag naar buiten treedt. Als hoogleraar entomologie in Wageningen initieerde hij een grootschalige manifestatie over insecten, organiseert de lezingencyclus Insect & Maatschappij en gaat regelmatig het land in om een verhaal te houden en in discussie te gaan.
'Ik ben bewust niet actief op sociale media. Ik heb er geen tijd voor en wil er geen tijd voor maken. Als ik de reacties op websites zie, dan constateer ik dat er slecht wordt gelezen en men kort van memorie is. Mensen schrijven daar primair van zich af. Ze komen iets tegen bij het surfen, denken "belachelijk" of "fantastisch" en geven instantaan reactie. Maar de volgende dag lijken ze het al weer vergeten. Het zegt iets over de beleving van mensen maar er ontstaat geen uitwisseling van informatie.'
Volgens Erik den Hoedt, directeur van de Dienst Publiek en Communicatie van het ministerie van Algemene Zaken, moeten experts als Marcel Dicke zulke reacties niet zo serieus nemen. De sociale media zijn een uitlaatklep, een plaats waar je lekker van je af kunt praten. Net als het dorpscafé.
'De sociale media zijn de digitale stamtafels, het café. Daar zijn de wereldproblemen tussen twee glazen bier voor altijd opgelost. Denken mensen echt dat het zo eenvoudig is? Natuurlijk niet. De wereldproblemen hebben er een sociale functie. In het café gaat het om emotie, het gevoel dat je elkaar begrijpt.'
Den Hoedt vindt wel dat overheid en wetenschap zich online moeten laten horen. 'Maar als je boodschap controversieel is, verbaas je dan niet over de heftigheid van de reacties. Gun mensen hun sociale behoefte aan verbinding en onderling begrip.'
De expert Dicke heeft slechte ervaringen met die emoties. Op de website van Resource maakten twintig tuineigenaren zich boos over Dicke, omdat hij een nieuwe uitbraak van schadelijke snuitkevers in twijfel trok. Volgens de tuineigenaren was Dicke 'een blaaskaak', 'bezig met een hetze', en 'uit op eigen of zakelijk economisch belang.'
Dicke mengt zich niet meer in de online discussie over de snuitkevers. Hij gaat de discussie echter niet uit de weg. ´Als hier straks twee tuineigenaren op de stoep staan, ga ik graag met ze in gesprek. Ik begrijp hoe vervelend het is als de bladeren van de planten in je tuin massaal worden opgegeten. Maar of het een plaag is in heel Nederland, zou ik eerst moeten uitzoeken. Face to face wil ik ze dat graag uitleggen.'
Indianenverhalen niets nieuws
Wetenschapsjournalist Hans van Maanen (ondermeer De Volkskrant) is het wel met Dicke eens. 'Vroeger roddelde men ook, maar nu is het openbaar. De deskundige heeft daar niks te zoeken. Hij kan beter een journalist bellen met de opmerking dat het volgens hem heel anders zit, dan hoe het daar beweerd wordt. Dat is veel effectiever dan meebrullen in het apenbos.'
Van Maanen benadrukt dat indianenverhalen niet van vandaag of gisteren zijn. Hij wijst op het fluoridedebat in de jaren zestig en zeventig. 'Een stel antroposofen uit 't Gooi begon toen acties tegen overheidsplannen om drinkwater te voorzien van fluoride. Ook toen waren alle middelen geoorloofd: er werd gezegd dat er in Duitsland al kankerdoden waren gevallen door fluoridering. Die discussie duurde acht jaar, maar is in wezen niet anders dan nu.'
'Ook veertig jaar geleden waren mensen in staat zich te verenigen, daar hebben ze de sociale media niet voor nodig. Als mensen onrust voelen, dan weten ze elkaar wel te vinden. Met die sociale media gaat het misschien wat sneller, maar ik geloof niet dat het anders werkt dan vroeger. De burger reageert omdat de overheid duwt, want die wil hem fluoride laten drinken of een prik geven. De deskundige blijft vertrouwen op de overtuigingskracht van het wetenschappelijke bewijs. En ze komen niet tot elkaar.'
Volgens communicatiehoogleraar Van Woerkum kunnen wetenschap en publiek wel tot elkaar komen, maar dan moeten deskundigen eerst leren mensen serieus te nemen. 'Rond voeding en gezondheid zijn er talloze thema's waar de controverses voor het oprapen liggen. Wetenschappers moeten geoefend worden in het omgaan met vragen daarover. Je kunt moeilijk zeggen: dat zegt u wel, maar ik weet het beter.'
Maar dat doen deskundigen wel, waarschuwt de wetenschapsjournalist. Van Maanen: 'Veel deskundigen zijn arrogant. Ze kijken stiekem een beetje neer op gewone mensen. Mensen voelen dat en ontwikkelen een weerzin tegen autoriteiten. Als iemand drie keer een neerbuigende deskundige voor zich heeft gehad, begin jij als vierde het debat al met een enorme achterstand. Dan kun je eigenlijk al niet meer winnen.'
Slecht medium bij emoties
Entomoloog Dicke vindt sociale media dan ook geen geschikt podium voor een debat. 'Je moet een meningsverschil niet oplossen via sociale media. Het is het zelfde als wanneer je boos wordt: dan moet je nooit gaan mailen, want dat is een slecht medium bij emoties.'
Sociale media vindt hij vooral geschikt om te zenden. 'Je kunt er wetenschap wel verkopen. Sociale media, zeker twitter, moeten het hebben van oneliners. Ik denk dat sociale media vooral gebruikt worden om reclame te maken. Want waarom zitten er zoveel politici op twitter? Die willen gewoon hun boodschap verkopen.'
Is het vooral eenrichtingsverkeer? Den Hoedt, van de overheidscommunicatie, ziet meer potentie in sociale media. Hij merkt dat de burger eindelijk terugpraat. 'Als overheid verkeerden wij lang in de veronderstelling dat onze adviezen en instructies in dank werden aanvaard. We hoorden niet zoveel terug. Hoe anders is dit in het digitale tijdperk van sociale media, webfora en blogs. De burger spreekt terug, en iedereen luistert mee.'  

Re:ageer