Wetenschap - 22 februari 2001

Debat: Nieuwe landbouw

Debat: Nieuwe landbouw

'Eigenlijk houden we ons bezig met dat wat de burger bezig houdt'

Tijdens de Winteravondlezing op 31 januari opperde woordvoerder Simon Vink om 'nieuwe landbouw' als term te gebruiken om de nieuwe doeleinden en markten van Wageningen UR te benoemen. Is dat een term waarmee de wetenschappers van Wageningen UR uit de voeten kunnen?

Simon Vink, stafdirecteur Communicatie en public affairs van Wageningen UR: "Ik denk hierbij aan drie dingen. De consument vraagt niet alleen om veilig maar ook om gevarieerd voedsel. Daarbij stelt hij eisen aan de manier waarop en de plaats waar dat voedsel wordt geproduceerd. En dan heb je nog de natuurlijke waarden en de beleving die steeds belangrijker worden. Wij willen bijdragen aan de maatschappij. Daarom moeten we communiceren wat we doen aan zaken als biologische landbouw, biotechnologie, plattelandsvernieuwing, enzovoorts. Ik maak geen keuze, want we willen juist uitgaan van de pluriformiteit van Wageningen UR. 'Nieuwe landbouw' is dan ook een containerbegrip."

Ir. Rob Groot, directiesecretaris van Plant Research International: "Wanneer we onze reputatie willen versterken, denk ik niet dat het echt verstandig is om ons te associ?ren met landbouw, zelfs niet met nieuwe landbouw. Ik sprak Cees Veerman hier op aan, maar die hield voet bij stuk: de landbouwsector, waarmee we al meer dan honderd jaar een sterke binding hebben, is onderdeel van ons imago en moet dit ook blijven.

Ik vind dit maar ten dele waar. Natuurlijk hebben we mondiale faam op het gebied van landbouw en moet dit zo blijven, maar het is de vraag in hoeverre we ons imago daarop moeten baseren. Unilever zal het na het fiasco met Omo Power wel uit zijn hoofd laten om over de 'nieuwe Omo Power' te praten; een imago blijft bij een klant lang hangen. Landbouw wordt vaak geassocieerd met BSE, varkenspest, stinkende mest en legbatterijen. Daarnaast is de landbouw voor velen synoniem met primaire productie, een sector waarin de marges minimaal zijn. De toegevoegde waarde ontstaat elders in de keten, in de logistiek, de verwerking, de retail, de life-science industrie. Daar is geld te verdienen, niet in de primaire productie.

Philips heeft zich jarenlang geprofileerd als technologieontwikkelaar, maar heeft bewust de move gemaakt naar verkoper van consumentenelektronica. Denk je dat de klant van Philips zich interesseert voor het materiaal waarvan de radiokastjes gemaakt wordt? Neen, het gaat om emoties en Philips verkoopt emoties. Nokia, een knowledge-factory als Wageningen UR, verkoopt zich ook door de klanten aan te spreken op emoties, op behoefte aan communicatie. Laten we hier eens naar kijken en goed nadenken over het imago dat we nastreven."

Dr. Jan Blom, adjunct-directeur van het LEI: "Landbouw is slechts een onderdeel van datgene wat wij onderzoeken, maar zeker niet de hoofdmoot. Wij richten ons onderzoek op het brede terrein van voedsel en groen. Het is niet toevallig dat het ministerie van LNV zich steeds meer profileert als het ministerie van voedsel en groen.

Wat we hier in het instituut onderzoeken, is de manier waarop voedsel naar de consument komt en hoe agroketens effici?nter kunnen worden georganiseerd. Daarnaast doen we als vanouds onderzoek naar de inkomens van de boeren en de toestand in de landbouw, maar dat neemt af. Eigenlijk houden we ons bezig met dat wat de burger bezighoudt. Wat is goed en lekker om te eten? Enerzijds heb je dan te maken met de landbouw, maar vooral met de marketing van landbouwproducten, anderzijds met de groene ruimte, en hoe we die beheren. Als we ons niet op dit soort nieuwe markten begeven, kunnen we de tent wel sluiten."

Prof. dr. Fons Werry, adviseur Concernstrategie biotechnologie van Wageningen UR: "Bij dit soort dingen denk ik altijd aan de toespraak die Cees van Woerkum hield tijdens de presentatie van het nieuwe logo van Wageningen UR. Hij zei toen: je kunt het mooi of lelijk vinden, dat doet er niet toe, het gaat er om hoe je het gaat opsieren met associaties. Nieuwe landbouw impliceert oude landbouw. Ik denk dan ook dat het belangrijk is om de term aan te vullen met positieve associaties over voedselproductie, veilig voedsel, een gezonde plattelandsontwikkeling, en een spannende, dynamische relatie daartussen."

Dr. ir. Jaap van Bruchem, houdt zich als universitair hoofddocent bij het departement Dierwetenschappen bezig met duurzame landbouwsystemen: "Ik vind 'nieuwe landbouw' een fantastische term, maar ik denk dat we het eerst waar moeten maken. In Wageningen praten we nu zo'n vijftien tot twintig jaar over duurzame landbouw, maar we slagen er tot nu toe niet zo bijster goed in om die te realiseren. Wat we moeten laten zien, is een hoogproductieve landbouw met minimale emissie naar het milieu, een diervriendelijk karakter, biologisch betere producten, een effectieve bijdrage aan de economie van de groene ruimte, een goed inkomen voor de boerengezinnen, enzovoorts. Ik vind het een sport om de hoogproductiviteit in de benen te houden, want we hebben immers een gestaag groeiende wereldbevolking te voeden. Op de volgende Winteravondlezing op 14 maart zal ik onze versie van de nieuwe landbouw proberen te onderbouwen.

'Nieuwe landbouw' vergt wel een cultuuromslag. In Wageningen worden we vooral opgeleid in het rationeel aansturen op basis van externe inputs. Er is dringend behoefte aan andersom denken, 'umdenken' noemen ze dat in het Duits."

Martin Woestenburg

Tekening Henk van Ruitenbeek

'Unilever zal het na het fiasco met Omo Power wel uit zijn hoofd laten om over de 'nieuwe Omo Power' te praten'

'Ik vind 'nieuwe landbouw' een fantastische term, maar ik denk dat we het eerst waar moeten maken'

Re:ageer