Student - 6 december 2007

De toekomst van een student

1645_nieuws.jpg
Het is zaterdagochtend. Met een superbrak hoofd koop ik een bos bloemen op de markt. Ik moet naar een familiefeestje van mijn vriend ergens ver weg aan het einde van de Veluwe. Ik hoop dat een bos bloemen voor mijn schoonmoeder mijn immense brakheid kan compenseren. Rillend sta ik te wachten op de bloemenman die vloekend mijn niet al te felgekleurde bloemen inpakt. Felgekleurde bloemen doen pijn aan mijn hoofd. Als de bloemenman na veel geworstel het cellofaan om mijn bos heeft gekregen, raken tot overmaat van ramp alle te fel gekleurde sliertjes in de knoop. Wanhopig begint hij eraan te trekken en te pielen. Dit kan ik nu niet aanzien. Mijn irritatiegevoel loopt zo hoog op dat ik onmiddellijk naar iets anders moet kijken om te voorkomen dat ik gillend over de grond ga rollen. Ik draai me een kwartslag om en mijn mond valt open. Een paar studenten in wijd uitlopende paarse ribbroeken staan voor een groezelige kraam touwtje te springen. Daarnaast zitten drie Aziatisch ogende hippies te gitaren. Ik hou er niet zo van als hippies gitaar spelen. En al helemaal niet als ze liedjes uit de jaren zestig met Aziatisch accent zingen.
Brrrr.
Ik maak me zorgen om die hippiestudenten. Het kan toch niet gezond zijn om op je drieëntwintigste al naar veertig jaar geleden te verlangen? Waar verlang je dan naar als je tachtig bent? De middeleeuwen? In gedachten zie ik een stel bejaarden verkleed als ridders over een wei in de achterhoek schuifelen. Ome Piet komt ze na een weekend ophalen bij de plaatselijke zorgboerderij het Karrewiel, speciaal voor dit weekend omgedoopt tot Kasteel Vaelkenslag. Eenmaal in het busje terug naar de aanleunwoningen vertellen de bejaarden vol trots aan ome Piet dat ze Veldheer Knots in de val hebben gelokt door het landgoed te omcirkelen met hun schildknapen.
Mijn bloemen zijn klaar. Ik betaal en pak de prop cellofaan met sliertjes aan van een uitgeputte bloemenman. Arme bloemenman, arme hippiestudenten. Gelukkig ben ik wel normaal. Ik ga op mijn twintigste op een zaterdagochtend naar mijn schoonfamilie. Zonder mijn vriend, want die zit in Argentinië mosjes te onderzoeken. Hij wordt natuurlijk wetenschapper. Ik niet, ik wil heel veel kinderen. Burgertruttigheid is zóóóó 2008!

Re:ageer