Wetenschap - 26 april 2001

Debat: Biotechnologie

Debat:

Discusi?ren over biotechnologie

'Politiek heeft grotere behoefte aan biotech-debat dan bevolking'

Commissie Terlouw presenteerde vorige maand haar plannen voor een breed publieksdebat over de toepassing van biotechnologie in de voedselproductie. In tegenstelling tot de brede discussie over kernenergie lijkt de doorsnee Nederlander zich niet erg druk te maken over gentechnologie. Ook binnen Wageningen UR lopen de gemoederen niet echt op. Bij het slotdebat van een discussiereeks over biotechnologie kwamen zo'n twintig mensen. Rector Bert Speelman vroeg zich tijdens het matte debat af of er in Wageningen wel een debatcultuur heerst. Landelijk lijkt vooral de politiek belang te hebben bij een debat. Wie zit er eigenlijk wel op te wachten?

Prof. dr. Frans Kok, hoogleraar Humane voeding en epidemiologie en lid van de commissie Terlouw: "Uit een peiling van het onderzoeksbureau Nipo bleek dat vijftig procent van de bevolking nog geen mening heeft over biotechnologie. Maar dat wil niet zeggen dat die vijftig procent er geen mening over zou moeten hebben. De commissie Terlouw is niet door landbouwminister Brinkhorst ingesteld om de mening over biotechnologie te veranderen, maar wel om de regie te voeren over het debat. De commissie moet uiteindelijk de regering een advies geven onder welke voorwaarden de toepassing van moderne gentechnologie in de voedselproductie maatschappelijk acceptabel is. De grootste opgave is om de gewone burger te bereiken die bij Albert Heijn boodschappen doet. Dat doen we bijvoorbeeld door mensen financieel te belonen die een discussie organiseren in hun voetbalclub. De rol van wetenschappers in deze discussie is informeren en opini?ren. Door steeds de vraag te stellen hoe hard de bewijzen zijn van stellingen en uit te leggen wat we er van weten."

Dr. ir. Rinie van Est, co?rdinator programma voeding en voedingsketens bij het Rathenau Instituut: "Vergeleken met de brede maatschappelijke discussie over kernenergie blijkt dat het thema biotechnologie wel leeft in Den Haag en bij maatschappelijke organisaties, maar niet bij een breed publiek. De behoefte aan een publiek debat is groter bij de politiek dan bij de Nederlandse bevolking. Het debat wordt dan ook grotendeels van bovenaf opgelegd. Het is water naar de zee dragen om dit debat breed gedragen te maken.

De opzet van het debat Eten en Genen van de commissie Terlouw gaat er vanuit dat de Nederlandse burger gebrek heeft aan kennis over biotechnologie. Commissievoorzitter [dr. Jan] Terlouw zei dat het Nederlandse publiek 'bijgepraat moet worden'. Ik denk dat het publiek eerder behoefte heeft aan inzicht in het spel en de knikkers. Niet een gebrek aan technische kennis, maar het beperkte inzicht in de drijvende krachten en belangen achter biotechnologie zijn de belangrijkste bron van een gezonde portie wantrouwen bij het grote publiek. Een debat zou dat ongenoegen moeten blootleggen, terwijl het nu lijkt op een veredelde voorlichtingscampagne.

De universiteit moet de bakermat van een maatschappelijk debat zijn. Maar of dat ook gebeurt is een kwestie van geld. Verdeling van geld voor onderzoek is nog veelal een zaak voor techneuten. Dat is uit de tijd. Ik pleit er net als de Adviesraad voor Wetenschap en Techniek voor dat tien procent van het budget voor biotechnologie-gerelateerd onderzoek besteed wordt aan kritisch sociaalwetenschappelijk onderzoek. De dialoog tussen sociale en technische wetenschappers moet versterkt worden."

Dr. Guido Ruivenkamp, onderzoeker sectie Technologie en agrarische ontwikkeling: "De roep om debat is ook een soort industrie geworden. Specifieke belangen, ook die van de media, produceren problemen. Rond Kerstmis is er bijvoorbeeld veel honger te zien op televisie, omdat dat de tijd is dat mensen de portemonnee trekken voor goede doelen.

De reden dat sociale en technische wetenschappers niet tot elkaar komen is een paradigmascheiding tussen beiden. Op dit moment wordt het debat geleid door het natuurwetenschappelijk paradigma. Daarin is biotechnologie een set of tools. Ethische problemen moeten dan achteraf door een toetsingscommissie bekeken worden. Sociale wetenschappers kijken juist naar de vraag waarom bepaalde technologie ontwikkeld wordt. Die scheiding belemmert het zoeken van creatieve toepassingen van biotechnologie. Net zoals de scheiding tussen voor- en tegenstanders van biotechnologie het zoeken naar oplossingen verhindert."

Dr. Bart Gremmen, docent toegepaste filosofie, zit in het LNV-projectbureau dat de commissie Terlouw heeft voorbereid en is nu voorzitter van de interdepartementale stuurgroep biotechnologie: "Er was inderdaad sprake van een loopgravenoorlog tussen voor- en tegenstanders. Om daar uit te komen moest het debat verplaatst worden naar het grotere publiek. Daarom behandelt de commissie Terlouw concrete voorbeelden van biotechnologie in de voedselproductie die in de nabije toekomst mogelijk zijn. Zoals een langer houdbare tomaat of een BSE-vrije koe.

Vergeleken met de discussie over kernenergie is dit debat een rijdende trein. Biotechnologie wordt al lang toegepast. Het is geen kwestie van ja of nee. Het gaat erom onder welke randvoorwaarden het kan. Doel van de discussie is niet het cre?ren van draagvlak. Het is dan ook zeker geen verkapte voorlichtingscampagne. De commissie Terlouw is objectief. Bij het samenstellen van de commissie hebben we de klassieke belangenverenigingen vermeden. Mensen als Hans Galjaard of Renate Dorrestein zitten er op persoonlijke titel in."

|

Joris Tielens

'Het debat over biotechnologie lijkt een veredelde voorlichtingscampagne'

'Vijftig procent van de bevolking heeft geen mening over biotechnologie, maar dat zou wel moeten'

'Het publiek heeft eerder behoefte aan inzicht in drijvende krachten en belangen'

Re:ageer