Organisatie - 27 september 2007

De universiteit gelooft weer in zichzelf

Jarenlang leek niets te lukken voor de Wageningse studentenwervers. Hoe fris de foldertjes er ook uitzagen, hoeveel scholen er ook werden bezocht, elk jaar kwamen er minder studenten. De laatste jaren ging het al een beetje beter, maar dit jaar is het succes ongekend. Dertig procent meer studenten. Hoe is het mogelijk?

84_achtergrond0.jpg
Het dieptepunt van de depressie bereikte de universiteit op 28 november 1998. Het was zaterdag en de belangrijkste voorlichtingsdag van het jaar. Juist op die dag berichtte de Volkskrant uitgebreid over bezuinigingen en reorganisatie in Wageningen. Eerder die week had een reorganisatieplan het licht gezien waarin stond dat een kwart van de leerstoelen en vier opleidingen werden geschrapt. De studenten, en vooral de medewerkers die de studenten moesten voorlichten over de Wageningse opleidingen, waren in een grafstemming.
‘Dit is een historisch moment’, zei één van de voorlichters aan het begin van een bijeenkomst. ‘Dit is de laatste keer dat we voorlichting geven over Milieuhygiëne.’ Tussen de scholieren en hun ouders bediscussieerden sombere docenten de toekomst van de universiteit. Uiteindelijk kwamen er dat jaar weer acht procent minder studenten, terwijl de universiteit de voorgaande jaren al zoveel marktaandeel had verloren.
De jaren erna ging het niet veel beter met Wageningen Universiteit. De studentenaantallen bleven dalen. Elke maandag keken bestuurders en studentenwervers angstig naar de nieuwste vooraanmeldingscijfers en zagen voor Wageningen telkens een min. Die trend moest gestopt en dat mocht ook best wat kosten. Nadat bestuursvoorzitter Cees Veerman een grote oplegger had gezien van een Britse universiteit, kocht hij ook zo’n ding voor Wageningen. Aan de truck zat een opblaasbare doolhof waar scholieren konden lasergamen. Wageningen zou er goede sier mee maken op de schoolpleinen bij voorlichtingsdagen. Zou, want scholen wilden niet dat hun plein zou verworden tot een parkeerplaats voor opleggers. De truck heeft nooit een schoolplein gezien.
Ondertussen werden de folders vernieuwd, scholen bezocht, websites opgepoetst, maar niets leek te helpen. Mest en dierziektes gaven de landbouw, en daarmee Wageningen, een slechte naam, en daar was niet tegenop te praten.
Tot 2002. Toen waren er voor het eerst in ruim tien jaar meer inschrijvingen dan het jaar ervoor. Het hield nog niet over, maar de daling was eindelijk gestopt. Dat zette zich de jaren erna voorzichtig door. Totdat er dit jaar ineens dertig procent meer vwo-scholieren op de stoep stonden. Een ongekende luxe.

Kleurige waaiers
Waar komt dat succes ineens vandaan? Waarom lukte het tien jaar niet, en dit jaar ineens wel?
‘Tja, waarom?’ reageert Erik Heijmans, opleidingsdirecteur van de opleiding Internationaal land- en waterbeheer. Hij zag zijn instroom ruim verdubbelen. ‘Wij waren er zelf ook door verrast. We vragen studenten bij het eerste college altijd waarom zij naar Wageningen zijn gekomen. Dat levert ook nu het normale verhaal op. Het zijn mensen die idealistisch zijn, praktisch zijn ingesteld en graag iets internationaals gaan doen, net als altijd. Het zijn er alleen veel meer. Blijkbaar zijn er meer belangstellenden, of weten we ze beter te bereiken. Misschien ligt dat aan de website en de folders, maar ik sla er maar een slag naar.’
Op de achterste rij bij het eerstejaarscollege Voeding en gezondheid kijken de eerstejaars studenten Martin Hols, Sabine Vreeburg en Jannicke Simmelink er niet van op dat het goed gaat met Wageningen. Ze zitten dit jaar met meer dan honderd medestudenten in de collegebankjes. Vreeburg: ‘De opleiding is heel actueel, overal zie je gezonde drankjes en zo. Ik zocht een opleiding over voeding, en toen zag ik dat je daarvoor naar Wageningen moest. Daar had ik nog nooit aan gedacht, maar ik ben toch maar eens gaan kijken.’
Martin Hols vond de voorlichting van de universiteit nuchter. ‘Ik had het idee dat ze geen propaganda maakten. Het was minder opschepperig dan andere universiteiten. Ze zeiden dat het nieuwe gebouw klaar zou zijn, en dat is het ook.’ ‘Precies’, vult Simmelink aan. ‘Ze zijn ook echt goed, want Wageningen staat al voor het derde jaar bovenaan in de keuzegids.’
De folders en de radioreclame hebben minder indruk gemaakt. Vreeburg. ‘Ik heb daar niet zo veel van meegekregen. Op de sudiebeurs in Utrecht viel Wageningen me wel op. Ik had daar het idee dat het in Wageningen allemaal erg goed georganiseerd was. Het werd rustig vertelt, persoonlijk en niet zo ballerig. Echte ballen heb je hier niet.’
Toch denken docenten en onderwijsbestuurders wel dat het reclamemateriaal van de universiteit goed is aangeslagen bij de scholieren. Wageningen werft dit jaar met kleurige waaiertjes met korte stellingen die vooral slaan op de inhoud van de opleidingen. Pim Brascamp, directeur van het onderwijsinstituut, denkt dat daar in elk geval een deel van het succes aan te danken is. Hij krijgt vergelijkbaar vormgegeven folders van trendy meubelzaken in zijn brievenbus. ‘Daaruit maak ik op dat ons materiaal bij de tijdgeest past, dus dat was een schot in de roos. Het betekent overigens ook dat ze over twee jaar weer in de prullenbak moeten, maar voor nu zitten we goed.’
Ook Nick Poeth, bestuurder van studentenvereniging Ceres, denkt dat de nieuwe campagne is aangeslagen. Het is drukker op de sociëteit, en er komen volgens hem meer ‘populaire’ studenten. ‘De spotjes op de radio en de foldertjes zijn trendy. Ik heb het idee dat dat ook andere studenten naar Wageningen trekt dan de gebruikelijke groep. Meer mensen die ook van uitgaan en feesten houden.’

Betrokkenheid
Dr. René Kwakkel, opleidingsdirecteur van Dierwetenschappen, gaat al jaren het land in om zieltjes te winnen voor zijn opleiding. Ook hij denkt dat Wageningen er in slaagt om een bredere groep studenten aan te spreken. ‘Het materiaal is nu een stuk gelikter. Tien jaar geleden kwam ik vaak op middelbare scholen. Je zag de gedoodverfde Wageninger al meteen zitten: de idealist die de wereld gaat verbeteren en dus naar Wageningen kwam. Dat was de harde kern die koos voor Wageningen, ongeacht de voorlichting. We weten nu ook andere mensen te interesseren omdat we meer in de huid van de scholieren kruipen. Toen vertelden wij als docenten en wetenschappers ons verhaal. We konden ons haast niet voorstellen dat iemand dat niet interessant vond. Nu vragen we ons veel meer af wat de scholier bezighoudt.’
Maar het zal toch niet waar zijn? Jarenlang zure gezichten en onheilstijdingen, alleen maar omdat de universiteit een verkeerd reclamebureau koos voor de folders? Nee, denkt Maria Smetsers, al is ze wel te spreken over de reclamecampagne. Het maatschappelijke tij zit ook weer mee. De opleidingsdirecteur van Internationale ontwikkelingsstudies merkt dat idealisme niet meer wereldvreemd is. ‘Al zullen studenten zich nu geen idealist noemen. Volgens mij leeft er onder jongeren weer meer betrokkenheid bij wereldproblemen en dat werkt door in de keuze van hun opleiding. Je ziet dat ook op jongerensites en op tv. Ik ben ook erg blij met die kleine advertentietjes van Wageningen UR op de voorkant van de Volkskrant en de NRC. Daarin zie je onze maatschappelijke betrokkenheid.’

Meer branie
Onderwijsdirecteur Brascamp denkt dat ook de nieuwbouw van de universiteit heeft geholpen. ‘Ik heb wel eens geroepen dat bouwkranen effectiever zijn in het trekken van studenten dan foldertjes. En dat meen ik echt. De nieuwbouw laat zien dat we vertrouwen hebben in de toekomst. Wat ook helpt is stabiliteit. We hebben al een poosje geen gedoe rond onze opleidingen. We hebben ons voorgenomen om dat zo te houden. Als we iets veranderen doen we dat organisch en zonder grote schokken.’ Het is de les van 1998. Brascamp: ‘Schoksgewijze veranderingen zijn risicovol, en het is maar de vraag of ze succesvol zijn.’
Het goede nieuws over studentenaantallen, successen bij het binnenhalen van subsidiepotten, en positieve aandacht in de media zorgen ook voor een opgewektere stemming. Docenten en studenten zijn weer voorzichtig trots op hun universiteit.
Econoom Edwin Kroese: ‘Een poos geleden was er een programma op tv over de verschillen tussen Rotterdamse en Wageningse studenten. Je zag bescheiden, idealistische Wageningers, terwijl de Rotterdammers met veel poeha hun club de hemel in prezen met heel veel gebakken lucht.’ Die bescheidenheid hoort bij Wageningen, maar als hetzelfde programma nu weer gemaakt werd, zouden de Wageningse geïnterviewden volgens Kroese meer branie hebben. ‘En dan zónder de gebakken lucht. Wij staan voor de derde keer op nummer één in de keuzegids. Als je zegt dat je goed bent, moet je kunnen laten zien dat je het ook echt bent.’

Re:ageer