Wetenschap - 31 oktober 1996

De therapie van Tonk voor het Arena-gras

De therapie van Tonk voor het Arena-gras

Het gras in de Amsterdamse Arena wil maar niet groeien. En dat is niet zo gek, vinden Wageningse deskundigen. Koolzuur en licht zijn factoren die de groei bepalen, en daar krijgt het gras te weinig van. Universitair technicus Willem Tonk verzon een oplossing, vernuftig, energievriendelijk en snel te installeren. De beluchtingsinstallatie die hij bedacht, kost volgens Tonk pakweg een ton of twee. Daarnaast kunnen reflecterende gordijnen ervoor zorgen dat meer licht de grasmat bereikt.


Gras is eigenlijk een heel angstig plantje." En Willem Tonk, technische medewerker van het LUW-proefbedrijf Unifarm, kan het weten. Jarenlang werkte hij aan systemen om heel exact de stofwisseling van planten, waaronder gras, te kunnen bepalen.

Zodra gras de kans krijgt gaat het als een gek groeien: omhoog, in de breedte en een beetje in de diepte. Eigenlijk is het wel logisch dat gras angstig is, want er zijn nogal wat kapers op de kust. Grassen verliezen de strijd van bomen en struiken, die met machtige ondoorlatende kroon en bladerdak het leven van het gemiddeld grasje tot een hel maken. Grassen moeten ook aanslagen verdragen van talloze grote en kleine grazers die op de sappige sprieten afkomen.

Gedurende de miljoenen jaren van zijn bestaan heeft gras een truc ontwikkeld: zo snel en zo dicht mogelijk de bodem bedekken. Dichte wortelstelsels maken collegaplanten het bestaan onmogelijk en een prachtige groene mat dient eigenlijk hetzelfde doel.

Zo'n dichte mat is de ideale ondergrond voor veldsporten. Het wortelstelsel zorgt ervoor dat voetballers, tennissers en rugbyers niet in wolken van stof en kluiten hun werk doen. De grasblaadjes zelf bieden een verend en betrekkelijk zacht tapijt.

Wat had dus centraal moeten staan bij het ontwerp van de Arena? Voorzieningen die het leven van de grasjes zo aangenaam mogelijk maken. Gras vraagt eigenlijk niet zoveel. Licht, water, wat nutrienten en koolzuurgas en koude voetjes. Wat krijgt het gras van de Arena niet? Licht, koolzuurgas en koude voetjes. Wat krijgt het gras in de Arena te veel? Water en voedingsstoffen. De wensen van de heilige grasmat speelden blijkbaar geen centrale rol bij het ontwerpen van het stadion.

Afdak

Dat er te weinig licht de Arena binnenkomt is inmiddels door verschillende onderzoekers bevestigd. De wanden zijn steil en laten geen lucht of licht door. Bovendien hangt er rondom een afdak, dat de toeschouwers vrijwaart van invloeden van weer en wind. Het systeem is afgekeken van Amerikaanse stadions en van het Milanese San Siro. Die liggen echter honderden tot duizenden kilometers zuidelijker. Daar klimt de zon gedurende het hele jaar hoger aan de kim en loert over de rand van de kuipjes. Gras krijgt daar dus genoeg licht. Het Milanese stadion is bovendien een stuk licht-doorlatender dan de Arena.

In Amsterdam komt er gedurende vijf maanden geen direct licht op de mat. Jammer, want zonder licht geen gras. Dat probleem is inmiddels onderkend en het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek (AB-DLO) experimenteert met 2500 Watts groeilampen. Duur, vindt Tonk, die het idee van een Utrechts onderzoeker onderschrijft: hang reflecterende gordijnen op.

De rest van Tonks verhaal is een stuk ingewikkelder. De Arena-kuip is hoog en dicht. Dat betekent, vreest Tonk, dat aanvoer van verse lucht nauwelijks plaatsvindt. De wind giert over het gebouw, maar zorgt alleen boven in het stadium voor turbulentie. Zeker net boven de grasmat staat de lucht stil. Dat veroorzaakt problemen, want zodra gras gaat groeien onttrekt het koolzuurgas (CO2) aan de lucht. Dat gaat in een razend tempo. Een lekker assimilerende grasmat haalt binnen enkele minuten alle CO2 uit de luchtlaag net boven het gras. Aanvoer van verse lucht is dus nodig, maar vermoedelijk niet mogelijk in de Arena. Het gras gooit er dus het bijltje bij neer.

Ventilatortje

Tonk heeft een ingenieuze en goedkope remedie bedacht. Plaats boven in de Arena een geraamte waaraan lange slangen hangen. Een ventilatortje in de slangen zuigt verse lucht aan. De vijf of zes kunststof slangen bewegen over de lengteas van het veld heen en weer en voorzien zo het gras, meter voor meter, van CO2. Bij wedstrijden worden de slangen gewoon opgehesen en gestald boven de doelen.

Met zijn blaassysteem lost Tonk tegelijkertijd een ander probleem op. Om af te koelen moet gras water verdampen. Door gebrek aan turbulentie boven de grasmat wordt die waterdamp niet afgevoerd en ontstaat een luchtvochtigheid van tegen de honderd procent. Dat heeft twee consequenties: het gras kan geen water meer verdampen en loopt het gevaar te warm te worden; bovendien ontstaat een ideaal milieu voor schimmeltjes en andere grasziekten.

Nu resteert een wellicht onoverkomelijk probleem. De betonnen bak waarin het gras groeit, is te ondiep. Sommigen zeggen vijftig centimeter, anderen hebben het over dertig centimeter. In ieder geval zou het minimaal zeventig centimeter moeten zijn. De grasworteltjes stuiten al snel op beton en kunnen dus niet de diepte in. Dat kan leiden tot rare, oncontroleerbare hormonale processen. Het gras krijgt het signaal: Pas op, we hebben de rotsen bereikt en kunnen dus niet verder groeien. Bovendien is de bodem niet koud, want onder de bak bevindt zich de isolerende luchtlaag van de parkeergarage. Warmte is prettig voor micro-organismen, maar onprettig voor het gras. Wortels zullen nauwelijks groeien en de grasmat zal als los zand aan elkaar hangen. Ophogen van de bodemlaag tot zeventig centimeter kan ook dat probleem verhelpen, maar of dat praktisch mogelijk is?

Ruim een maand geleden stuurde Tonk de Arena-directie een brief over zijn oplossing voor de grasperikelen. Hij wacht nog op antwoord.

Re:ageer