Wetenschap - 3 december 2015

De zee is van iedereen – of niemand

tekst:
Lieke de Kwant

Elk land ontwikkelt milieubeleid voor zijn eigen stuk zee. Nogal ineffectief, zegt Jan van Tatenhove, aangezien mariene ecosystemen zich niet aan landsgrenzen houden.

Jan van Tatenhove. Foto: Guy Ackermans

Jan van Tatenhove. Foto: Guy Ackermans

Maar hoe kom je tot gezamenlijk beleid als iedereen iets anders wil en niemand het laatste woord heeft? Die vraag vormt de rode draad in het werk van de nieuwe persoonlijk hoogleraar Marine governance.

De logica dicteert dat je bij het ontwikkelen van marien milieubeleid de grenzen van marine ecosystemen volgt, vertelt Van Tatenhove, die zich sinds 2005 bij de leerstoelgroep Milieubeleid bezighoudt met de zee. ‘Neem de Doggersbank. Dat is een ondiepte in de Noordzee die in de Britse, Deense, Duitse en Nederlandse territoriale wateren ligt en waar veel leven is. Voor zo’n ecosysteem zou je afspraken willen maken waaraan iedereen zich houdt. Maar dat is lastig. Engeland wil er windmolens bouwen bijvoorbeeld, andere landen willen er weer vissen.’

Wat de zaak nog verder compliceert, is dat je er nog niet bent als alle betrokken landen eenmaal op één lijn zitten, zegt Van Tatenhove. ‘Europese zeeën kennen heel veel overheidslagen. Je hebt natuurlijk de afzonderlijke landen, de EU en de VN, maar ook de regionale zeeconventies zoals het OSPAR-verdrag voor de noordoostelijke Atlantische Oceaan.’ Vaak is niet duidelijk wie of wat het in deze kluwen van instituties uiteindelijk voor het zeggen heeft. ‘We noemen dat multilevel governance: beleid maken en beslissingen nemen zonder dat er een duidelijke hiërarchie is in de autoriteitsstructuur.’

Noordpool

Het onderzoek van Van Tatenhove en zijn promovendi is deels fundamenteel van aard. ‘We willen met onze publicaties bijdragen aan theorieontwikkeling over bijvoorbeeld governance, legitimiteit en accountability.’ Maar het blijft niet bij papieren wijsheid alleen; ook opdrachten voor toegepast onderzoek vinden hun weg naar de groep op de tweede verdieping van de Leeuwenborch. Zo hebben promovendi van Van Tatenhove samen met onder meer baggeraars en andere universiteiten onderzocht hoe je, onder de noemer building with nature, ‘eco-dynamisch’ havens kunt ontwerpen.

Een andere groot toegepast onderzoek dat Van Tatenhove begeleidt, richt zich op de Noordelijke IJszee, bij uitstek een gebied waarover niemand – of iedereen – de baas is. ‘Je hebt de Arctic Council met acht lidstaten en zes belangenorganisaties van inheemse volkeren. Verder zijn er grote marktpartijen die iets willen op de pool. En ook grote ngo’s zoals Greenpeace doen een duit in het zakje. Juist in een gefragmenteerde autoriteitsstructuur spelen die vaak een belangrijke rol.’

In deze setting onderzoekt een Wageningse PhD’er de ‘social license to operate’ van de olie-industrie in Groenland. Een postdoc-onderzoeker bestudeert het fenomeen benefit sharing, waarbij multinationals die in het poolgebied naar olie of gas boren, de inheemse bevolking compenseren met geld of voorzieningen zoals scholen en wegen. Van Tatenhove: ‘Is dat wenselijk en gaat het er eerlijk aan toe? Dat bestuderen we nu.’


Re:ageer