Organisatie - 15 mei 2008

De vele kleuren van de Wageningse waarheid

Hoe kritisch durven Wageningse journalisten te zijn als ze de producten van Wageningse onderzoekers tegen het licht houden? Bijvoorbeeld als die de werkelijke bijdrage van de veehouderij aan het klimaatprobleem proberen weg te poetsen? In de berichtgeving over de Wageningse doorrekening van de klimaatfilm Meat the Truth (Resource 29 van 24 april, pagina 5), bleek geen plek voor kritische geluiden of wederhoor. Terwijl de vooringenomen berekeningen - uitgevoerd onder leiding van Wagenings bestuursvoorzitter Dijkhuizen als reactie op een persoonlijke vraag van CDA-Kamerlid en varkensboerin Annie Schreijer Pierik - toch een stevige discussie waard zijn.
Maar liefst drie maanden na de première van Meat the Truth kwam Wageningen met een reactie en wat opvallende conclusies: 1. Het cijfer van de FAO dat achttien procent van de broeikasgassen wordt veroorzaakt door de veehouderij geldt niet voor de Nederlandse veehouderij want die stoot slechts negen procent uit. 2. De reductie van broeikasgassen door de veehouderij kan vooral worden gevonden in verdere intensivering van de sector en niet in het matigen van de vleesconsumptie.
Het heeft er alle schijn van dat de onderzoekers de film niet goed hebben bekeken of teveel verblind waren door de vrees dat Meat the Truth de Nederlandse veehouderij omzet zal kunnen kosten. Feit is dat zij verzaakt hebben aan te geven dat in de film nergens wordt gesproken over de broeikasgasuitstoot door de Nederlandse veehouderij. Het is ronduit dubieus om een stelling aan te vallen die de opponent nimmer betrokken heeft. Meat the Truth zegt niet meer en niet minder dan dat achttien procent van de broeikasgassen wereldwijd voor rekening komt van de veehouderij, daarin dus begrepen de uitstoot van melkkoeien, legkippen en trekdieren. Het overgrote deel van de uitstoot komt echter op het conto van de veehouderij voor vleesproductie.
Dat Wageningen de intensivering van de veehouderij als oplossing ziet voor het reduceren van de uitstoot van broeikasgassen is ronduit zorgwekkend. Intensivering door middel van het opsluiten van dieren in hermetisch afgedichte stallen waarbij schadelijke broeikasgassen worden afgevangen, gaat voorbij aan de grote negatieve effecten elders. Het levert nog steeds geen oplossing voor de negatieve gevolgen van de grootschalige import van veevoer, zoals ontbossing en schuldslavernij in Brazilië, wereldwijde klimaatverandering en vervuiling van bodem, water en lucht via mestoverschotten in Nederland.
Bovendien leidt de intensiveringsweg af van de noodzaak tot een integrale benadering van de mondiale problemen van dit moment. De wereldvoedselcrisis, de kap van het tropisch regenwoud, het verlies aan biodiversiteit en druk op de zoetwatervoorraad nopen tot een radicaal andere aanpak. Meat the Truth gaat wel in op die samenhang en komt tot de conclusie dat vlees een zeer inefficiënte eiwitbron is. Juist die integrale benadering is van belang om tot een duurzame veehouderij te komen en tot een duurzame consumptie van eiwitten. Het matigen van de vleesconsumptie in Westerse landen blijkt voor Wageningen nog een brug te ver als de onderzoekers in het rapport stellen dat ‘vleesloos consumeren vaak een (Westerse) luxe is’.
In het artikel in Resource blijken de onderzoekers nogmaals de plank mis te slaan. Dat dieren afval en gras eten dat niet geschikt is voor de menselijke consumptie klopt, maar neemt niet weg dat momenteel bijna de helft van de wereldgraanvoorraad wordt opgeslokt door landbouwhuisdieren. Dat zijn granen die goeddeels wél geschikt zijn voor de menselijke consumptie en dus ingezet zouden kunnen worden om de honger in de wereld te stillen. Voor de huidige productie van dierlijke eiwitten wordt in totaal bijna 400 miljoen hectare landbouwgrond ingezet, terwijl voor de productie van dezelfde hoeveelheid plantaardige eiwitten slechts 25 miljoen hectare nodig is. Een besparingsfactor van zestien maal, welke overigens berekend is door de Wageningen Universiteit zelf, in samenwerking met de Vrije Universiteit van Amsterdam in het onvolprezen PROFETAS-project waaruit het boek ‘Pigs or Peas’ is voortgekomen.
Noch de film Meat the Truth, noch de Partij voor de Dieren stelt overigens voor om volledig af te zien van het eten van vlees, zoals de Wageningse onderzoekers beweren. De film beoogt Westerse consumenten van informatie te voorzien en ze daarmee een handelingsperspectief te bieden zodat zij zelf de keuze kunnen maken om al dan niet een bijdrage te leveren aan de mondiale uitdagingen waar we voor staan. Vleesmatiging levert een effectieve bijdrage zoals blijkt uit de berekeningen aan het einde van de film. Als alle Nederlanders één dag per week geen vlees eten, bespaart dat net zoveel uitstoot van broeikasgassen als één miljoen personenauto’s van de weg halen. Of anders gezegd, een dag geen vlees zou álle klimaatdoelstellingen van de Nederlandse overheid met betrekking tot huishoudens in 2012 in één klap realiseren.
Er is meer kritiek op het Wagenings onderzoek. Daags na de presentatie bekritiseerde het NRC (22 april) de gehanteerde cijfers en kwam tot de conclusie dat de rooskleurige schets van de broeikasgasuitstoot van de Nederlandse veehouderij aan alle kanten rammelt. Duizenden hectares landbouwgrond voor veevoerproductie in het buitenland zijn voor het gemak buiten beschouwing gelaten. Ook de uitstoot van broeikasgassen als gevolg van het zeer hoge energieverbruik in de bio-industrie is niet meegenomen. De reactie van een van de auteurs van het WUR rapport, dr. Peter Kuikman, spreekt boekdelen: ‘Ja, dat zou je inderdaad een omissie kunnen noemen. Maar goed laat het dertien of vijftien procent zijn in plaats van negen, wat maakt het uit?’ Dat is wetenschapsbeoefening anno 2008 in Wageningen.
Na het lezen van het rapport en de reacties van de Wageningse onderzoekers ontstaat het sterke vermoeden dat Wageningen niet met open vizier heeft willen reageren op de film. Het lijkt erop dat Dijkhuizen vooral de Nederlandse veehouderij de hand boven het hoofd heeft willen houden. Het is jammer dat de wetenschappelijke onafhankelijkheid in Wageningen onder druk lijkt te worden gezet door de sterke belangen vanuit de derde geldstroom en de verwevenheid met de vlees- en zuivelindustrie via een groot aandeel van extern gefinancierde hoogleraren. Het wachten is op kritische wetenschappers in Wageningen zelf, die wel een open en eerlijk debat willen aangaan over de wetenschappelijke bijdrage die Wageningen kan leveren aan het oplossen van de mondiale vraagstukken.

Re:ageer