Organisatie - 23 oktober 2008

De werkdruk moet omlaag

Ruim de helft van alle Wageningen UR-medewerkers vindt de werkdruk te hoog. Dat blijkt uit de MedewerkerMonitor 2008. Bij Van Hall Larenstein lopen de meeste gestreste mensen rond: 68 procent. Bij RIKILT wordt het minst geklaagd, maar ook daar voelt nog steeds een derde van de werknemers zich overbelast. Wat gaat er mis?

opinie_0_620.jpg
opinie_0_620.jpg

Foto: Annemarie Roos

Ir. Richard Kraaijvanger, docent Bodemkunde Van Hall Larenstein in Velp:
‘Ik ga niet met tegenzin naar het werk. Voor mezelf vind ik het belangrijk om goed bezig te zijn. Dan kun je niet een middag achterover gaan zitten leunen. Maar misschien zou het best goed zijn als we eens een middagje zouden gaan voetballen.
Het maakt ook uit waar je werkt. In Forum blijf je doorwerken en kom je er de hele dag niet meer uit, niet eens om even uit te waaien. In Velp gaan we nog wel eens luchten met collega’s.
De werkdruk is hier hoog, maar dat is niet heel storend. Soms zijn er momenten dat alles tegelijk komt, bijvoorbeeld met de afronding van een schooljaar. En de lessen worden dicht op elkaar gepland. Vooral als je in het eerste jaar lesgeeft in Velp, heb je veel lessen en klassen. Andere dingen moet je ertussendoor doen. Bovendien word je vaak afgeleid door vragen van studenten, de mail of de telefoon.
Je kunt het werk ook niet onderling verdelen met collega’s, want iedereen zit in hetzelfde schuitje. Bij pieken is iedereen aan het klagen. Na de drukke periodes zijn er ook rustige momenten. Maar ik moet zo ophangen, ik moet voor zes uur nog naar de winkel.’

Dr. Arie van de Bent, voorzitter ondernemingsraad Agrotechnology & Food Sciences Group:
‘Werkdruk is natuurlijk subjectief. Binnen mijn eigen directe werkomgeving, het instituut AFSG, is het niet alleen gerelateerd aan wat medewerkers op hun eigen bordje hebben liggen. Het gaat ook om het gevoel of we samen in staat zijn om gestelde targets te halen, gegeven de moeilijke omstandigheden. De druk is hoog om de organisatie nog sterker in de markt te zetten en de cijfers omhoog te brengen. Dat brengt extra werkdruk met zich mee.
En als dat onvoldoende lukt, wordt dat al snel vertaald naar het idee dat AFSG niet goed genoeg zou functioneren. Medewerkers betrekken dat op zichzelf. Het geeft een gevoel van onzekerheid en mensen vragen zich af of ze wel gewaardeerd worden.
Wat de hoeveelheid uren betreft, is het niet drukker dan tien jaar geleden. Maar als je jezelf ieder jaar moet afvragen wat er moet gebeuren om überhaupt de begroting te halen, ligt de lat hoog. We weten vooraf nooit zeker of we de orderportefeuille vol krijgen. Bovendien is de acquisitie relatief tijdrovend, waardoor je productie-uren moet wegstrepen en gemiddeld een hogere marge moet realiseren. Maar het zit wel in de aard van de mensen om die uitdaging aan te gaan.’

Drs. Mark Wever, PhD-student bij de leerstoelgroep Bedrijfskunde:
‘Voor mijn onderzoek staat vier jaar. Ik lig volgens mijn begeleiders op schema, maar had graag verder willen zijn. Soms is het lastig om dat buiten werktijd los te laten en lig ik weleens een nacht wakker. Maar dat hoort erbij en komt niet omdat er onrealistische deadlines zijn gesteld. De werkdruk die ik ervaar is dus zelfopgelegd.
Iedereen doet ook taken voor de leerstoelgroep. Zelf hou ik de website bij, begeleid studenten en doe secretariaatwerk. Toen ik begin dit jaar meehielp met het organiseren van een conferentie, was ik te veel tijd kwijt aan secundaire taken. Maar als ik ergens mee zit, wordt er binnen de leerstoelgroep goed naar geluisterd en ook wat mee gedaan.
Bij de universiteit heb je de mogelijkheid om je eigen tijd in te delen en je uitgebreid in een onderwerp te verdiepen. Daar moet je ook je eigen verantwoordelijkheid in nemen. Sommige collega’s zijn bijvoorbeeld te druk doordat ze in te veel grote projecten gaan zitten. Misschien kunnen onderzoekers daar beter in ondersteund worden; het zelf indelen is voor sommigen lastig.’

Ir. Gerda van Donkersgoed, onderzoeker bij RIKILT, Instituut voor Voedselveilig­heid:
‘Rustige momenten zijn zeldzaam. Ons cluster haalt de laatste jaren eigenlijk te veel projecten binnen. In januari is het jaar bij ons al helemaal vol gepland, of beter gezegd overvol gepland met meer uren dan we hebben. Als er in de loop van het jaar nog nieuwe dingen tussendoor komen, is de werkdruk helemaal hoog.
Dat komt wel één keer per jaar aan de orde bij het R&O-gesprek en op een gegeven moment worden er dan in onze groep ook wel weer een aantal projecten geschrapt. Maar er komen altijd nieuwe projecten bij en natuurlijk kleine dingetjes tussendoor, zoals dit. We kregen een tijd geleden een cursus effectief werken, waarin verteld werd dat je ieder mailtje direct moet afwerken. Dat is leuk verzonnen, maar zo werkt het natuurlijk niet. Af en toe neem ik werk mee naar huis, maar dat probeer ik niet te vaak te doen. In principe moet je het werk onder werktijd kunnen doen.
Je went wel aan een hoge werkdruk. Wat ik heb geleerd, is me vooral niet druk te maken. Soms lukt iets gewoon niet. En de druk heeft geen invloed op het plezier in mijn werk. Als ik de helft van de tijd niks te doen had, zou ik dat veel vervelender vinden.’

Re:ageer