Organisatie - 15 februari 2007

De vriendelijke slachter

Al meer dan vijfentwintig jaar zoekt Bert Lambooij naar de diervriendelijkste manier om varkens of kippen te verdoven voor de slacht. Het is een beroep vol tegenstellingen. De ene dag prikt de onderzoeker elektroden in proefdieren om te controleren of ze lijden, de volgende dag inhaleert hij zelf koolstofdioxide om te ervaren hoe het is om daarmee vergast te worden.

29_achtergrond0.jpg
Tijdens een open dag van Animal Sciences Group houden moeders angstvallig hun kinderen weg van zijn presentatiemateriaal. Liever kijken ze met de kleintjes naar speelgoed voor varkens op stal dan naar de videobeelden met de nieuwste technieken om dieren te verdoven en slachten. ‘Het doden van dieren is een taboe’, zegt Bert Lambooij. ‘Het is heel dubbel. De mensen willen niets met slachten te maken hebben. Tegelijkertijd willen ze wel dat het op een humane manier gebeurt.’
Lambooij is een internationale autoriteit op het gebied van diervriendelijk slachten. Hij studeerde in 1976 af als dierenarts aan de universiteit van Utrecht. Daarna richtte hij zich bij het toenmalige Instituut Veeteelt Onderzoek in Zeist op het ontwikkelen van methoden om dieren snel en pijnloos te slachten. ‘In de tijd dat ik begon met mijn onderzoek, werden varkens met een besmettelijke ziekte nog gewoon gedood met uitlaatgassen. Ze werden een vrachtwagencontainer ingedreven en motoren ernaast bliezen het gas naar binnen. De beesten gingen door de stress enorm tekeer. Het lawaai was enorm. Maar zien konden we het niet. Ik heb toen raampjes in de container laten zetten. Ik wilde weten wat er gebeurde. Toen ik een paar weken later weer eens terug kwam bij het destructiebedrijf, waren alle ramen weer dicht. Niemand wilde het zien, zelfs de uitvoerders niet.’
Het voorval stimuleerde Lambooij des te meer en leidde tot de elektrische verdoving die momenteel in veel landen bij het slachten van varkens wordt toegepast. En nog steeds richt de onderzoeker zich op het verbeteren van verdovingstechnieken. ‘De wetenschappelijke uitdaging is enorm’, zegt hij. ‘Toen ik begon was er nog helemaal geen apparatuur om te meten hoe dieren bedwelmingstechnieken ervaren. Nu zijn we zover dat we de activiteit van hersenen en hart kunnen meten door elektroden in te prikken, zelfs in vissen.’
Volgens Lambooij voelen de dieren daar niet al te veel van. ‘Eerder bracht ik ze onder narcose. Daaruit ontwaken is al helemaal geen pretje’, zegt hij met een strakke blik. ‘Over een tijdje kunnen we zelfs een chip inzetten. Dan steken er geen draadjes meer uit de dieren, maar kunnen we de zender gewoon aflezen met een scanapparaat.’

Kippenleed
Ondanks al deze technieken is er volgens Lambooij nog heel veel mis met de gangbare slachtmethoden. In Nederland worden ruim negenduizend kippen per uur bij de poten opgepakt en ondersteboven aan een haak gehangen. Daarna gaan ze kopje onder in een waterbad dat onder stroom staat, waardoor ze buiten bewustzijn raken. Direct na de verdoving wordt de keel doorgesneden en sterft de kip door bloedverlies, de zogenoemde verbloeding. ‘De methode voor kippen vind ik het slechtste van wat er momenteel in de praktijk gebeurt’, zegt Lambooij. ‘Veel kippen raken niet verdoofd, poten raken ontwricht bij het ophangen en de slacht duurt te lang. Technisch gezien kan het zoveel beter.’
Het kippenleed wordt dan ook niet veroorzaakt door een gebrek aan kennis of techniek. Want hoewel metingen aantonen dat de hartslag van kippen gigantisch stijgt tijdens de handelingen voor de slacht, verandert er weinig in de sector. ‘De discussie rondom de kippen speelt al jaren’, zegt Lambooij. ‘Hoe meer stroom, hoe beter het is voor de kip. Maar dat leidt ook tot verkramping van spieren en bloedingen. Nederland moet dan rekening houden met haar exportpositie. In het buitenland worden alle kippen geslacht met slechts dertig volt, in Nederland moet dat met honderd volt. Maar het resultaat is dat we dat vlees moeilijk kwijt kunnen, omdat er rode stipjes op het vlees zitten. Het probleem met de kippenslacht is dat het welzijn niet samen gaat met de productkwaliteit. En we zijn nu eenmaal aan land van export. Prijs en kwaliteit zijn leidend.’
Bovendien is de controle beperkt. Maar daar komt verandering in, voorspelt Lambooij. ‘Straks moet in heel Europa de leverancier van vlees aan kunnen tonen dat de dieren op een juiste manier zijn geslacht.’

Koolstofdioxide
Toch zijn er volgens Lambooij wel degelijk methodes die beter zijn voor de kip én voor de kwaliteit van het vlees. ‘Het is veel diervriendelijker om kippen te bedwelmen met koolstofdioxide. Ze kunnen zo op een lopende band een gaskamer in. Pas als ze dood zijn worden ze opgehangen en geslacht. Deze methode hebben we ook toegepast bij de ruiming in 2003 tijdens de vogelpest. De stallen werden toen volgepompt met gas.’
Nu is er nog speciale toestemming nodig om dit gas in kippenslachterijen toe te passen. ‘Koolstofdioxide staat ter discussie omdat het brandt op de slijmvliezen. Ik heb zelf eens een kapje op mijn neus gezet om het te ervaren. En inderdaad, het brandde. Maar pluimvee krijgt een veel lagere dosis. Zo laag dat ze het niet voelen.’
Het is vooral de noodzakelijke verbouwing van stallen en slachterijen die deze techniek duur maakt. Bovendien accepteren slachters de ophanging van levende kuikens en het waterbad. ‘Het gaat, zeggen de slachters.’ En ook de missers bij het ruimen van varkens worden volgens Lambooij steevast gerelativeerd. ‘De methode die we gebruiken is vijftien jaar geleden ontwikkeld en zeker niet perfect. Regelmatig draaien biggen zich om op de lopende band waardoor hun billen de ketting met stroom aanraken. In paniek rennen ze de verkeerde kant op. Maar de overheid geeft er geen prioriteit aan. Zo vaak gebeurt het niet, zeggen ze dan.’
‘En eigenlijk gaat het relatief ook goed’, vindt Lambooij. ‘De handeling met de dieren vóór de verdoving en slacht is veel meer een verbeterpunt, maar daar hoor je mensen nauwelijks over. Voorop staat de correcte wijze van doding, pas daarna het welzijn tijdens het leven. Dat zie ik ook met de opkomst van visteelt. De productie neemt toe, en de consument kijkt als eerste naar de slacht, pas daarna naar de manier waarop ze worden gehouden.’


Transport
Vooral over transport maakt Lambooij zich zorgen. Want ook de tocht naar de slachterij doet een dierenhart flink stuiteren. ‘Ik zou willen dat de slacht zich naar de boerderij verplaatst. Transport levert alleen maar stress op. Een varkensflat is zo gek nog niet. Het heeft een rare naam gekregen omdat het zo massaal is, maar het kan echt wel op een diervriendelijke manier met uitloopmogelijkheden. Zet er ook een slachthuis neer, en er is helemaal geen transportstress meer.’
Maar dat is duur en de dieren verdoofd houden tot het slachthuis is bijna onmogelijk, zegt Lambooij. Dus is het vervoeren van dieren voorlopig niet van de baan. Wel neemt de aandacht van de consument voor leefomstandigheden toe. Dit blijkt ook uit de opkomst van de Partij voor de Dieren, zegt Lambooij. ‘Hoewel ik de manier waarop Thieme de onderwerpen brengt niet terecht vind. Ze wil dat varkens niet langer dan acht uur op transport staan en haalt daar foto’s bij van varkens met gebroken poten. Maar dat komt door het laden en lossen en staat los van acht of twintig uur transport. Het is goed dat een partij als deze de problemen aankaart, maar laten ze dan alleen wel de waarheid brengen.’
Lambooij pleit daarom ook voor etikettering als het gaat om dierenwelzijn. ‘Als je consumenten vraagt wat ze lekkerder vinden, een gekweekte zalm of een zalm uit het wild, zeggen ze bijna allemaal uit het wild. Er komt veel psychologie bij kijken. Hetzelfde geldt voor bedwelmen. Zet het maar op het product of de kip op een juiste manier is verdoofd. Dat is eerlijk en helpt bij de bewustwording. Ik ben verbijsterend als ik kipfilet in een bakje zie liggen met een laagje paneermeel en gesneden in de vorm van een visje. Vlees moet herkenbaar zijn’, vindt Lambooij.
Zelf kan hij nog steeds prima genieten van een stukje vlees of vis. ‘Ik vind het ook niet leuk om de dieren te doden. Maar de mens doodt nu eenmaal zowel productiedieren als gezelschapsdieren. Waar het om gaat, is dat dit correct gebeurt.’

Re:ageer