Student - 17 april 2008

De toekans achterna

Kijken naar verspreiding van zaad door vogels klinkt niet direct spannend. Een stuk interessanter wordt het wanneer je dat in de jungle mag doen en de vogels waarmee je werkt toekans zijn. De Franse masterstudent Elise Knecht ging naar Panama om met deze prachtige vogels te werken.

nieuws_2108.jpg
‘Voordat ik begon aan mijn afstudeervak wist ik al wat ik wilde doen. Iets met vogels en hun relatie tot de omgeving. Dit ben ik gaan bespreken met mijn afstudeerbegeleider, Jan den Ouden. Hij verwees me door en uiteindelijk kwam ik terecht bij iemand van Princeton University die een project hadden lopen over toekans en zaadverspreiding in Panama. In eerste instantie wilde ik naar Afrika, maar tegen Centraal-Amerika kon ik ook geen nee zeggen.
Het geweldige aan dit afstudeervak was dat het in de tropen was. Voor mij was dit een totaal nieuwe ervaring waarbij ik dieren zou zien die ik nog nooit gezien had. Maar voordat ik naar Panama ging moest ik eerst naar Princeton om te leren werken met een nieuw global positioning systeem waarmee we de vogels zouden volgen. Dat was ook een mooie ervaring omdat daar een enthousiast team van internationale wetenschappers werkten met een totaal nieuw systeem.
In Panama werkte ik op Barro Colorodo Island, dat behoort aan het Smithsonial Tropical Research Institute. Op dit eiland waren echt alleen maar wetenschappers. Het is volledig beschermd, dus geen toeristen, stropers en ook geen houtkap. Juist omdat er zoveel wetenschapper waren, was het echt een fijn welkom. Ik heb me geen moment eenzaam gevoeld. Daarnaast waren er ontzettend veel faciliteiten beschikbaar. Het enige waar ik eventjes aan moest wennen waren de muggen, maar daar had ik naar verloop van tijd niet zoveel last meer van.
Mijn mooiste moment was het vangen van de eerste toekan. Wat een prachtige vogels zijn het. Bovendien bracht onze eerste vangst een hoop blijheid met zich mee want dit zou de eerste keer zijn dat we dit systeem zouden uitproberen bij andere vogels. De meeste lol hebben we beleefd bij het vinden van de toekans. Naar verloop van tijd moet je de GPS uitlezen. Dat kan effectief vanaf driehonderd meter maar de toekans zelf kunnen we al detecteren vanaf tweehonderd kilometer afstand. Eén toekan hebben we werkelijk door het hele woud achtervolgd tot we bij een bananenveld aankwamen. Daarna moesten we nog een rivier oversteken en wat bergjes beklimmen. Toen konden we hem nog niet te pakken krijgen, hij heeft ons ruim een hele dag beziggehouden. Maar dat is het mooie van werken met wilde dieren; ze luisteren niet. We hebben zelfs meerdere malen overwogen om terug te keren. De opluchting was dan ook groot toen we de data eindelijk konden uitlezen.
Ik heb ook nog een ocelot gezien, een soort kleine jaguar, terwijl ik op een stoel observatiestudies deed in het bos. Hij besloop me. Ik hoorde wel wat maar meestal zijn dat kleine dieren. Op een bepaald moment kwam hij op me afrennen maar toen ik bewoog was hij weer verdwenen. Het was echt zo een moment waarvan ik nog niet zeker weet of het nou een droom of werkelijkheid was.’

Re:ageer