Wetenschap - 11 januari 2001

Debat: Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening

Debat: Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening

'We moeten nu kiezen of we het landschap privatiseren of niet'

Nederland verrommelt. Zo luidde de kritiek op de ruimtelijke ordening in het jaar 2000. In het landelijk gebied snoepen gemeentes bijvoorbeeld, bij gebrek aan een centrale regie, beetje bij beetje stukjes van het groen om tegemoet te komen aan bedrijvigheid of woningbouw. Wat rest is een ongeorganiseerd en verrommeld tuttifruttilandschap, stedelijk noch landelijk, kraak noch smaak. In de nieuwe Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening van minister Jan Pronk van VROM worden zulke gebieden 'balansgebieden' genoemd. Die staan apart van de rode en groene contouren, stad en land. Daarmee lijkt het alsof er beleid wordt gemaakt, maar Milieudefensie noemt de balansgebieden in een reactie 'volstrekt onbeschermd'. Is de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening inderdaad een gemiste kans om de verrommeling van Nederland aan te pakken?

Drs. Peter Smeets, afdelingshoofd Landschap en Ruimtegebruik van Alterra: "Je moet het wel in de juiste context zien. We discussi?ren nu al zes jaar over de Vijfde Nota. En qua uitvoering zitten we met de effecten van de Derde en de Vierde Nota. We hebben decennialang ingezet op de landbouw als gratis beheerder van het landelijk gebied. Dat is voorbij. Dus moeten anderen in het landschap investeren. Burgers en bedrijven die de groene ruimte zoeken als aantrekkelijke woon- of werkomgeving. De verstedelijking en suburbanisering rukt op. Als een boerderijtje leeg staat en een Amsterdammer met een paar miljoen wil dat kopen, dan houd je die niet tegen. Maar laat dat dan niet een soort Belgisch free for all zijn.

Milieudefensie roept dat er meer restrictief beleid moet zijn, maar met het formuleren van verboden krijg je geen investeringen. Maak samen met bewoners en gebruikers een regionaal ontwerp, dat uitnodigt en stimuleert om de kwaliteit van het landschap te verbeteren. Laat zo'n Amsterdammer een tuin van een hectare planten, maar zorg dat hij dan kwaliteit maakt en dat hij ook investeert in de twintig hectare die er omheen ligt."

Prof. drs. Klaas Kerkstra, hoogleraar Landschapsarchitectuur Wageningen Universiteit: "Deze halfslachtige nota biedt helemaal geen oplossing voor de sluipende verrommeling van het landelijk gebied. Ik vind dat de nota erg leunt op een voortzetting van bestaand beleid, ook al gebruiken ze een nieuwe terminologie van contouren en balansgebieden. Het is een onderhandelingsresultaat van Pronk met zijn collega-ministers Jorritsma en Netelenbos. Die willen dat het landelijk gebied flexibel is.

Men durft geen keuze te maken voor een nieuwe ordening van Nederland. Nederland is nu een stedelijk netwerk van Ruhrgebied tot Rijsel. En dat netwerk is in principe niet begrensd. Dat idee is in de nota verlaten. De verhouding tussen stad en land wordt vooral bekeken vanuit historische referenties. Een stad met een muur er omheen en een open platteland daarnaast. Die scheiding is er niet meer. En dat is het probleem, want juist daarvoor moet een nieuwe ruimtelijke ordening worden opgezet."

Dr. Andr? van der Zande, directeur van Alterra en uitvinder van de term 'tuttifruttilandschap': "De minister heeft een simpel beeld. Er is een onderscheid tussen stad en land. Als je maar zorgt dat het landelijk gebied niet versteent, zoals Pronk dat noemt, dan gaat het goed. Maar het simpelweg trekken van contouren werkt niet. Bedrijfscomplexen van land- en tuinbouw liggen in het balansgebied, maar die hebben vaak een zwaardere impact dan een extra woonwijk binnen de rode contour.

Uit veel van ons onderzoek blijkt dat het beste kan worden gewerkt met een fysieke afscherming van water of groen. Dat wordt door de grote steden erkend. Het Amsterdamse Bos is zo'n afscheiding, of de Reeuwijkse Plassen. Maar als je een planologische lijn zet op een planologische kaart, dan hoef je maar te wachten tot het gaat schuiven.

We weten allemaal wat er gebeurt bij de handhaving in het kleine. Dat zien we bij milieuvergunningen, brandvergunningen. De aanhouder wint. Als een gehaaid ondernemer met een stuk bouwgrond maar lang genoeg aandringt bij de gemeente lukt het hem wel om te bouwen. Dat salami-effect moet je voorkomen. En dat gebeurt niet met de Vijfde Nota."

Dr. Pieter Vereijken, senior onderzoeker multifunctioneel landgebruik Plant Research International: "De vrije markt wordt de vrije loop gegeven. Pronk wordt overvleugeld door de Jorritsma's en Netelenbossen. De kreet 'balansgebieden' wordt hem gegund, mits hij de vrije krachten maar vrij laat. Dat is in het kort mijn nogal cynische visie.

Waar je niet aan ontkomt als je een mooi landschap wilt hebben, is dat je economisch zwakke elementen moet beschermen. In ons onderzoek pleiten wij voor een dualistische plattelandsvisie, met een systematische onderverdeling van het platteland in gebieden met openheid, rust en stilte en hoofdwegzones, zeg maar het moderne platteland met wegen, wonen en bedrijvigheid. Als je het aan de vrije krachten overlaat, verrommelt het. Er moet een regie zijn.

Wat ook wordt vergeten is dat de landbouw een stille opheffingsuitverkoop houdt. Melkveehouders en akkerbouwers gaan verdwijnen. Het grootste gevaar is dat het land van een boer naar tien partijen gaat. Die bouwen daar dan boerderettes, paardenstallen, hekken, en plaatsen bewakingscamera's. Je raakt dat land dan als publiek domein kwijt. En je krijgt nivellering: Zeeland zal er hetzelfde uit zien als Overijssel.

Maar het spel gaat nu pas beginnen. De nota moet nog door de Tweede Kamer. Dit jaar wordt cruciaal, en dat vind ik erg spannend. We moeten nu kiezen of we het landschap privatiseren of niet."

Martin Woestenburg

Tekening Henk van Ruitenbeek

'Als een boerderijtje leeg staat en een Amsterdammer met een paar miljoen wil dat kopen, dan houd je die niet tegen'

Re:ageer