Wetenschap - 18 januari 2001

Debat: Spin-offs van onderzoeksinstituten

Debat: Spin-offs van onderzoeksinstituten

'Stichting DLO heeft en houdt zeggenschap over BV's'

Nu de verschillende DLO-instituten BV's zijn geworden onder de Stichting DLO, vormen zij op hun beurt onderliggende BV's: commerci?le spin-off bedrijven, soms opgericht in samenwerking met externe commerci?le organisaties om kennis te vermarkten. Stichting DLO heeft een aandeel in deze bedrijven. Maar is er nu geen risico dat met de oprichting van deze bedrijven kennis van DLO weglekt doordat de 'kroonjuwelen' weggekocht worden of doordat DLO uitgekocht zou kunnen worden in de toekomst?

Ir. Jules van Berlo, plaatsvervangend afdelingshoofd Financi?le en bedrijfseconomische zaken Stichting DLO: "Bij de instituten worden nu onderliggende BV's opgericht omdat hierdoor producten en kennis beter vermarkt kunnen worden en omdat de commerci?le partner extra financiering en extra kennis meebrengt. Zo'n onderliggende BV mag echter niet zomaar opgericht worden. Er gaat een strenge toetsing aan vooraf. De raad van bestuur van Wageningen UR moet hier toestemming voor geven. Bij de aanvraag voor de oprichting van BV's wordt gekeken naar het financieel en kennisinhoudelijk aspect. Levert de onderliggende BV een positieve bijdrage aan de financi?n van DLO en voegt ze iets toe aan de kennisinfrastructuur? Daarnaast worden overige organisatorische aspecten en eventuele risico's in kaart gebracht. Naast de raad van bestuur moeten de minister van LNV en de raad van toezicht de aanvraag goedkeuren. De raad van toezicht is onafhankelijk en wordt benoemd door het ministerie van landbouw. In deze raad zitten onder andere mensen uit het bedrijfsleven. Zij gaan heel omzichtig te werk.

Mensen denken vaak dat BV's volledig zelfstandig zijn, maar bij DLO ligt dat veel genuanceerder. Via de instituten vallen de onderliggende BV's - zoals Group Software Engineering - ook onder de stichting DLO, die zo impliciet een stuk zeggenschap heeft en houdt. Het is dus niet zo dat er dan kennis kan weglekken. Trouwens om met externe partners samen te werken is niet altijd een BV nodig. Er zijn naar mijn mening meerdere geschikte vormen van samenwerking.

Onder strikte voorwaarden moet het mogelijk zijn dat DLO uitgekocht kan worden, maar dit dient v??r de oprichting van de BV afgesproken te worden. Voorwaarde is dat wanneer de betreffende kennis onder de core-business van DLO valt, deze altijd voor DLO toegankelijk moet zijn."

Mr. Margriet Kleter, juridisch medewerker Wageningen UR: "DLO mag alleen uitgekocht worden afhankelijk van de omstandigheden. Sowieso zal de opbrengst uit vercommercialisering van kennis - dus ook opbrengst door verkoop van aandelen - altijd terug dienen te vloeien naar DLO.

Het belang van de Stichting DLO is dat ze grip houdt op het personeel en onroerende zaken. Iedere dochtermaatschappij is zelfstandig binnen de DLO-holdingconstructie, maar het personeel en de onroerende zaken blijven vallen onder de stichting. Wildgroei aan BV's is onmogelijk vanwege strenge procedures. Ten eerste wordt er intern gekeken naar het businessplan via Juridische zaken, Financi?le zaken, Onderzoekstrategie en HRM. Na een positief advies van het college van bestuur dient het ministerie van LNV nog toestemming te geven voor het oprichten van de BV."

Ing. Erik Toussaint, woordvoerder Plant Research International BV: "Wat risico's betreft, er zijn naar mijn mening altijd risico's dat kennis wegvloeit op een ongewenste manier zoals op een congres of wanneer goede werknemers het instituut verlaten. Maar het is geen noodzakelijk gevolg van de oprichting van een BV.

Het oprichten van een onderliggende BV is een strategisch proces; dat houd je voor jezelf en leg je niet zomaar op straat. Om die reden wil ik niets loslaten over de oprichting van onderliggende BV's bij Plant Research International. We denken binnen ons instituut wel na over de vorming van BV's, al of niet in samenwerking met partners; er zijn tientallen potenti?le vlakken om op een dergelijke manier strategisch om te gaan met het te gelde maken van kennis."

Prof. dr. Erik Claassen, directeur Onderzoek ID-Lelystad BV: "Het oprichten van spin-off - ik spreek overigens liever van spin-out - bedrijven leidt bij ons absoluut niet tot een uitverkoop van kennis. Het is juist de bedoeling om technologie en taken die niet onder de kernactiviteiten van het instituut vallen te vermarkten.

DLO heeft voordeel bij de vorming van de spin-outs. Doordat zij een minder- of meerderheidsaandeel heeft, ziet ze wel het geld dat de bedrijven opbrengen maar heeft niet de hoofdpijn. Het risico wordt in zo'n spin-out bedrijf gespreid. Ik ben wel van mening dat het mogelijk moet zijn dat de spin-outs los komen van stichting DLO. In die zin dat DLO op den duur uitgekocht moet kunnen worden.

Bij ID-Lelystad bestaan reeds twee onderliggende BV's: Pepscan en Ceditest. Omdat ID-Lelystad wettelijk een kennisintensief dienstverlenend instituut is en geen productiebedrijf, is Ceditest opgericht binnen de productieafdeling van het instituut om een diagnose-kit op de markt te brengen. Pepscan is opgericht om veterinaire kennis te vermarkten in het humane farmaceutische veld.

Binnen ID-Lelystad willen we de oprichting van spin-outs stimuleren. We streven ernaar om gemiddeld per jaar een spin-out op te richten. Als je ondernemende onderzoekers niet de mogelijkheid geeft om een BV op te richten, dan lopen ze weg naar een andere instelling waar ze meer met hun creatieve idee?n kunnen doen. Dat is nadelig voor DLO.

Het is niet gemakkelijk om een BV op te richten. Maar ik ben erg blij met de manier waarop de raad van bestuur ons deze mogelijkheden geeft om ons instituut te profileren."

Eva Boels

Tekening Henk van Ruitenbeek

'Wildgroei aan BV's is onmogelijk vanwege strenge procedures'

'Als je ondernemende onderzoekers niet de mogelijkheid geeft om een BV op te richten, lopen ze weg'

Re:ageer