Organisatie - 18 januari 2007

De verkwanseling van Van Hall

De perikelen rond de fusies tussen Van Hall en Larenstein en - een paar jaar later – Van Hall Larenstein en Wageningen UR zijn kalme rimpelingen vergeleken met de storm van verontwaardiging die losbarstte toen het Groningse Van Hall Instituut gedwongen werd naar Leeuwarden te verhuizen. Over de woede van destijds wordt vandaag de dag luchtig gedaan in Leeuwarden. ‘Maar sommige laatjes kun je beter gesloten houden.’

Studenten en medewerkers van het Van Hall Instituut in Groningen voeren actie tegen de gedwongen verhuizing naar Leeuwarden.
Studenten en medewerkers van het Van Hall Instituut in Groningen voeren actie tegen de gedwongen verhuizing naar Leeuwarden.

Foto: .

Op vrijdag 17 februari 1989 stond de jonge Van Hall-docent Gerrie Koopman nietsvermoedend het avondeten klaar te maken toen de radionieuwsdienst melding maakte van een bestuurlijke monsterdeal in de noordelijke provincies. Koopman geloofde zijn oren niet. ‘Zonder enige vorm van overleg met de betrokkenen hadden de ministers van landbouw en onderwijs en de commissarissen van de koningin de uitruil van hbo-instellingen en orkesten in het Noorden beklonken.’
Een van de onderdelen van de overeenkomst, die de geschiedenis zou ingaan als het ‘Herenakkoord’, behelsde de opgelegde fusie tussen het Prof. H.C. Van Hall Instituut en de Agrarische Hogeschool Friesland. Met als nieuwe standplaats Leeuwarden.
Op maandagochtend trof Koopman, kersvers lid van de medezeggenschapsraad, een sfeer van militant verzet aan op het instituut. Woorden als ‘koehandel’, ‘verkwanseling’ en ‘bedonderd’ klonken door de gangen. Spontaan besloot men tot de oprichting van de actiegroep Vereniging Van Hall Blijft In Groningen. ‘De verontwaardiging liep door alle geledingen, zelfs de directeur sloot zich aan.’
‘Wij waren niet alleen kwaad omdat we via de pers de fusieplannen moesten vernemen, maar ook omdat er geen enkel inhoudelijk argument aan de overplaatsing ten grondslag lag’, vertelt Koopman. Nu nog is hij er van overtuigd dat de verhuizing milieukundestudenten heeft gekost. ‘Groningen is nu eenmaal de universiteitsstad, dat bepaalt voor een belangrijk deel de keuze van studenten.’
In de jaren die volgden hield de politiek zich doofstom voor argumenten en ludieke acties van de protestgroep. ‘We deelden bitterkoekjes uit aan het publiek en gaven les in de trein naar Leeuwarden.’ De vergeefsheid van dit verzet werd door een hoge ambtenaar tijdens een hoorzitting van de MR fijntjes verwoord: ‘Jullie lot is bepaald door politieke rationaliteiten en daar valt niet aan te tornen’.
Bij de presentatie in 1990 maakte de medezeggenschapsraad van haar bevoegdheid gebruik om niet met het fusieplan in te stemmen. Het ministerie van LNV trok zich echter niets van deze procedurele hobbel aan en drukte het fusieproces door, met een jarendurend juridisch steekspel tot gevolg. LNV ging na elke ongewenste uitspraak in beroep, totdat een geschillencommissie de MR van Van Hall definitief in het gelijk stelde in december 1995. ‘Maar ja, ondertussen stond er al een gebouw in Leeuwarden. We hebben ons toen bij het onvermijdelijke neergelegd.’
Al die tijd hadden de Groningers zich niet willen verdiepen in de onderhandelingen over de onderwijsfaciliteiten in het nieuwe onderkomen en dat is hen later opgebroken, geeft Koopman toe. ‘Levensmiddelentechnologie uit Bolsward, de derde fusiepartner, had een modern laboratorium bedongen en wij moesten in het begin met een haspel de stroom van een andere verdieping halen.’
In de loop van de jaren zijn de hogeschoolculturen langzaam in elkaar opgegaan - ‘aanvankelijk vonden de Friezen dat wij er te lang over doorzeurden’ - en is Van Hall Leeuwarden een eenheid geworden, besluit Koopman. En toch. ‘Prima collega’s, prachtig gebouw, maar de verkeerde plek. Dat gevoel blijft. Als de Hanzehogeschool straks Milieukunde in de vingers krijgt, dan kunnen wij het hier vergeten.’

Re:ageer