Organisatie - 7 september 2006

De vergeten hogeschool

De onderwijssamenwerking tussen Wageningen Universiteit en hogeschool Van Hall Larenstein is de afgelopen jaren nauwelijks uit de verf gekomen. Maar dat gaat veranderen, zegt collegevoorzitter Erica Schaper (40). ‘Langzamerhand ben ik niet meer de enige in de concernraad die hbo-kwesties en onderwijssamenwerking opvoert.’

De collegevoorzitter van hogeschool Van Hall Larenstein (VHL) zit veel op de weg. ‘Afgelopen jaar heb ik meer dan 50 duizend kilometer gereden’, vertelt Erica Schaper bij binnenkomst in het bestuurscentrum te Wageningen, na een ritje vanuit Velp. Ze moet haar aandacht verdelen over de vestigingen van de hogeschool in Leeuwarden, Velp en Wageningen (tot voor kort Deventer). Bovendien heeft ze als lid van de concernraad geregeld overleg in Wageningen.
‘Ik wist waar ik aan begon in mei 2004: Van Hall en Larenstein waren net bestuurlijk gefuseerd. Veel reizen is inherent aan deze baan. Ik bel veel in de auto, en ik probeer aaneengesloten dagen in Friesland te zijn. Als ik echt veel moet reizen, huur ik een student-chauffeur in. Het is een fact of life.’
Bij haar start op de hogeschool zag Schaper, afkomstig van het scholingsinstituut FNV Formaat, een duidelijke opdracht: de fusie met Wageningen UR benutten door samen te werken op het gebied van onderwijs. Ze moet toegeven dat die ambitie nog niet is gerealiseerd. De afgelopen jaren stonden vooral in het teken van de interne samenwerking en integratie binnen de hogeschool. Van Hall in Leeuwarden en Larenstein in Deventer en Velp moesten één geheel worden. ‘We hebben de stafafdelingen, zoals Personeelszaken, ICT, Financiën en Communicatie bij elkaar gevoegd onder één leiding. We hebben het opleidingsaanbod bij elkaar gebracht in de vorm van majors en minors. En we hebben een nieuwe gezamenlijke wervingscampagne op poten gezet.’
Ook het onderwijs op de hogeschool vergde veel aandacht. ‘De afgelopen jaren is een nieuw onderwijsmodel geïntroduceerd, het competentiegericht onderwijs, wat heel veel inzet vergde van de docenten. Er zijn veel visitatiecommissies langs geweest. Overigens met positieve resultaten. En VHL heeft een saneringsoperatie achter de rug. In zo’n periode is het moeilijk om energie vrij te maken voor nieuwe initiatieven met anderen.’
Daar kwam bij dat de hogeschool niet op het netvlies stond in Wageningen. ‘Aan het eind van een vergadering in Wageningen hoorde je dan: o ja, Van Hall Larenstein is er ook nog. De integratie van de hogeschool binnen Wageningen UR, dat was mijn feestje. Langzamerhand ben ik niet meer de enige in de concernraad die hbo-kwesties en onderwijssamenwerking opvoert. Er ligt nu een instellingsplan van Wageningen UR, en daarin staat dat de samenwerking tussen hbo en wo toonaangevend moet worden in Nederland. Er is sinds kort een regiegroep ingesteld om daar een nieuwe impuls aan te geven.’

Valse start
‘Voorbeelden van de samenwerking? We werken aan doorstroom-minors, zodat hogeschoolstudenten soepel kunnen instromen in een masteropleiding aan de universiteit. Er is een gezamenlijke masteropleiding Kust- en zeemanagement in ontwikkeling. Bij de opleiding Tuin- en landschapsarchitectuur, die al een gemeenschappelijke master heeft, wordt gekeken of verdere samenwerking mogelijk is binnen een expertisecentrum. En de docenten Diermanagement van VHL en de dierwetenschappers in Wageningen denken samen na over een master op het gebied van dierenwelzijn. Het is belangrijk dat we het aanbod aan masteropleidingen verder uitwerken.’
Na een valse start. Want van het voornemen van de hogeschool om haar bestaande masteropleidingen bij de universiteit onder te brengen, is niets terechtgekomen. ‘Larenstein had een master Integraal Waterbeheer, maar het is niet gelukt deze goed onder te brengen bij de universiteit. Uiteindelijk heeft de WU een integrale master ontwikkeld waarbij VHL nauwelijks is betrokken. Dat leidde in Velp tot een hoop frustratie: ze gaan aan de haal met ons idee.’ Ook de Master of Management in Leeuwarden strandde, na eindeloos praten, aan de poort van de universiteit.
‘Je kunt bestuurlijk van alles afspreken, maar of het dan gebeurt…’, zucht Schaper. ‘Ik merk dat we op de hogeschool meer sturen dan dat op de universiteit gebeurt, waar je te maken hebt met de academische vrijheid van de leerstoelgroepen. Ik vind dat het besluitvormingproces binnen de universiteit wel wat scherper mag. Aan de andere kant: de onderwijsprofessionals moeten het uiteindelijk doen, en die kun je niet dwingen.’
‘Ik heb net een MBA-opleiding afgerond met als thesis: waar zitten de hobbels in veranderingsprocessen? Objectief heeft de samenwerking tussen universiteit en hogeschool veel potentie, maar bij de realisatie heb je te maken met mensen, culturen, betekenis geven aan dingen, en leiderschap. Dat regel je niet met een blauwdruk. Je moet de docenten verleiden met een wenkend perspectief, en ze in staat stellen zelf de verbindingen te leggen.’
Dat laatste lijkt nu gelukt bij de realisatie van de masteropleiding Kust- en zeemanagement, waarbij zowel universitaire als hbo-docenten vanaf het begin bij betrokken zijn. ‘Het moet een gezamenlijk streven zijn. Maar dit is een nieuwe opleiding; dat is wat gemakkelijker’, relativeert Schaper.
In de onderwijsondersteuning is de samenwerking met Wageningen al verder gevorderd. Ze somt op: ‘Op het gebied van ICT: we zitten sinds kort allemaal op WUR-net. Op het gebied van vastgoed: bij de verkoop van ons pand in Deventer hebben we ondersteuning vanuit Wageningen gehad. Op het gebied van de studentenwerving: we organiseren samen decanendagen. En op het gebied van de internationale projecten hebben we gemeenschappelijke voorstellen ingediend en projecten binnengehaald die we anders waarschijnlijk niet hadden gekregen. De combinatie van universitaire research en institutional capacity building van VHL is aantrekkelijk.’

Forensic sciences
Dat betekent niet dat de hogeschool de pijlen exclusief op Wageningen richt. Zo is VHL in Leeuwarden in zee gegaan met de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (NHL) om drie kleine opleidingen onder te brengen in het Life Science Cluster. Sindsdien groeit de aanwas van studenten weer, mede vanwege de nieuwe specialisatie Forensic sciences. ‘Onze regionale verbondenheid is juist een sterk punt in WUR-verband’, verklaart Schaper. ‘Zo kijken we in Velp naar samenwerking met de Hogeschool Arnhem Nijmegen op het gebied van natuur en gezondheid, en met de Hogeschool van Utrecht op het gebied van bouwkunde. Ook overleggen we met de agrarische en regionale opleidingscentra over afstemming van het onderwijs.’
De hogeschool zoekt samenwerkingsverbanden om haar expertise te kunnen verbreden en verdiepen. Daarom is de toetreding tot Wageningen UR van blijvend belang volgens Schaper. ‘Je deelt het kennisdomein. Een mogelijke volgende stap is dat we docenten gaan uitwisselen tussen universiteit en hogeschool.’
Daarmee dient zich overigens wel een volgende hobbel aan in de samenwerking: de universiteit krijgt veel meer betaald voor het onderwijs dan de hogeschool. Ook het voorzieningenniveau in Wageningen is hoger. ‘Wij kunnen ons geen WUR-kostenstructuur veroorloven als hogeschool’, zegt Schaper, verwijzend naar onder meer de hoge huisvestingslasten. ‘Bij ons is de bodem veel eerder bereikt dan bij de universiteit en de instituten. Wat betreft de hoge kosten en overhead kunnen we Wageningen UR dus een spiegel voorhouden.’
Aan het eind van het gesprek moet er nog een fotoafspraak komen. Schaper is een groot paardenliefhebber; wil ze op de foto met één van haar paarden in haar woonplaats Woudenberg? ‘Ja, dat zal Harry leuk vinden.’ Handsome Harry, zo heet het dier voluit. ‘Ik heb ‘m deze week nog niet gezien, ik heb er weinig tijd voor. Maar het is een prettige manier om te ontspannen: lekker met Harry door het bos scheuren.’

CV:
Erica Schaper
1991 Studie Rurale Sociologie aan de Landbouw Universiteit Wageningen
1991 Beleidsmedewerker bij Sollt, opleidingsfonds leerlingwezen landbouw
1994 Secretaris bij het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt
1998 Algemeen directeur van FNV Formaat
2004 Collegevoorzitter van Van Hall Larenstein

Re:ageer