Organisatie - 25 januari 2007

De transitie van de onderzoeker

Hij doet experimenten of neemt enquêtes af, publiceert over de uitkomst en beïnvloedt zo indirect de keuzes van beleidsmakers. Tot zover het beeld van de conventionele onderzoeker. Maar onderzoekers van Wageningen UR spelen de laatste jaren steeds vaker een heel andere rol. Als ‘procesbegeleider’ moeten ze bijvoorbeeld zorgen dat koeien vaker in de wei staan. Mag je je dan nog wel onderzoeker noemen?

21_achtergrond0.jpg
‘Jullie zijn geen onderzoekers meer maar missionarissen. Omdat jullie nu meer meespelen in beleidsprocessen, wil je dat journalisten ook gaan meedoen en onderdeel worden van het proces. Eigenlijk vind ik dat een oneerbaar voorstel. Daar leen ik me niet voor.’ Journalist Rochus Kingmans van vakblad Boerderij was verbaasd en ontstemd toen hij in december op een workshop werd geconfronteerd met de nieuwe rol die onderzoekers vervullen.
In veel van het groene onderzoek dat dicht tegen het beleid aanschuurt, is sprake van een nieuwe trend. Onderzoekers zijn niet meer zozeer de traditionele expert, maar ook beschouwend analist, bemiddelaar, procesbegeleider, adviseur of ontwerper. Op die manier proberen zij – veelal in netwerken met boeren en andere belanghebbenden – ‘oplossingen af te tasten’ en ‘inspirerende concepten’ te ontwikkelen.
Het uiteindelijke doel is vaak nobel: zorgen dat de landbouw zich vernieuwt in een maatschappelijk gewenste richting. De buitenwereld kan echter in verwarring raken over de nieuwe rol die onderzoekers zich aanmeten. Zo brengt dat nieuwe onderzoek vage beleidstaal met zich mee, met termen als systeeminnovatie, procesontwerp en transitie. En vaak krijgen de onderzoekers van de opdrachtgever – veelal het ministerie van LNV – de opdracht om een bepaalde ontwikkeling te stimuleren of juist af te remmen.
De onderzoeker lijkt dan eerder een verlengstuk van de beleidsmaker, waardoor de vraag zich opdringt of zo iemand zich nog wel onafhankelijk expert of onderzoeker mag noemen. ‘Kan ik jullie als onderzoekers eigenlijk nog wel vertrouwen?’, vroeg Kingmans zich in de eerder genoemde workshop openlijk af.

Kleurige folders
Deze workshop was een initiatief van de onderzoeksgroep Systeeminnovatie van de Animal Sciences Group in Lelystad, een groep die betrokken is bij de programma’s Maatschappelijk verantwoorde veehouderij en Netwerken in de veehouderij. Hun projecten hebben titels als Houden van hennen en Koe & wij. Het zijn projecten die hebben geleid tot vernieuwde stallen zoals de ComfortClass voor varkens en de Plantage voor legkippen.
Volgens dr. Sierk Spoelstra, onderzoeksleider Systeeminnovaties, is een deel van de publicaties uit deze projecten anders dan onderzoekers gewend zijn. Naast traditionele artikelen en rapporten maakt de groep ook folders, brochures en kleurige boekjes. ‘Het ziet er uit als pr-materiaal. Dat klopt ook, want het is bedoeld om een bredere groep mensen aan te spreken’, aldus Spoelstra.
Van de twintig mensen in zijn team werkt er eigenlijk nog maar één regelmatig in het laboratorium. De anderen zijn vooral veel op pad. In het voormalige lab in Lelystad, dat is omgebouwd tot kantoortuin, zijn de acht werkplekken zelden allemaal bezet. ‘We zijn hier eerder een duiventil dan een ivoren toren.’
Ook onderzoekers bij Alterra signaleren een verschuiving in de rol van onderzoekers. In 2004 publiceerde een aantal van hen hierover het boekje ‘Beleid en onderzoek in actie’. Zij gebruiken de term actieonderzoek voor het onderzoek ‘dat een bewuste bijdrage wil leveren aan de lerende beleidsstrategie bij de oplossing van complexe problemen’. Het betekent dat de onderzoeker actief in het beleidsproces participeert en relaties aangaat met opdrachtgevers en andere betrokkenen. Dit vraagt wel om een andere houding van de onderzoeker, aldus het boekje. ‘Deze moet niet gericht zijn op waarheidsvinding pur sang, maar zich ook bewust zijn van de rol van zijn onderzoek of ontwerp in de lerende beleidsstrategie’.
In het boekje worden vier voorbeelden van complexe beleidsproblemen behandeld, waarbij onderzoekers van Alterra zo’n vernieuwende rol hadden. Uit de persoonlijke verslagen van de onderzoekers blijkt dat die verandering van rol grote gevolgen heeft, en dat er valkuilen zijn. Zo bereidt het onderzoeksteam de eerste ontmoeting met de klankbordgroep - waarin instemming met het project moet worden verkregen - minutieus voor. ‘We laten niets aan het toeval over: tot in detail spreken we onze rollen door en bespreken zelfs hoe we ons zullen kleden’, schrijft de projectleider, die zelf in pak met stopdas gaat.

Afgezwakte conclusies
Bij een andere project vraagt een Alterramedewerker zich openlijk af of hij nu onderzoeker of procesbegeleider is. ‘Uiteindelijk besef ik me (...) dat ons onderzoek niet in de eerste plaats zal worden afgerekend op de wetenschappelijke kwaliteit. Het belangrijkste voor opdrachtgever LNV is dat het onderzoek een impuls geeft om natuur te realiseren’. Als hij zijn onderzoeksresultaten moet presenteren beseft hij dat het beter is om ‘afgezwakte conclusies’ te geven, want ‘één verstorende actie van ons kan het einde van ons onderzoek inluiden. (…) In plaats van de diepte van de kloof te benadrukken, wijs ik op de toenadering die er ook is tussen boeren en natuurbeheerders en de mogelijkheden die er nog liggen’.
In de reflectie op deze kwestie wijzen de auteurs erop dat de rol van de projectleider vooral ‘bemiddelend en pragmatisch’ moet zijn: ‘hij probeert partijen aan de tafels te krijgen, onderhoudt relaties en waakt voor onderzoeksconclusies die het vuurtje tussen partijen weer opstoken’. In het boekje wordt openhartig geconcludeerd dat dit laatste soms ‘conflicteert met de onderzoeksrol’ van de betrokkene.
Uit de ontboezemingen blijkt ook dat de betrokkenheid van onderzoekers bij de projecten niet altijd louter een inhoudelijk doel dient, maar ook een dekmantel kan zijn voor een verborgen agenda. Bijeenkomsten met onderzoekers zijn bijvoorbeeld bedoeld om te kijken of er toenadering mogelijk is tussen conflicterende partijen. Zo’n procesdoelstelling wordt niet altijd genoemd. ‘Opdrachtgever en procesbegeleiders vinden het blijkbaar veiliger partijen onder een inhoudelijke noemer bij elkaar te brengen’, aldus het boekje ‘Beleid en onderzoek in actie’. De inhoudelijke rol en de procesrol laten zich in de praktijk niet altijd even soepel combineren. In het boekje raden de Alterra-onderzoekers af om de inhoudelijke en procesrol in één persoon te verenigingen. Onderzoek en bemiddeling verdragen zich soms slecht met elkaar.

‘Objectiviteit een illusie’
Spoelstra herkent het spanningsveld, maar in zijn projecten is er toch heel bewust voor gekozen om de klassieke onderzoeksbenadering terzijde te schuiven. ‘Wij gaan interactief ontwerpend en bouwend aan de slag met betrokkenen. De rol van de onderzoeker als expert is dan zeer beperkt. Alle betrokkenen worden erkend als experts op hun veld en deze kennis wordt benut. Onze ideeën zijn niet leidend, afwegingen worden in samenspraak gemaakt. We voelen ons daarom medeverantwoordelijk voor wat er met de kennis gebeurt. In dat opzicht zijn we nu misschien nog wel beter te vertrouwen’, aldus Spoelstra.
In het verleden was de rolverdeling misschien wel duidelijker, maar dat heeft volgens Spoelstra ook bijgedragen aan de ‘problemen waar we nu tot onze nek inzitten’. Toen productieverhoging nog de norm was, hadden onderzoekers de neiging om simpelweg nieuwe technologieën over boeren uit te storten. Spoelstra: ‘Dat heeft toch wel tot meerdere grote en kleine ongelukken geleid. In dat opzicht kun je dat soort onderzoek juist onverantwoord noemen. Je kunt je bovendien afvragen of dat onderzoek ooit wel objectief is geweest. We zaten toen immers allemaal gevangen in het productiedenken’, aldus Spoelstra.
Het is zonneklaar dat projecten als ‘Koe & wij’ beleidsdoelen dienen en moeten bijdragen aan de oplossing van een ‘maatschappelijk probleem’. Dat onderzoekers gedreven zijn en aan een missie – bijvoorbeeld ‘zorg dat er koeien in de wei blijven’ - werken ziet Spoelstra niet als een probleem. ‘Wageningen UR heeft ook een missie. Bovendien willen we als organisatie voor contractonderzoek opdrachtgevers tevreden stellen. Dat betekent toch niet dat onderzoekers hun ziel verkocht hebben.’ De projecten geven ook geen garantie op een ‘goede afloop’. Spoelstra: ‘Er zijn altijd spelers die het proces evengoed een bepaalde kant op duwen en dat is lang niet altijd de kant die de opdrachtgevers uit willen.’
En toch: dekt de term ‘onderzoeker’ de lading nog wel? Spoelstra: ‘We gebruiken ook wel ‘kenniswerker’, maar ‘onderzoeker’ kan denk ik nog steeds. Je onderzoekt mogelijke oplossingen, probeert een voorbeeld te realiseren waar je dan weer van kunt leren. Vaak blijkt dé oplossing niet te bestaat en gaat het om oplossingen in meervoud.’

Re:ageer