Wetenschap - 2 maart 1995

Debat over de toekomst van de landbouw

Debat over de toekomst van de landbouw

Een zestal hoogleraren en een universitair medewerker discussieerden op 27 februari in hotel Nol in 't Bos over de toekomst van de landbouw. Het idee en de organisatie kwam van het Wagenings landbouwdebat. In voorbereiding op de discussiedag onder jongeren op 11 maart over de toekomst van de landbouw, moest eerst de oudere generatie aangeven hoe het verder moet.


Struik: De problemen in de landbouw zijn ontstaan omdat wetmatigheden op Europees niveau niet werken op individueel praktijkniveau. Men kan de graanprijzen wel sterk verlagen, maar een boer blijft graan verbouwen. Wat een boer doet, heeft niets te maken met wat Brussel bedenkt."

Van der Ploeg: Het is niet de Europese Unie, maar onze eigen onnozelheid die ons vastlegt. In Duitsland en Frankrijk heeft men het goed begrepen. Toen de EU de mogelijkheid bood voor registratie van regiospecifieke produkten, kwamen die landen met stapels dossiers. Nederland kwam niet verder dan vier schamele voorstelletjes op een paar A-viertjes, en heeft daarmee mogelijkheden laten liggen."

Meulenberg: We moeten veel meer de markt centraal stellen. De Nederlandse landbouw is te kolossaal om niche-marketing centraal te stellen. In de zuivel wordt jaarlijks 500 duizend ton kaas geproduceerd, dat kan je onmogelijk allemaal afzetten via specifieke markten."

Van der Ploeg: Kolossaliteit is inderdaad een probleem, maar als Frankrijk wel 200 soorten kaas kan voorbrengen, waarom wij dan niet? Ook van de Parmezaanse kaas in Noord-Italie worden gigantische hoeveelheden geproduceerd. We moeten gewoon toegeven dat men het elders beter in de gaten heeft dan hier. Pas als initiatieven zoals de Zeeuwse Vlegel slagen, realiseren de agro-industrie en Wageningen zich dat het ook anders kan. Als je altijd maar wil afwachten of het kan, wordt het niks. De problemen zitten in de institutionele structuren in en rond de landbouw. Het is alles bij elkaar een georganiseerde onverantwoordelijkheid. Ook de LUW maakt daar deel van uit; ook hier creeert niemand het light-bild."

Meulenberg: Inderdaad het is tijd voor een nieuw light-bild. Het is belangrijk om te produceren wat zinnig is. We mogen van boeren geen museumstuk maken. De marktkrachten zullen het verloop aangeven."

Struik: De markten werken niet. De wereldmarktprijs is lager dan de kostprijs. Een boer kan als individu de markt niet beinvloeden. Nergens in de wereld kan men graan verbouwen voor de wereldmarktprijs."

Subsidiering

Peerlings: Over de kostprijs kun je niets zeggen. Wellicht was die onder een vrije-marktsysteem veel lager geweest. Kijk naar de tuinbouw, daar lukt het wel."

Struik: Die sector kan het ook niet. Daar vindt veel indirecte subsidiering plaats via lage aardgasprijzen."

Peerlings: In de jaren tachtig kwam de tuinbouw voor een sterke stijging van de aardgasprijzen te staan, dat heeft men overleeft. Als de hele landbouw overstapt op een vrije markt systeem, dan krijgen sommige sectoren het in Nederland inderdaad moeilijk, maar is het erg als die verdwijnen? Hetzelfde gold ooit voor de textiel."

Van der Ploeg: De vraag is: hoe zit het met de markten een schoon milieu, kwaliteit, recreatie, natuur en milieu.. In Nederland worden die markten niet toegankelijk gemaakt. Institutioneel werkt men het tegen. Er moet iets gebeuren, want binnen de EU zullen Ierland, de Mediterrane en Scandinavische landen niet accepteren dat door een te liberaal landbouwbeleid het platteland ontvolkt. Dat is de politieke realiteit."

Van der Woude: Inderdaad, totdat het een rijkelui's wens wordt om het platteland in stand te houden. Nu zijn we nog rijk, maar dat houdt op. Het is maar zeer de vraag of er in de toekomst nog geld over is voor het platteland."

Brussaard: Wellicht dat de werkeloosheid zoveel criminaliteit in de hand werkt, dat dat nog veel meer geld kost."

Kleefmann: Wat zijn we nu aan het doen, stellen we een diagnose of verdedigen we iets?"

Van der Woude: Ik verdedig niets. De wereld die achter ons ligt was van goud, maar die ligt wel achter ons."

Van der Ploeg: Er zijn wel mogelijkheden. Er gaan momenteel gigantische hoeveelheden geld naar natuurontwikkeling. Maar het is een volstrekt gemonopoliseerde markt, waar boeren geen toegang toe krijgen. Agrarisch natuurbeheer wordt buiten de deur gehouden. Gelukkig heeft de minister er weer oor naar."

Van der Woude: Maar dat is gewoon een subsidie aan een economisch bedrijf."

Luxe

Van der Ploeg: Nee, we betalen ook voor dingen als veiligheid. Daarvoor betaalt iedereen belasting en loopt politie rond. Voor natuur en milieu geldt hetzelfde; dat wil men en daar heb je dan geld voor over."

Van der Woude: Ja, natuurbeschermers zijn natuurbouwers geworden. Het is allemaal luxe."

Van der Ploeg: In de praktijk willen boeren graag meer aan natuur en landschapsontwikkeling doen, maar ze vragen zich sterk af hoe betrouwbaar de overheid is: keert een boswal zich in de toekomst niet tegen hen?"

Meulenberg: Ik zie nog steeds geen oplossing voor de landbouw. De vraag is of de industrie de produkten zo sterk kan verbeteren dat ze in de markt blijven."

Kleefmann: Laat boeren ook natuur produceren als dat een oplossing is. Het zal moeilijk gaan, maar de noodzaak van andere inkomensbronnen is er. De oplossing hoeft niet te worden gezocht in de onnozelheid van het streven naar een goed inkomen voor de boer enerzijds en lage voedselprijzen anderzijds. We hebben er een reeks bronnen bij, maar hoe werkt dat?"

Peerlings: Hoezo onnozelheid, niks daarvan. De Nederlandse boeren hebben altijd slim gereageerd op het prijsbeleid. Nederland heeft het hoogste boereninkomen en de laagste kostprijs in Europa. De vraag is nu alleen of die strategie nog werkt. Het zal moeten werken, want voor natuur is nooit genoeg geld. Daar komt bij dat als je natuur wilt, je naar Frankrijk gaat, zo ver is dat niet. Nederland is veel te klein om echt natuur te hebben."

Meulenberg: Ook ik geloof niet in natuurbeheer als oplossing. Dat geldt misschien voor de akkerbouwers van Struik, maar de intensieve veehouderij en de glastuinbouw in het Westland kunnen geen natuur beheren."

Geloven

Van der Ploeg: In opdracht van het weekblad Boerderij hebben wij een enquete onder boeren gehouden. De conclusie is dat men in de praktijk wil vernieuwen: regiogebonden produkten, natuur en landschapsproduktie, enzovoort. Maar wat zegt de wetenschap dan: wij geloven er niet in. En de agro-industrie zegt: wij doen niet mee. Het beleid in Den Haag spijkert de zaak vervolgens dicht. Realiseer je goed dat we straks met bulkproduktie helemaal geen landbouw meer hebben."

Struik: Bulkprodukten hebben inderdaad geen toekomst meer, omdat natuur en milieu daarbij te ver zijn achtergebleven. Op Europees niveau zullen normen worden gesteld aan de milieubelasting en wordt vastgelegd dat een bepaald percentage van het oppervlak natuur moet zijn. Dan moet Nederland toe naar het afstoten van landbouw, of naar extensievere produktie, maar dan ben je niet langer competitief."

Peerlings: Hoezo een tegenstelling; een liberaler landbouwbeleid hoeft niet per definitie slechter te zijn voor het milieu."

Struik: Zeker is dat we als Nederland aan de verkeerde kant van de schaal zullen zitten."

Peerlings en Meulenberg: Dat geldt voor de akkerbouw, maar dat is jullie probleem."

Van der Ploeg: Nee, het geldt net zo goed voor de melkveehouderij. Als Meulenberg straks een succesvolle Leerdammer produceert met meer dan 50 gram nitraat in het oppervlaktewater, dan niks Leerdammer."

Kleefmann: Ik geloof dat je met kwaliteitsprodukten slechts een bepaalde groep bedient, namelijk de rijke bovenmaat. De scheiding tussen rijken en have-not's wordt steeds groter. Slechts een klein percentage zal die lieve produkten willen kopen."

Brussaard: Gespecialiseerde produkten mikken op een kleine bovenlaag. Dat zijn niet de grote groepen Italianen die nu onze bulkprodukten afnemen."

Struik: De zaak ligt anders. In een oververzadigde markt is de klant koning en die zal eisen gaan stellen. Je ziet dat gebeuren, grootwinkelbedrijven leggen eisen aan boeren op, terwijl de prijzen gelijk blijven. Milieuvriendelijkheid stuwt de prijzen niet op."

Van der Woude: Dat gelooft niemand toch?"

Struik: De technologie zal veranderen. Milieuvriendelijke technologie zal kostprijsverlagend werken."

Van der Woude: Bij een technologiedoorbraak capituleer ik. Maar het gaat om het verschil in 2015; wat kost dan milieuvriendelijk ten opzichte van gangbaar?"

Struik: Ook dan zeg ik dat het verschil afneemt vanwege de technologische ontwikkeling."

Kleefmann: Maar waar blijft dan het hele verhaal; dan is het toch opgelost!? Dan kun je bulkprodukten dus verantwoord voortbrengen tegen een lage prijs."

Van der Ploeg: Maar we zitten nu in een probleemsituatie. Neem de problemen in de varkenshouderij. Een varkenshouder die kwaliteit produceert, kan het beste naar Denemarken verhuizen, want daar krijgt hij voor zijn produkt betaald. Goedkoper is niet langer een garantie voor afzet. Zie de tuinbouw, de Nederlandse tomaat gaat in Duitsland te gronde aan zijn imago."

Meulenberg: Van der Ploeg meent dat de markt voor kwaliteitsprodukten er al is. Uit marktonderzoek komt echter naar voren dat mensen in praktijk die produkten niet kopen. De landbouwstructuur moet zo zijn dat ze maakt wat de markt vraagt. Wij moeten niet zeggen wat de boer moet doen."

Peerlings: Het is misschien cynisch, maar de boer kan niets doen. Voor velen is het wellicht verstandig om te stoppen. De boer is afhankelijk van de markt, en daarvan moet je niet teveel verwachten."

Portemonnee

Struik: Ik wil de landbouw niet zo behandelen als de industrie. Boeren dragen meer bij dan alleen het voortbrengen van produkten, ook landschappelijk betekenen ze veel."

Meulenberg: Jij praat zeker voor die vijftienduizend akkerbouwers. Maar voor de intensieve veehouderij, de glastuinbouw en de melkveehouderij geldt dat niet."

Van der Ploeg: Maar de landbouw levert na het aardgas de belangrijkste bijdrage aan de betalingskas. Daarnaast praat je over 600 duizend arbeidsplaatsen, de relatie landbouw en natuur, het gezinsbedrijf; tal van factoren die vragen om een andere economische analyse."

Peerlings: Geef die sector dan ook de ruimte om zich te bewijzen in een vrije markt. De boeren waren niet stom toen ze bulkprodukten voortbrachten, want dat bracht het meeste op. Bij een veranderend landbouwbeleid worden andere markten interessant; voor velen is er perspectief. Maar tevens is er voor velen geen toekomst."

Struik: U praat veel te veel vanuit de portemonnee, er is zoveel meer dan geld."

Peerlings: Er zijn inderdaad ook bijstandsmoeders en uitkeringstrekkers; misschien kan het geld beter aan hen besteed worden."

Struik: Maar de boeren hebben het land."

Kleefmann: Wie zegt dat al dat land graanveld en aardappelakker moet zijn. De consumenten willen natuurgebieden waar ze in kunnen. Ecologen als Vera vinden natuur iets waar mensen niet in mogen, maar de stedeling vindt dat helemaal niet interessant. Mensen willen Orvelte's en geen grote graangebieden. We zitten in een stedelijke samenleving die geen barst verstand heeft van landbouw. Ze willen nostalgie en dan het liefst oude arbeidspatronen. Met natuur heeft dat niets te maken. Hoe kan het dan dat er toch zoveel geld naar natuurbeleid gaat?"

Van der Woude: Dat komt omdat de tien procent bovenlaag van de bevolking op de ministeries zit. Het komt omdat de ecologen de macht hebben."

Kleefmann: De bovenmaat van de bevolking steunt de ecologen; en die hebben dictatoriale neigingen. Hoe kan het anders dat er steeds meer natuurgebieden ontstaan waar je alleen in mag met een hele dure kaart?"

Van der Ploeg: Ik kan als socioloog slechts kijken naar de praktijk. En hoe je het ook wendt of keert, binnen de landbouw gaat veel geld om in recreatie. Voor sommige boeren is het een flinke slok op een borrel. In de praktijk kan natuur en landschap een van de inkomensbronnen voor de landbouw worden."

Van der Woude: Daar ben ik het mee eens. De landbouw heeft al eerder in een crisis verkeert. Tussen 1650 en 1750 zie je ook een sterke diversificatie in de landbouw, van tabak tot vlas en verfplanten. Ook nu zul je zien dat de bulkprodukten minder gaan worden. De een zal zich richten op meervallen, de ander op konijnen en een derde op een camping. Iedereen zoekt een heenkomen om de komende vijftig tot honderd jaar uit te zingen. Maar een mooie tijd zal het niet zijn. Het blijft overleven."

Re:ageer