Wetenschap - 15 februari 2001

Debat: Creativiteit in de wetenschap

Debat: Creativiteit in de wetenschap

'Uitgebreide onderzoeksvoorstellen doden echte wetenschap'

Wie veel studenten en geld binnenhaalt en veel publiceert, mo?t wel goed zijn. Maar kwaliteit is niet in kwantiteit te vangen. Zo werkt het proces van ontdekkingen niet. Vooraf verantwoording afleggen over het onderzoek al helemaal niet. Een gedetailleerd overzicht van wat het onderzoek wanneer op gaat leveren is voor de universiteit eigenlijk een leugen. Als het overzicht zou kloppen, dan is het onderzoek al gedaan. Daarom is controle vooraf niet nodig en feitelijk onmogelijk. Bovendien doodt het alle creativiteit omdat die alleen kan ontstaan in tijden dat je niets plant. Controle op zich is wel goed, maar dan achteraf. Om origineel en creatief werk te bevorderen, moet er plaats worden ingeruimd voor het onvoorziene en onverwachte. Die mening liet prof. dr. Peter Raedts, hoogleraar middeleeuwse geschiedenis aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, horen in de Buytendijklezing op 29 januari. NRC Handelsblad bracht zaterdag 10 februari een ingekorte versie van de lezing.

Prof. dr. ir. Rudy Rabbinge, hoogleraar Plantaardige productiesystemen: "Die vrijheid om niets te doen is er. Je moet het wel goed organiseren. En je moet voorkomen dat de Dorknopers van deze wereld, de niet-creatievelingen en niet-vindingrijke lieden, de zaak bepalen. Die kans is er wel in Wageningen. Als ik kijk naar onze aio's: heel vaak staat er in het proefschrift wat anders dan ze vooraf ingediend hebben. Dat is helemaal niet erg. Het resultaat telt.

Vrijheid verplicht wel. Het gaat niet om vrijblijvendheid. Iedereen moet gericht afgerekend worden. Afrekenen op publicaties is in eerste aanleg goed, als je maar wel kijkt naar de inhoud en de impact van het werk."

Drs. Jan Dijk, hoofd Onderzoeksstrategie: "Wat is een tijdje niets doen? Bij de universiteit zul je echt niet na drie maanden zeggen, hoe staat het met je resultaten? Als je er bovenop gaat zitten, smoor je alle creativiteit. Dat kan ik me voorstellen. Het gevoel van controle is wel sterker geworden. Ik zelf kom van DLO en ik merk toch wel heel duidelijke verschillen. Bij DLO moet je bij de SEO-gelden wel van te voren vertellen wat je verwacht aan wetenschappelijke vernieuwingen en aan rendement, al zit ook daar een risicovolle component aan. Dat soort vragen zul je bij de universiteit nooit stellen. Daar moet je niet praten over rendement. Wel is een stukje kwaliteitsmeting nodig. Dat gebeurt ook bij de onderzoekscholen. Maar op het moment dat je verantwoording af moet leggen, denken veel mensen dat ze op en top gecontroleerd worden. Als je zegt, ik wil mijn gang kunnen gaan en ik heb lak aan controles, dan pas je er niet bij."

Ir. Jan Schakel, leerstoelgroep Rurale sociologie: "Het is wel een beetje een oude gedachte dat je in bad zit en in ??n keer Eureka roept, waarbij alle wetenschappers kleine Einsteintjes zijn. Maar ik ben het er helemaal mee eens dat je ruimte nodig hebt om creatief te zijn. De vraag is: hoe kan je die ruimte vruchtbaar maken? Koningsveld heeft een keer gezegd dat je vijf procent van je tijd vrij moet maken om deel te nemen aan debatten over maatschappelijke zaken of over grenskwesties tussen twee vakgebieden. Of het wetenschappelijk rendement daar zoveel hoger van wordt weet ik niet, maar het hoort er wel bij. Een sabbatical is een praktische vorm daarvan, een tijd waarin idee?n zich vormen. Maar die tijd moet niet bij de output ge?valueerd worden."

Prof. dr. ir. Akke van der Zijpp, hoogleraar Dierlijke productiesystemen: "Je moet wel eerst investeren in begrip en kennis voordat je tot dat sublieme moment van de ontdekking komt. Heb je die kennis eenmaal opgedaan, dan kan je je eigen weg gaan. Dat geldt ook voor aio-projecten.

Wat Raedts vergeet, is dat je ook in het management van dat soort sublieme momenten kunt hebben om tot goede oplossingen te komen. En ook degene die aan de orde stelt wat een probleem kan worden, is iemand die tot een subliem moment komt. Zoals de eerste die zei dat er een mestprobleem was."

Dr. ir. Gerard van Willigenburg, universitair docent bij Agrotechniek en fysica: "Ik ben het helemaal met Raedts eens. In de jaren zeventig kon en mocht alles, hoefde niets. Nu zitten we bij het andere uiterste. Alles moet gepland worden. Je moet zeggen wat er uit je onderzoek komt, de onderzoeksvoorstellen worden steeds groter en uitgebreider, terwijl je minder kans hebt op geld omdat er minder geld is. En de druk om te publiceren is heel groot, liever in een heleboel tijdschriften dan in een paar grote. Je krijgt niet direct ontslag als je het anders doet, maar die druk voel je wel. Maar bevorderen van de creativiteit doe je niet door van te voren allerlei eisen vast te leggen. De tijd voor al die bureaucratische dingen kan je beter gebruiken voor onderzoek."

Dr. Tineke Creemers, Plant Research International: "Hier heb je bij het onderzoek een bepaald doel voor ogen, je wilt een product hebben of een methode ontwikkelen. Daarvoor stippel je een weg uit, maar je weet niet of dat zo gaat lukken. Er gebeuren altijd heel veel onverwachte dingen onderweg. Dan heb je je creativiteit nodig. Als je daar geen tijd voor neemt, ben je echt verkeerd bezig. Het is niet zo dat je altijd op die plek uitkomt die je van tevoren had bedacht, maar wel zo dicht mogelijk. Dat lukt best. Als je van de universiteit komt, denk je dat alleen d?e manier van werken de creativiteit stimuleert. Maar onze manier bevordert ook de creativiteit."

Leonore Noorduyn

'Je moet voorkomen dat de Dorknopers van deze wereld de zaak bepalen'

'Bij de universiteit moet je niet praten over rendement'

Re:ageer