Organisatie - 21 juni 2007

De ziel van de universiteit

In de NRC van 26 mei jongstleden schreef Frits van Oostrom, president van de KNAW, een kritisch artikel over het huidige marktdenken aan de universiteiten getiteld ‘De twee-eenheid van markt en ziel: de universiteit moet meer durven zijn dan een organisatie’. Hij stelt: ‘Het wordt hoog tijd dat de universiteit ophoudt met het nadoen van de markt, en zich de diagnose aantrekt die de Raad van Economisch adviseurs (REA) onlangs voor de gehele Nederlandse publieke sector heeft gesteld: die aapt teveel het bedrijfsleven na, daarmee de unieke kwaliteiten van de eigen sector miskennend.’ En ook: ‘De laatste jaren is een platte visie leidend geweest in het beleidsdenken over het hoger onderwijs. Onderwijs als product en de student als rondshoppende consument.’
Ook voor Wageningen Universiteit slaat de president met deze uitspraken de spijker op zijn kop. We laten ons de laatste jaren noodgedwongen teveel leiden door individuele financiële prikkels die ook de basis vormen van het nieuwe universitaire financieringsmodel.
Het is algemeen bekend dat wetenschappelijke doorbraken doorgaans afkomstig zijn van het zogenoemde nieuwsgierigheidgedreven onderzoek. Dat onderzoek laat zich niet inkaderen in grootschalige projecten. Hiervoor moet in het financieringsmodel apart ruimte worden gemaakt. Als dit niet gebeurt, zal in de toekomst de wetenschappelijke kwaliteit van het universitaire onderzoek dalen en het aantal baanbrekende publicaties onafwendbaar teruglopen.
Ook de financiering van projecten in het algemene universitaire belang laat te wensen over. In het nieuwe financieringsmodel voeren, zoals al opgemerkt, individuele financiële prikkels de boventoon. Iedere uit te voeren activiteit roept dan meteen de vraag op: wat levert mij dat op? Wie betaalt mijn excessief hoge uurtarief? De boodschap van het nieuwe model is dan ook: levert een activiteit niet direct geld op voor de leerstoelgroep, dan is het kennelijk iets waar geen belang aan gehecht hoeft te worden.
Niet gek dus, dat het algemene belang in het verdomhoekje terecht dreigt te komen. Zo vergt bijvoorbeeld de werving van nieuwe studenten ieder jaar weer een forse inspanning zonder dat daar een directe financiële vergoeding voor de leerstoelgroepen tegenover staat. Dit is een typisch voorbeeld van een prisoner’s dilemma, waarbij bij een toenemende nadruk op financiële prikkels de verleiding voor het individu om niets te doen groter wordt. Dit is een onderschat risico voor het voortbestaan van de universiteit.
Ik heb het dan nog niet eens gehad over de niet financieel gehonoreerde maatschappelijke dienstverlening die nog steeds tot het taakveld van de universiteit behoort. Die heeft natuurlijk al helemaal geen prioriteit.
Wat het onderwijs betreft moet volgens van Oostrom met name de bacheloropleiding inhoudelijk te worden verrijkt. Volgens hem dient er een nieuw evenwicht gevonden te worden tussen vakgerichte en algemene vaardigheden. Hij voert hiervoor ‘twee kapitale feiten’ aan: de Nederlandse student doorloopt zijn studie gemiddeld in de helft van de tijd die ervoor staat, en studenten klagen zelf over te weinig uitdaging. Ook hier heeft de president het gelijk aan zijn kant. De kwaliteit van het onderwijs moet omhoog. Docenten zullen meer tijd aan het onderwijs moeten besteden en dat gaat niet zonder een substantiële verhoging van het onderwijsbudget.
Maar is marktgericht denken alleen maar slecht voor de universiteit? Natuurlijk niet! De uitvoering van door de markt geïnitieerde projecten kan voor universitaire onderzoekers zeer verrijkend zijn. Het gaat hier om het vinden van de juiste balans tussen wat van Oostrom noemt de ziel van de universiteit enerzijds en de markt anderzijds. Die balans dreigt momenteel ook bij onze universiteit verstoord te raken. Om dat te voorkomen moet er binnen het nieuwe universitaire financieringsmodel meer ruimte komen voor: nieuwsgierigheidgedreven onderzoek, verhoging van de onderwijskwaliteit, activiteiten in het algemeen universitair belang en maatschappelijke dienstverlening. Allemaal zaken die in het huidige doorgeslagen marktdenken gemarginaliseerd dreigen te worden en die de ziel van de universiteit rechtstreeks raken.

Re:ageer