Wetenschap - 31 oktober 2002

De zeehond is een volwassen soort die onze zorg niet nodig heeft

De zeehond is een volwassen soort die onze zorg niet nodig heeft

Zeehondenexpert Peter Reijnders: Over ongeveer tien jaar krijgen we weer een virusepidemie

De populatie gewone zeehonden in de Nederlandse Waddenzee is door de virusepidemie ongeveer gehalveerd, maar de toekomst ziet er zonnig uit. Toch pleit zeehondenexpert dr Peter Reijnders van Alterra Texel ervoor om ook in de toekomst rekening mee te houden dat er vergelijkbare epidemie?n gaan voorkomen. Al was het alleen maar om te weten wat we als mensen met zulke natuurrampen moeten doen.

De ramp is voorbij. De epidemie van het virus phocine distemper onder de gewone zeehond in de Waddenzee is grotendeels uitgewoekerd, denkt zeehondenexpert dr Peter Reijnders van Alterra Texel. In de afgelopen week werden nog acht dode zeehonden in de Nederlandse Waddenzee gevonden, wat het totaal op 2163 maakt. Volgens Reijnders betekent dat dat er ongeveer 3200 zeehonden aan het virus zijn overleden.

Daarmee is de epidemie iets minder erg dan in 1988, maar dat komt vooral doordat de zeehondenpopulatie in 2002 veel groter was. Op de geschatte populatie van 6550 vlak voor de epidemie ligt de sterfte ergens tussen de 46 en 51 procent, en dat is ietsje lager dan de 56 procent uit 1988. Toen waren er ongeveer vijfhonderd zeehonden over - zo'n beetje het minimum voor een levensvatbare populatie - nu meer dan drieduizend.

Ondanks de ramp gaat het namelijk erg goed met de zeehonden in de Waddenzee, veel beter dan voor 1988. Reijnders noemt wat cijfers: het geboortepercentage is nu 19 procent tegen 13 procent voor 1988; de jeugdsterfte is nu bijna 35 procent, toen 65 procent. En internationaal ligt het groeipercentage van de zeehonden op dertien procent. "Dat is het biologisch maximaal haalbare voor die soort", aldus Reijnders.

Met zulke groeicijfers zal de populatie gewone zeehonden rond 2007 weer op het oude niveau zijn, maar Reijnders waarschuwt dat het heel wel denkbaar is dat er in de toekomst weer epidemie?n zullen volgen. Rekening houdend met de populatiegroei en de kans dat een dier andere besmet schat hij dat dat ongeveer tien jaar zal duren. Met simulatiemodellen gaat Reijnders binnenkort rekenen aan een hardere voorspelling.

We moeten ons voorbereiden op zo'n toekomstige grote sterfte, vindt Reijnders. De epidemie van dit jaar leek als een schok te komen. In de pers werd de decennia oude discussie opgerakeld over de vraag of opvang nu wel of niet het juiste middel was om de zeehond te redden. De opvangcentra van Ecomare en zeehondencr?che Pieterburen zaten overvol, medewerkers van zeehondencr?che Pieterburen kregen psychologische hulp aangeboden voor de mentale druk die al die dode zeehonden bracht, en Alterra en Reijnders werden telkens aangevallen op hun visie om het virus een natuurlijke dood te laten sterven.

"Het is een van de dingen waar nauwelijks beleid voor is, het beheer bij grote sterfte", stelt Reijnders. "Dat wordt vaak overgelaten aan de beheerders, op land Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer, in de Waddenzee Ecomare en Pieterburen." Op land zit er wel beweging in. Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer hebben beiden beleid geformuleerd over de omgang met bijvoorbeeld dode Schotse hooglanders of het bijvoeren in de winter. Maar in de Waddenzee ontbreekt zulk beleid. Onterecht vindt Reijnders, en hij wijst daarbij niet alleen naar de virusinfectie bij zeehonden maar ook naar de massale sterfte van eidereenden in het jaar 2000.

Reijnders, die dit jaar zijn dertigjarig jublileum vierde als zeehondenonderzoeker, staat bekend als voorstander van het natuurlijk verloop van gebeurtenissen in de Waddenzee. Evenals in 1988 was hij dit jaar niet voor massale opvang van zeehonden, en al helemaal niet voor het inenten van de dieren. Tot dit jaar waren dit heikele punten in een langlopende discussie tussen enerzijds de morele zorgplicht voor individuele dieren en anderzijds de ecologische, 'natuurlijke' benadering. Tijdens de tijdens de virusepidemie van dit jaar weer opgerakelde discussie werd echter duidelijk dat behalve zeehondencr?che Pieterburen de meeste wetenschappers in Nederland kozen voor een meer natuurlijke aanpak. "Ook internationaal is daar de meeste steun voor", voegt Reijnders toe.

Toch betekent zijn pleidooi voor beleid voor grote sterften niet dat hij simpelweg wil laten vastleggen dat het natuurlijke verloop voorop moet staan. "De benadering vanuit de populatie was altijd de lijn die Alterra volgt, maar als de populatie in de gevarenzone zit - en dat was in het midden van de jaren zeventig het geval, want toen zaten we bijna onder de minimale grens van vijfhonderd zeehonden - dan praat je wel degelijk om de zorg voor het individu. Elk dier telt dan mee. De balans weegt dan zwaarder naar het individu."

Maar rampen als het zeehondenvirus moeten ons niet van de wijs brengen, vindt Reijnders. "Ondanks de ellende willen we toch blijven kijken naar wat het beste is op de lange termijn. Zeehonden zijn van een probleemsoort ontwikkeld tot een volwassen soort die onze zorg niet nodig heeft. Ook al omdat er ook risico's aan verbonden zijn als we gaan morrelen met de populatie."

Een van de grootste risico's is dat zeehonden hun belangrijke functie als graadmeter voor de kwaliteit van het ecosysteem van de Waddenzee verliezen. Zeehonden zijn als het ware de thermometer van de Waddenzee. Veranderingen binnen de populatie betekenen voor wetenschappers als Reijnders dat er iets mis is in de Waddenzee. "Zeehonden geven early warnings. Als er iets mis is, is het allereerste wat verandert het geboortepercentage, als het iets erger is dan krijg je jeugdsterfte, en bij sterfte onder volwassen zeehonden is het heel erg mis." Ingrijpen in de populatie, door opvang of inenting, betekent dat de thermometer nauwelijks meer valt af te lezen.

Martin Woestenburg

Bijschrift grafiek:

Het aantal gewone zeehonden in de Nederlandse Waddenzee tussen 1974 en 2002. Sinds de virusepidemie in 1988 gaat het weer erg goed met de zeehond, maar nieuwe virusepidemie?n kunnen volgen. | Grafiek Alterra Texel

Bijschrift foto:

De gewone zeehond doet het goed in de Waddenzee. | Foto Alterra

Kader:

De grijze zeehond is niet ziek

Er leven in de Waddenzee twee soorten zeehonden, de gewone zeehond en de grijze zeehond. Die laatste vormt een blinde vlek in het zeehondenonderzoek. De grijze zeehond stierf hier in de Middeleeuwen uit, want hij was een makkelijke prooi voor jagers, maar sinds 1980 is hij weer terug in de Waddenzee. Het wad is echter niet het meest geschikte leefgebied voor het dier. De jongen hebben droge wadplaten nodig en die zijn er nauwelijks, aldus Reijnders. "Je hebt de Richel bij Vlieland en de Razende Bol bij Texel, maar eigenlijk is het niet zo'n geschikt gebied." De grijze zeehond heeft echter ook weinig te duchten van het virus dat de gewone zeehond velt. Verwacht wordt dat dat aan het verschil in voedselpatroon ligt.

Re:ageer